Home <— Leids Patriciaat

Previous PageHome PageNext Page

VAN DEN HOVE (VAN DER HEYDE)

VAN DEN HOVE (VAN DER HEYDE)

I. GERRIT DIDDENZ. VAN DEN HOVE

1. Dirk van den Hove

2. Aarnd van der Heyde

3. Michiel van der Heyde, volgt II.

4. Aagte Gerritsdr.

II. MICHIEL VAN DER HEYDE (VAN DEN HOVE).

1. Pieter Michielsz., volgt IIIa.

2. Frank Michielsz., volgt IIIb.

IIIa. MR. PIETER MICHIELSZ. (VAN DEN HOVE)

1. Floris die Meyer

2. Frank Pieter Michielsz.z.

IIIb. FRANK MICHIELSZ. VAN DER HOVE

1. mr. Huge Frankenz.

2. Jan Zoet Frankenz.

3. Hadewi

4. Alijd

5. Frank

6. Kerstine Frankendr.


VAN DEN HOVE (VAN DER HEYDE)

I. GERRIT DIDDENZ. VAN DEN HOVE

ovl. tussen 26 dec. 1360 en 15 nov. 1368 (Hoek, 'Wassenaar', 537; Ke. 415 f. 7).

woonhuis:

te Marendorp (Ke. 415 f. 7).

huisbezit:

hofstad met stenen kamer en kelder tot de Rijn, breed 1½ gaard, aan de straat van Marendorp, beleend door de burggraaf na ovl. van zijn zoon Aarnd van der Heyde; 26 dec. 1360 overdracht door hem aan zijn kleinzoon Frank Michielsz. (Hoek, 'Wassenaar', 537, S.J. Fockema Andreae, 'Historie en legende van het Huis ter Lucht', Leids Jaarboekje 28 (1935-1936) 1-15).

landbezit:

* 24 morgen land te Bloemenvenne, Rijpwetering (GvH. 243 f. 1v. en landbezit van zoon Michiel).

* 13 dec. 1333 verm. van Gerrit Diddenz.'s land te Zoeterwoude (betrof dit hem? NH. Kerkvoogdij 2031 f. 7v.).

familie:

zoon van Dirk van den Hove (Ke. 415 f. 7; vgl. GvH. 243 f. 1v.; Van den Bergh, Oorkondenboek, II 398). tr. Aleidis (Ke. 415 f. 7).

kinderen:

1. Dirk van den Hove

ovl. voor 15 nov. 1368 (Ke. 415 f. 7).

varia:

was hij de Dirk van den Hove die 10 sep. 1364 Leids poorter werd met 25 £ en Aarnd Bollekijn als borg? (Secr. 19 f. 1v.).

familie:

missch. was Gerrit Hovenz., afkomstig van Zoeterwoude, die 20 apr. 1385 Leids poorter werd met Michiel van der Heyde als borg, zijn zoon (Secr. 19 f. 67v.).

2. Aarnd van der Heyde

ovl. tussen 21 en 26 dec. 1360 (Ke. 574; Huisarch. Twickel, Reg. AA f. 45; Hoek, 'Wassenaar', 537).

functie:

schepen 1353-54, 54-55, 55-56, 56-57, 57-58, 58-59, 59-60, 60.

woonhuis:

hofstad c.a. te Marendorp, leen van de burcht, na zijn dood in handen van zijn vader, (zie ald.)

huisbezit:

een huis en erf aan de Weversteeg (Ke. 493 f. 17).

landbezit:

* een woning te Leiderdorp, later als burchtleen in handen van Frank Michielsz. (Hoek, 'Wassenaar', 103).

* een hofstad te Marendorp (hierop had Gerrit Heinenz. Rottier een rente) verkocht 21 dec. 1360 aan Jan Vos Jan Vlamincxz. tegen een rente van .....

rentebezit:

21 dec. 1360 10 s. 6 p.pay. (Ke. 574).

varia:

zegel: 3 harten (2:1, met ster in schildhoofd) (W. 981).

3. Michiel van der Heyde, volgt II.

4. Aagte Gerritsdr.

ovl. na 15 nov. 1368 (Ke. 415 f. 7).

woonhuis:

een huis en erf te Marendorp afkomstig van haar vader, hierop vestigde haar broer Michiel 15 nov. 1368 13 s. 4 p.pay. t.b.v. St. Pancraskerk voor memoriediensten (Ke. 415 f. 7).

familie:

tr. Hendrik Danielsz. (zie ald.).

