Home <— Leids Patriciaat

Previous PageHome PageNext Page

HOOGSTRAAT

HOOGSTRAAT

I. DIRK VEREN BAVENZ.

II. GERRIT (VAN DER) HOGESTRATEN (HOOGSTRAAT).

1. Dirk, volgt III.

2. Machteld

3. Beatrix

III. DIRK HOOGSTRAAT

1. Jan Vos Dirk Hoogstraatsz.

2. Gerrit Hoogstraat Dirksz.

3. Machteld


HOOGSTRAAT

I. DIRK VEREN BAVENZ.

ovl. voor 16 dec. 1328 (GvH. 243 f. 73), begr. St. Pieterskerk (Ke. 7 f. 58).

functie:

schepen 1307-08.

huisbezit:

11 huizen te 's-Gravenhage, ergens tussen Haagse Bos en Spui; hierop had zijn broer Hendrik 20 s. Holl. rente; zij gingen na panding 16 aug. 1323 over in handen van Gerrit Alewijnsz. en Jan Aarndsz. van Leyden, i.v.m. een som gelds die hij wijlen heer Pieter van Leyden schuldig was (RAZH, Fam. arch. De Riemer 28 p. 2-4 d.i. G.A. 's-Gravenhage, Arch. H. Geest 2 f. 172-174).

landbezit:

2½ morgen land te Honselersdijk, voor 1326 verkocht aan Pieter Jansz. van Leyden (GvH. 243 f. 5).

varia:

2 apr. 1309 beleend met een tiende tussen Leiden en Podikenpoel en langs de Maredijk, grfl. leen (GvH. 709 f. 11); 28 mei 1314 beleend door de graaf met een tiende tussen Leiden en Ter Wadding, na koop (GvH. 709 f. 11; opbrengend 10 £ p.j., vgl. Gr.v.Blois 91 f. 16 en volgende rek., GvH. 226 f. 81v.); 26 jan. 1315 na koop beleend met de korentiende (groot en klein) te Koudekerk a.d. Rijn door heer Diederik van Leyden (Hoek, 'Wassenaar', 138).

familie:

broer van Hendrik veren Bavenz., deze ovl. voor 22 sep. 1355 en hield van de graaf 5 morgen land te Hazerswoude in leen (GvH. 707 f. 12v.). Hendrik bezat te Zoeterwoude nabij de Rijn tussen Leiden en Ter Wadding land (samen met Pieter veren Ermegardenz.) en eveneens in Heynen hoeve ald., verm. 1326-30 (Ke. 493 f. 87 en v.); zijn rentebezit is reeds vermeld. Gezien de Haagse connecties van Hendrik en Dirk was wellicht een broer van beiden: Reiner ver Bavenz.; deze kocht 14 aug. 1313 4 morgen land met een woning te 's-Gravenhage en gaf deze uit in erfpacht; in 1315 kocht hij 1 £ op een hofstad (Rijnsburg 362 en 497). Dirk tr. Trude, dr. van Aarnd Snider van Leyden (zie Van Leyden), ovl. 1368-69 (Gr.v.Blois 95 f. 13v. en 96 f. 14); haar man tochtte haar aan zijn tiende tussen Leiden en Ter Wadding (Gr.v.Blois 91 f. 16 en volgende rek.). Zij besprak de H. Geest 1/3 van 4 gaarden land te Gelderswoude, gemeen liggend met land van Pieter van Leyden (W. 428 f. 35, hiervoor in de plaats droeg Jan van Leyden 22 jan. 1376 6 en 9 s.g.g. rente over). Zij bezat te Leiden 2 s.g.g. rente op een huis en erf aan St. Pieterskerksteeg, i.v.m. de aanleg van een straat 16 juni 1344 verplaatst naar de stadshofstede aan het zuideinde van de Breestraat (Ga. 455 f. 4v., Van Oerle, Leiden, I 113); verder sedert 14 feb. 1348 een rente van 10 s.g.g. op een huis en erf, wrsch. door haar nagelaten aan de H. Geest voor het houden van memoriediensten (W. 428 f. 24v.-25). Zoon:

II. GERRIT (VAN DER) HOGESTRATEN (HOOGSTRAAT).

ovl. voor 21 apr. 1363 (GvH. 226 f. 81v.).

functies:

sinds 1336 in grfl. dienst, klerk van de kost van de gravin 1341-44, 1359 kamerling van Machteld van Lancaster (zie hfdst. 6).

woonhuis:

aan de Breestraat (achter: de Vollersgracht), verm. 9 jan. 1369 (Nass. Dom. 6461 (44) f. 329v.). Zijn weduwe verm. alhier 27 nov. 1369 (Ke. 651), 14 feb. 1378 (W. 428 f. 40) en 10 mei 1395 (GvH. 228 f. 168v.).

landbezit:

22 sep. 1355 5 morgen land te Hazerswoude, grfl. leen, hem aanbestorven van zijn oom Hendrik veren Bavenz. (GvH. 228 f. 169v.).

varia:

bezat een korentiende, groot en klein te Koudekerk a.d. Rijn, in leen gehouden van Diederik van Leyden en later van de grafelijkheid (ingevolge grfl. toezeggingen van 16 dec. 1328 en 7 sep. 1335, GvH. 243 f. 73 en GvH. 709 f. 10v.); verder een tiende tussen Leiden en Podikenpoel en langs de Maredijk, alsmede een tiende tussen Leiden en Ter Wadding. Beide grfl. lenen (bezit af te leiden uit belening van zowel zijn vader als zijn zoon hiermee).

familie:

tr. Sophie, dr. van Gerrit Heinenz. Rottier (zie ald.), hij tochtte haar 18 sep. 1357 aan 5 morgen land te Hazerswoude (GvH. 709 f. 11). Zij ontving 25 okt. 1364 ½ van een ½ viertel land bij Boschuysen in leen van de abdij van Egmond (Egmond 598); verder bezat zij land te Oegstgeest, verm. 27 aug. 1385 (W. 428 f. 57); genoemd te Leiden als belendster aan het Steenschuur 15 okt. 1372 (W. 428 f. 30); te Leiden bezat zij de volgende renten:

- 9 s. 2 p.g.g. op een huis en erf aan St. Pieterskerkstraat, 26 dec. 1398 verkocht (RA. 50 f. 20v.);

- 4 £ 18 s. 9 p.g.g. met de houde op een erf van het St. Margrietklooster in de Leidse vrijheid (Klo. 1542);

- 25 s. 9 p.g.g. met houde op Simon Rondiels erf, naast voornoemd klooster (Klo. 1542) en

- 4 s. 2 p. 1 halling g.g. op Jan Costijnsz. van der Bregghes woonhuis aan de Maarsmanstraat (bevestiging 16 mei 1375, Ke. 50).

Zij ovl. 1402-03, begr. St. Pieterskerk (Ke. 323 (5) f. 19v.). Kinderen:

1. Dirk, volgt III.

2. Machteld

ovl. 1411-'12 (Ga. 334 (16) f. 17); werd 9 aug. 1375 poorteres met haar moeder als borg (Secr. 19 f. 42). tr. voor 21 mrt. 1375 Willem van Leeuwen, zoon van Willem van Leeuwen Dirksz. en Badeloge Aarnd Dirksz.dr. (Klo. 622; Van Leeuwen, Van Leeuwen, 250). Willem van Leeuwen ovl. 1381-'82 (vgl. J.C. Kort, 'Repertorium op de grafelijke lenen in Rijnland 1222-1650', OV 42 (1987), 393. Hun zoon Gerrit Hoogstraat (Ke. 7 f. 64v.) woonde wrsch. te Leiden (Ke. 323 (6) f. 13), hij werd er voor 22 aug. 1422 in St. Pieterskerk begr. (DuO. 2033 f. 14v.). Tr. 2e Dirk Nuweveen (Ke. 7 f. 58, zie aldaar).