II. MICHIEL VAN DER HEYDE (VAN DEN HOVE).

ovl. 28 aug. 1387, begr. St. Pancraskerk (Ke. 415 f. 76).

functie:

schepen 1363-64, 64-65, 65-66, 66-67, 68-69, 82-83, 86-87; kerkmr. van St. Pancras 1377-78.

beroep:

viskoper (zie hfdst. 3); kocht 1361 boter uit de strandvond te Langeveld (GvH. 1856 f. 3).

woonhuis:

te Marendorp aan de straat, bij Donkersteeg en Mare, verm. 9 feb. 1360 (Hoek, 'Wassenaar', 532); vestigde hierop 15 nov. 1368 t.b.v. St. Pancraskapittel 6 en 8 p.pay. renten t.b.v. memoriediensten (Ke. 415 f. 7). Op zijn woonhuis, d.w.z. 3 hofsteden te Marendorp, strekkend uit de Rijn, hadden Gerrit Heinenz. Rottier en 9 aug. 1367 Jan Gerrit Heinenz.z. 40 s.g.g. rente met houde (Hoek, 'Wassenaar', 103, Huisarch. Twickel, Reg. AA f. 8v. en 31).

huisbezit:

* een huis met watergang en rijweg van zijn grote huis ter breedte van ½ gaard, strekkend van de Brugstraat tot de Mare, belendend aan zijn woonhuis (12 aug. 1525 op de hoek van de Donkersteeg, strekkend van de straat tot de Mare), 9 feb. 1360 opgedragen aan de burggraaf en in leen ontvangen, te versterven op zijn zoon Frank (Hoek, 'Wassenaar', 532, Fockema Andreae, 'Huis ter Lucht', 4-6).

* huizen aan de Springersteeg te Leiden; vestigde hierop 1 £ pay. rente t.b.v. St. Pancraskapittel voor memoriediensten (Ke. 415 f. 7).

* huizen met een tuin in Jan Vossensteeg (Secr. 84 f. 37v.; Ke. 886).

molen:

½ molen, te Rijpwetering? (Secr. 84 f. 37).

landbezit:

* 2½ morgen land te Monster;

* ½ morgen land te Monster;

* ½ morgen land aan de Valkenburgerweg te Oegstgeest;

voornoemde 3 percelen 3 jan. 1376 overgedragen aan St. Pancraskerk t.b.v. zijn prebende (Ke. 493 f. 54).

* 2½ morgen land te Monster.

* 4½ morgen land te Monster.

* 1 morgen land ald.

voornoemde 3 percelen 24 jan. 1380 aan zijn prebende overgedragen (Ke. 493 f. 55).

* 24 morgen land te Bloemenvenne, Rijpwetering (Secr. 84 f. 37, vermoedelijk het land, verm. te Alkemade 23 sep. 1365, dat hij in leen (?) hield van de vrouwe van Alkemade (elders is overigens aldoor van huur sprake; Hoek, 'Rept. Poelgeest', 156).

* 15 morgen leenland, aan de Brasemmermeer (Secr. 84 f. 37).

* ½ van 2½ morgen land te Oegstgeest (ibidem).

* 3 morgen 4 hond land te Zoeterwoude (ibidem).

* 5 morgen land te Monster, in de clingen, grfl. leen, na koop (GvH. 226 f. 112; GvH. 740I, klein katern f. 7v.).

* 5 morgen land te Monster, in leen gehouden van de heer van Naaldwijk (Secr. 84 f. 37).

* het huis aan de Dobbe te Gelderswoude (ibidem).

* 10 morgen land te Zoeterwoude, in leen gehouden van de vrouwe van Rodenburch (ibidem).

* 1367 2 morgen land te Zoeterwoude, grfl. leen (GvH. 226 f. 112).

* 7 hond land te Zoeterwoude (Secr. 84 f. 37).

* 2 hond land een vierendeel houtland aan de Vliet ald. (ibidem).

* een woning met heemwerf te Leiderdorp, Wassenaars leen (Hoek, 'Wassenaar', 103).

* een erf aan het Noordeinde, buiten bij de molenwerf, tegen 21 s.paym. rente gekocht, samen met Aarnd Pietersz.; deze rente kon evt. ook betaald worden uit de molenwerf aan de Rijn, die dus in beider bezit moet zijn geweest (W. 428 f. 60v.-61, vgl. ook rentebezit).

* 1377 8 hond land te Zoeterwoude, liggend gemene voor met land van hemzelf; gehuurd van de H. Geest voor 10 jaar tegen 3 £ g.g. p.j. (W. 428 31 f. 17).

N.B. te Monster 1378 vermelding van 1 hond, 25 gaard (samen met Gerrit Dirk Hugenz.), 10 hond bij Poeldijk (samen met Jan Ommeloop) en 2 morgen land in zijn bezit (Emmens, 'Monster', 195, 204 en 206); dit betrof wrsch. hogervermelde percelen.

rentebezit:

* 15 sep. 1341 10 s.g.g. op 2½ morgen land tussen Zwiet en Zwet onder Zoeterwoude, bij Zwieter boomgaard (Ke. 493 f. 54).

* 12 juni 1366 14 s.pay. op een huis en erf te 's-Gravenhage (Ke. 493 f. 54v.).

* 13 juli 1366 4½ s.pay. pandrente te 's-Gravenhage (ibidem).

* 17 mrt. 1367 2½ s.pay. op een huis en erf ald. (ibidem).

* 1 okt. 1368 40 s.pay. op een huis en erf aan het Hogeland (Ke. 493 f. 54), 3 jan. 1376 aan zijn prebende vermaakt.

* 6 £ 8 s.pay. op een huis en erf bij de Kwakelbrug te Leiden, 3 jan. 1376 aan zijn prebende vermaakt (Ke. 493 f. 54).

* 31 mei 1369 50 s.pay. op een huis en erf te 's-Gravenhage (Ke. 493 f. 54v.).

* 23 juni 1369 30 s.pay. op een huis en erf te 's-Gravenhage (ibidem). De genoemde renten vermaakte hij 3 jan. 1376 aan zijn prebende (Ke. 493 f. 54 en v.).

* 4 £ pay. deels belast met vruchtgebruik, bij testament van 25 apr. 1369 aan St. Pancraskapittel vermaakt voor memoriediensten en uitdelingen (Ke. 987).

* 45 s.pay. op een huis en erf te Leiden, aan St. Pancraskapittel geschonken 25 apr. 1369 (ibidem).

* 30 s.pay. op een huis en erf te Leiden (ibidem).

* 4 £ g.g. op land te Gelderswoude (Secr. 84 f. 37).

* 8 s.g.g. op een huis en erf te Leiden (ibidem).

* 8 s.g.g. met houde op een huis en erf aan de Oude Rijn (ibidem), en:

* op een hofstede daarnaast 8 s. 2 p.g.g. met houde (ibidem).

* ½ van 17½ sch g.g. met houde op de Oude Molenwerf (zie landbezit aan het Noordeinde en Secr. 84 f. 37).

* 10 s.g.g. 1 kapoen met houde op een huis en erf te Leiden (ibidem).

borgstelling:

* 21 feb. 1365 Pieter Alidenz. en Albrecht Pietersz. (Secr. 19 f. 1v.).

* 21 juli 1365 Jan Boeyt, van Katwijk (Secr. 19 f. 2).

* 27 okt. 1366 Boudijn Claasz., van Bleiswijk (Secr. 19 f. 8v.).

* 4 mei 1368 Jacob heren Dirk Galenz. (Secr. 19 f. 14).

* 27 juli 1370 Martijn Simonsz. (Secr. 19 f. 24).

* 8 apr. 1381 mr. Jacob die Bontwerker (Secr. 19 f. 52).

* 5 mrt. 1383 Hildegond Wermboudsz.dr. (Secr. 19 f. 59v.).

* 20 apr. 1385 Gerrit Hovenz., van Zoeterwoude (Secr. 19 f. 67v.).

* 22 apr. 1385 Dirk Hovekiaan, van Zoeterwoude (Secr. 19 f. 67v.).

stichting:

1367 kanunniksprebende van Philippus en Jacobus, gesticht samen met zijn vrouw Ave; regelde 28 juli 1369 de collatie (Leverland, 'Kapittel van St. Pancras', Ke. 986, 493 f. 55).

schenking:

25 apr. 1369 9 lood zilver aan St. Pancraskerk (Ke. 987).

varia:

verklaarde 24 mei 1345 zijn 2 zonen voor hun moederlijk erfdeel 88 £ g.g. schuldig te zijn, hij zou hen onderhouden tot hun volwassenheid uit de opbrengst van deze som en hen bovendien 50 s. p.j. uitreiken die hij voor hen zou beleggen; zijn vader stond borg voor hem (Secr. 1885); pachtte 1361 de vroonvisserij tussen Haarlem en Leiden (GvH. 1448 f. 7v.); testeerde 25 apr. 1369 met zijn vrouw Ave (o.a. vermaking van renten, zie hoger; Ke. 987).

familie:

tr. 1e Kerstine, dr. van Pieter Gobburgenz. (zie ald.). Zij bezat het Voghellant onder Leiderdorp (Secr. 84 f. 36v.); ovl. voor 24 mei 1345 (Secr. 1885); tr. 2e Mabelie, ovl. voor 25 apr. 1369 (Ke. 987); tr. 3e Ave, dr. van Wouter Simon Galenz.z. en Alide (Ke. 987); haar vader verm. 1375 als welgeborene onder Voorschoten (Kort, Vrijkopingen, 31); zij ovl. 18 nov. 1380, begr. St. Pancraskerk (Ke. 415 f. 74). Kinderen:

1. Pieter Michielsz., volgt IIIa.

2. Frank Michielsz., volgt IIIb.

IIIa. MR. PIETER MICHIELSZ. (VAN DEN HOVE)

ovl. 29 apr. 1390, begr. St. Pancraskerk (Ke. 416 f. 14).

functies:

kanunnik van St. Pancraskapittel verm. 15 nov. 1367, deed daarvan spoedig afstand (Ke. 415 f. 91v. en zie hierna); notaris te Leiden, verm. 3 mrt. 1383 (De Geer, DuO., 611).

opleiding:

licentiatus in art. verm. 15 nov. 1367 (Ke. 415 f. 91v.); magister art., bacchalaureatus in legibus (Ke. 416 f. 14); hij was missch. de 14 mrt. 1369 te Parijs vermelde mr. Petrus de Leyden (Denifle, Auctarium, I 329, 34-42).

woonhuis:

aan de Vollersgracht; hij verklaarde 14 feb. 1378 de H. Geest 40 s.pay. rente schuldig te zijn op al zijn huizen tussen het erf van Sophie Gerrit Hoogstratenweduwe en de gracht, ingevolge testament van Jan Smeder en zijn echtgenote en spruitend uit een 1/3 van een schuld van 80 £; in 1380 is van zijn woonhuis ald. sprake (W. 428 f. 40, W. 1765 f. 8v.). 9 juni 1388 een huis met watergang enz. te Marendorp, leen van Wassenaar, na opdracht door Huge Frank Michielsz.z., zijn neef (Hoek, 'Wassenaar', 532, Fockema Andreae, 'Huis ter Lucht', 6); verm. van zijn weduwe te Marendorp 1399-1400 (Rek. Lei., I 85).

huisbezit:

huizen met een tuin in Jan Vossensteeg (Secr. 84 f. 37v.).

landbezit:

(met x is aangegeven of de landerijen en vervolgens de renten voorkomen in de staat van zijn nalatenschap):

x* 8 jan. 1376 7 morgen land te Zoeterwoude bij Rodenburg, grfl. leen (GvH. 226 f. 167v.); met ledige hand 1390 (GvH. 708 f. 1v.); bezat hierbij 1 morgen eigen goed; het geheel was in 1391 verhuurd aan Simon Frederik tegen 15 £ pay. p.j. (Secr. 84 f. 36v.).

* 1387 5 morgen land te Monster in de clingen, grfl. leen, afkomstig van zijn vader, 10 okt. 1388 overgedragen aan zijn neef Jan Zoet Frankenz., ingevolge boedelscheiding van zijn vaders nalatenschap (GvH. 709 f. 3; Secr. 84 f. 37).

* 8 feb. 1388 ½ van 24 morgen land te Bloemenvenne onder Rijpwetering; de totale 24 morgen bezat hij gemeen met de kinderen van zijn broer Frank; e.e.a. was afkomstig van zijn vader (Secr. 84 f. 37, vgl. Ke. 416 f. 19).

* 8 feb. 1388 15 morgen leenland aan de Brasemermeer (Secr. 84 f. 37).

* 8 feb. 1388 ½ van 2½ morgen land te Oegstgeest (ibidem).

* 8 feb. 1388 3 morgen 4 hond land te Zoeterwoude (ibidem).

* 8 feb. 1388 het huis aan de Dobbe te Gelderswoude (ibidem).

* 8 feb. 1388 7 hond land te Zoeterwoude (ibidem).

* 8 feb. 1388 2 hond en een vierendeel houtland aan de Vliet te Zoeterwoude (ibidem).

* 4½ morgen land te Leiderdorp, aan hem gekomen door huwelijk, opbrengend 12½ £ p.j. (Secr. 84 f. 35v.); het was missch. dit land dat hij samen met zijn zoon Floris bezat, verm. 8 mei 1381 en waarin Herman Boudijnsz. een ½ morgen land had (Hoek, 'Wassenaar', 538).

* 3 morgen 24 gaard land te Leiderdorp, hem aangekomen door huwelijk, opbrengend 12 £ 12 s. en 2 achtendelen erwten p.j. (Secr. 84 f. 35v.).

* 4 morgen 2/3 hond land te Voorschoten, verkregen door huwelijk, opbrengend 24 s. 1 gans (Secr. 84 f. 35v.).

* 2½ morgen land te Zoeterwoude, verkregen door huwelijk (ibidem).

* 3½ morgen land te Zoeterwoude, de Paardencamp, verhuurd aan Simon Frederik tegen 4 oude Franse schilden p.j. (ibidem).

* 3½ morgen land, de Kijfcamp, te Wassenaar, opbrengend 8 £ 10 s.pay. p.j. (Secr. 84 f. 36v.).

* 4 morgen land te Zoeterwoude, opbrengend 30 s. p.j. (ibidem).

* het Voghellant te Leiderdorp, deels binnen de stad gelegen; het deel binnen Leiden verhuurd tegen 42 s.g.g. met houde; afkomstig van zijn moeder (ibidem en Hoek, 'Wassenaar', 103).

rentebezit:

* 26 juli 1367 1 £ g.g. op een huis en erf te Leiden, 12 okt. 1372 overgedragen (Ke. 604).

x* 8 feb. 1388 4 £ g.g. op land te Gelderswoude, afkomstig uit zijn vaders nalatenschap (Secr. 84 f. 37).

Eveneens uit zijn vaders nalatenschap:

* 8 s.g.g. op en huis en erf te Leiden (Secr. 84 f. 36v.).

* 8 s.g.g. met de houde op een huis en erf aan de Oude Rijn (ibidem).

* 8 s. 2 p.g.g. met houde op een hofstede daarnaast (ibidem).

* ½ van 17½ s.g.g. met houde (ibidem).

* 10 s.g.g. 1 kapoen met houde op een huis en erf te Leiden (ibidem).

Renten verworven door huwelijk (Secr. 84 f. 35v.-36v., 35v.; de helft, alles g.g., behoorde Floris de Meyer toe):

* 1 £ op een huis en erf te Leiden.

* 30 s. op een huis en erf ald.

* 2 s. met houde op een huis en erf aan de Hogewoerd.

* 18 p. met houde op een huis en erf te Leiden.

* 40 s. op een huis en erf aan het Steenschuur.

* 16 s. op een huis en erf aan de Vollersgracht.

* 12 s. op een huis en erf aan de Vollersgracht.

* 10 s. op een huis en erf te Leiden.

* 18 s. 1 kapoen, 1 hen met houde op een huis en erf te Leiden.

* 1 £ op een huis en erf op de hoek van de Weversteeg.

* 1 £ op een huis en erf aan de Weversteeg.

* 2 s. op een huis en erf aan de Diefsteeg.

* 40 s. op een huis en erf aan de Rijn.

* 30 s. op een huis en erf aan de Nieuwe Rijn.

* 10 s. op een huis en erf te Leiden.

* 45 s. op een huis en erf te Leiden.

* 10 s. op een huis en erf te Leiden.

* 10 s. op een huis en erf in een steeg aan de Middelweg bij de Rijn.

* 6 s. op een huis en erf bij O.L.V.kerk.

Overige renten:

* 6 £ 8 s.g.g. op huizen en erven te Marendorp strekkend tot de straat (Secr. 84 f. 36v., vgl. zijn woonhuis ald.).

* 2 s.pay. met houde, na verkoop, op een huis en erf te Leiden (ibidem).

* 12 p.g.g. met houde op een huis en erf te Leiden, spruitend uit verkoop (ibidem).

* 8 groten pay. op een huis en erf aan de Hogewoerd (Secr. 84 f. 38).

varia:

was 24 mei 1345 onmondig (Secr. 1885); 15 nov. 1367 getuige t.b.v. heer Claas van Bleyswijc (Ke. 415 f. 91v.); 7 mrt. 1372 en 18 aug. 1382 aangesteld tot executeur-test. door mr. Philips van Leyden (Ke. 493 f. 21 en 894); 17 mei 1374 betrokken bij een scheidsrechterlijke uitspraak (Rijnsburg 558); 1385 pachter van de Leidse gruit (GvH. 1464 f. 8v.); 8 feb. 1388 vond boedelscheiding van de door zijn vader nagelaten goederen plaats, tussen hem en de kinderen van zijn broer Frank, waarbij werd bemiddeld door heer Philips Jansz., heer Jan Hamer, Huge van der Hant, Pieter Gobburgenz. en Jacob Rembrand Vinkenz., hij ontving hierbij, behalve land en renten (zie hoger), de collatie van zijn vaders prebende; op grond van zijn vaders testament diende hij 25 £ pay. aan de kanunnik van deze prebende te schenken als deze een huis t.b.v. de prebende kocht of liet bouwen (Secr. 84 f. 37).

familie:

tr. voor 8 jan. 1376 Femense; tochtte haar toen aan 7 morgen grfl. leen onder Zoeterwoude; hiervan deed zij 16 aug. 1414 afstand (GvH. 226 f. 167v., 230 f. 120v.). Gezien de naam van haar oudste zoon en op grond van het feit dat de renten die zij bij haar huwelijk inbracht voor de ½ aan Floris die Meyer toebehoorden, lijkt het wrsch. dat haar vader Floris die Meyer was (verm. o.m. 14 sep. 1357, DuO. 1978 f. 50v.-51; deze woonde 19 okt. 1383 in het bon Over 't Hof, bij St. Pieterskerkhof); 28 okt. 1391 kwam een boedelscheiding van haar mans goederen tussen haar en haar kinderen tot stand; daarbij kwam zij met Willem Jansz. Vos als voogd en instemming van heer Jan Philipsz., deken van St. Pancras en heer Philips Jansz., provisor van Rijnland, overeen met de poortmeesters dat zij de helft van al haar mans goed zou ontvangen, m.u.v. het leengoed. Zij zou alle schulden betalen, m.u.v. een schuldbrief van 50 £ pay. t.l.v. Michiel van der Heyde t.b.v. de aankoop van een huis voor diens prebende, die elk naar zijn deel zou betalen (voor de 'geestelijke renten' vermaakt door Michiel van der Heyde en Ave gold hetzelfde). Omdat de nagelaten schulden van Pieter Michielsz. groot waren, zou Femeynse haar kinderen onderhouden uit de renten van hun goed, gedurende 4 jaar (Secr. 84 f. 35). Zij kocht met de voogden van haar 2 zonen van de H. Geest een huis t.b.v. de kanunnik van Michiel van der Heydes prebende; ter lossing van de schuld van 12 £ g.g. als gevolg van de koop verkochten zij 24 juni 1392 de H. Geest 10 s.g.g. rente op Willem Tedenz.'s huis en erf aan de Weversteeg (W. 428 f. 60 en 76 en v.). Zij verkocht met haar voogd Willem Jansz. Vos 19 aug. 1391 de H. Geest 3½ hond land te Oegstgeest, gemene voor met de H. Geest en haar kinderen (W. 428 f. 70). Droeg 11 mei 1392 aan St. Pancras 31 s. 3 p.pay. rente over op ¼ van 56 morgen land te Bloemenvenne (Rijpwetering), ter voldoening van het testament van haar schoonvader en diens echtgenote (Ke. 415 f. 74v.). Verkocht 13 apr. 1400 aan Huge Frankenz. 6 p.g.g. op een huis en erf aan de Hogewoerd, 15 p.g.g. op een huis en erf te Marendorp, ¼ van 15 p.g.g. met houde op een huis en erf te Leiden, 1 hallinc g.g. met houde en 3 p.g.g. met houde op huizen en erven te Leiden (Ke. 538).

Zonen:

1. Floris die Meyer

ovl. 7 okt. 1415, begr. St. Pancraskerk (Ke. 416 f. 54).

woon(?)huis:

* aan het einde van de Vollersgracht bij het Rapenburg en de Lombarden (1392, Secr. 84 f. 271).

* een huis met watergang enz. te Marendorp, in leen gehouden van de burggraaf, afkomstig van zijn vader (Hoek, 'Wassenaar', 532, Fockema Andreae, 'Huis ter Lucht', 7).

landbezit:

* ¼ van 13 hond land te Oegstgeest samen met zijn broer bezeten (zie ald.).

* 20 jan. 1398 7 morgen land te Zoeterwoude, grfl. leen (met behoud van zijn moeders lijftocht), afkomstig van zijn vader, bij de boedelscheiding na diens dood aan hem toegewezen. Droeg het leen 16 aug. 1414 op t.b.v. een ander (samen met zijn moeder; GvH. 228 f. 272, GvH. 230 f. 120v. d.i. Klo. 1582, Secr. 84 f. 35 en 38).

* 2½ morgen land te Zoeterwoude, behorend tot zijn vaders nalatenschap, door hem gehuurd tegen 8 £ p.j. (Secr. 84 f. 35v.).

schenking:

5 kronen aan St. Pancraskerk voor memoriediensten (Ke. 416 f. 54).

borgstelling:

11 apr. 1415 Jan Jacobsz. de snider (Secr. 20 f. 50v.).

familie:

dochter:

a. Floris

ovl. voor 18 mei 1421, zij hield na haar vader hoger genoemd huis van de burggraaf in leen (Hoek, 'Wassenaar', 532, Fockema Andreae, 'Huis ter Lucht', 7).

2. Frank Pieter Michielsz.z.

woon(?)huis: een huis en erf in het Noordeinde, verm. 1421, samen met Wendelmoed van Schoten bezeten; de H. Geest had hierop 1 £ g.g. (W. 429 f. 3 en tafel).

landbezit:

samen met zijn broer: ¼ van 13 hond land te Oegstgeest: hierop rustte een tijns t.b.v. de burggraaf. Gemeen gelegen land van de H. Geest en 26 nov. 1406 daaraan verkocht (W. 428 f. 102v.).

rentebezit:

22 s.pay. op een huis en erf aan de Hogewoerd, afkomstig van zijn schoonvader, overgedragen aan St. Pancraskerk voor memoriediensten (Ke. 416 f. 80v.-81).

familie:

tr. Haze, dr. van Jan Pietersz. van Leyden (zie Van Leyden en Ke. 407 f. IIIa e.v. en 416 f. 81). Kinderen (Hoek, 'Wassenaar', 532, Fockema Andreae, 'Huis ter Lucht', 7):

a. Pieter Frankenz.
b. Heer Floris Frankenz.
c. Bartha Frankendr.

ovl. na 18 juli 1506 (Ke. 322 f. f). Zij bezat de collatie van 3 kanunniksprebenden en 2 vicarieën in St. Pancraskerk en 5 vicarieën in St. Pieterskerk, gesticht door Michiel van der Heyde, heer Pieter van Leyden en Philips van Leyden (Ke. 322 f. f). tr. 1e Jacob Adriaansz., 2e Berwoud Willemsz. (Ke. 322 f. f).

IIIb. FRANK MICHIELSZ. VAN DER HOVE

ovl. voor 29 mrt. 1390 (Ga. 455 f. 23v.).

functies:

schepen 1377-78, 78-79, 79-80, 80-81, 81-82; gasthuismr. 1375-76.

woonhuis:

26 dec. 1360 een hofstad met stenen kamer enz. te Marendorp, Wassenaars leen, na overdracht door zijn grootvader Gerrit Diddenz. (zie ald.). Hierop bezat de H. Geest 1379 en eerder 1 £ g.g. rente (W. 1765 f. 1).

huisbezit:

verm. 14 feb. 1378 met een huis en erf nabij Breestraat en Vollersgracht (W. 428 f. 40); zijn kinderen verm. in belending aan de Vollersgracht 10 mei 1395 (GvH. 228 f. 168v.).

landbezit:

* zijn kinderen verm. als belenders te Zoeterwoude 29 mrt. 1390 (Ga. 455 f. 23v.).

* een woning te Leiderdorp, Wassenaars leen, afkomstig van Aarnd van der Heyde (Hoek, 'Wassenaar', 103).

* land te Leiderdorp (voornoemd leen?), gemene voor met land van Andries Hugenz. en Jan heren Simonsz., verm. 10 apr. 1373 (Ke. 493 f. 21v.).

rentebezit:

* 40 s. op een huis en erf in Jan van den Rijnssteeg, verm. 16 jan. 1384 (W. 428 f. 51v.).

* 40 s. op de Camp (Ke. 493 f. 72).

borgstelling:

5 juli 1373 Jacob Ludolfsz. (Secr. 19 f. 36v.).

varia:

zegel: 3 meerbladeren (2:1) in het hart een eend (Ke. 541, 17 dec. 1378); was 24 mei 1345 onmondig (Secr. 1885).

familie:

tr. Aagte van der Burch, dr. van Huge Pietersz. (Ke. 418 f. 137v., zie Milde).

kinderen:

1. mr. Huge Frankenz.

ovl. 20 dec. 1425 te Keulen, begr. ald. (Ke. 416 f. 80v.; Keussen, Matrikel Köln, I 218).

functies en opleiding:

studeerde te Parijs de artes, licentiatus ald. 1392, verm. 26 aug.-20 okt. 1392 als procurator van de Anglicaanse natie ald.; verm. als magister 27 sep. 1394 (Denifle, Auctarium, I 667, 20-23, 668, 20-23); 1404 ingeschreven aan de universiteit te Keulen als magister in de artes en licentiaat in de medicijnen 1404; voor die universiteit in 1418 gezant naar paus Martinus V; rector van die universiteit sedert 9 okt. 1425 (dan tevens als bacchalaureatus in decretis verm.) (Keussen, Matrikel Köln, I 218-218: 63,10).

huisbezit:

* een huis met watergang enz. te Marendorp, Wassenaars leen afkomstig van zijn grootvader Michiel van der Heyde; 9 aug. 1388 overgedragen op zijn oom mr. Pieter Michielsz. (Hoek, 'Wassenaar', 532, Fockema Andreae, 'Huis ter Lucht', 6).

landbezit:

1388 zie gemeenschappelijk bezit hierna verm.

rentebezit:

13 apr. 1400 (Ke. 538):

* 6 p.g.g. op een huis en erf aan de Hogewoerd;

* 15 p.g.g. met houde ald.;

* 6 p.g.g. op een huis en erf aan de Diefsteeg;

* 18 p.g.g. op een huis en erf te Marendorp;

* ½ van 15 p.g.g. met houde op een huis en erf te Leiden;

* 1 hallinc g.g. met houde op een huis en erf te Leiden;

* 3 p.g.g. met houde op een huis en erf te Leiden.

* 2 £ g.g. op de Camp te Marendorp, afkomstig van zijn vader 7 sep. 1394 overgedragen aan St. Pancraskapittel (Ke. 493 f. 57).

* rentebezit te Leiden, gemeen met Jan heren Simonsz. en na 28 dec. 1399 met diens zoon Claas van der Horst (Secr. 84 f. 66).

* 5 groten met houde op een huis en erf te Leiden, verm. 23 okt. 1412 (RA. 50 f. 118v.).

varia:

zegel: 3 meerbladeren (2:1) (Ke. 461, 3 apr. 1418); was 28 dec. 1399 een der genen die uitspraak deed inzake de boedelscheiding van Jan heren Simonsz.'s nalatenschap (Secr. 84 f. 66).

familie:

noemde Gerrit Hugenz. 3 apr. 1418 neef toen hij deze voordroeg voor de door zijn grootvader gestichte prebende (Ke. 461).

2. Jan Zoet Frankenz.

ovl. voor 7 juli 1434 (Hoek, 'Maasland', 141).

functies:

schepen 1402-03; kerkmr. van St. Pancras 1417-18.

beroep:

korenkoper (1406-07, Ga. 334 (14) f. 12); wijnkoper (1409-10, Ke. 323 (8) f. 22).

huisbezit:

* een huis en erf aan de Nieuwe Rijn, hierop rustten 80 comans groten met ½ houde alsmede 16 comans groten rente. Verkocht 27 okt. 1414 (Secr. 1533).

* ? een huis en hofstad aan de Breestraat, strekkend tot de Vollersgracht, leen van de hofstad Raephorst (Hoek, 'Rept. Raephorst', 81).

landbezit:

* 10 okt. 1388 5 morgen land in de clingen te Monster, beleend door de graaf na overdracht door zijn oom Pieter Michielsz. (GvH. 709 f. 3, vgl. ook de boedelscheiding van zijn grootvaders goederen); opnieuw beleend 1390 met ledige hand (GvH. 708 f. 1v.); droeg dit land 1406 over aan de leenheer (GvH. 741 f. 13).

* 10 okt. 1388 2 morgen land te Zoeterwoude, grfl. leen, opnieuw beleend 1390 met ledige hand (GvH. 708 f. 1v., 709 f. 3).

varia:

pachter van de gruit 1410 (GvH. 1486 f. 15), van de bieraccijns 26 mrt.-9 apr. 1413 met Jacob IJsbrandsz. (Rek. Lei., I 218), van de molenaccijns 6 sep. 1413-6 sep. 1414 met dezelfde (Rek. Lei., I 219) en van de strijkerij 1419 (ibidem, 324).

familie:

tr. Alijd Engelbrechtsdr., ovl. na 21 dec. 1436 (Hoek, 'Maasland', 142, med. W. van Duijn, Sassenheim), dr. van Engelbrecht Wormbrechtsz., grfl. klerk, kerkmeester van St. Jacobskerk te Den Haag, en Machteld Jan Pietersz.dr. (med. van F.J. van Rooyen te Den Haag, die een publikatie over Engelbrecht en zijn geslacht voorbereidt). Zegelde 1 mrt. 1420 voor zijn zwager Philips Engelbrechtsz. (Ke. 416 f. 60).

3. Hadewi

(Secr. 84 f. 37).

4. Alijd

(ibidem); tr. Huge (Ke. 407 f. 4c).

5. Frank

(ibidem).

Namens zijn broers en zusters droeg Huge Frankenz. 10 okt. 1393 aan St. Pancraskapittel 3 £ 2 s. 6 p. op ½ van 24 morgen te Rijpwetering over ter voldoening van het testament van zijn grootouders (Ke. 416 f. 19v.

in kwesties die hieromtrent waren gerezen waren Jan heren Simonsz., Pieter Gobburgenz. (jr.) en Andries Hugenz. scheidslieden geweest). 8 feb. 1388 vond tussen hen en Pieter Michielsz., hun oom, een scheiding plaats van de boedel van hun grootvader Michiel van der Heyde (Secr. 84 f. 37). Zij ontvingen daarbij diens ½ molen te Rijpwetering, diens Naaldwijkse lenen te Monster, 10 morgen land te Zoeterwoude, in leen gehouden van jvr. Lijsbeth van Rodenburg, 2 morgen grfl. leen ald., 5 morgen grfl. leen te Monster en de ½ van 24 morgen land, gemene voor gelegen met land van Pieter Michielsz. Ingevolge Michiels testament dienden zij de kanunnik van diens prebende 25 £ pay. te geven als deze t.b.v de prebende een huis kocht of liet bouwen.

6. Kerstine Frankendr.

ovl. na 3 jan. 1450 (C. Hoek, 'Acten betreffende Maasland', OV 24 (1969), 142).

familie:

tr. Claas Wermboudsz. (zie Wermboud Willemsz.).


Previous PageTop Of PageNext Page

Auteur Fred van Kan
Publicatie Het Leidse Patriciaat
Home www.janvanhout.nl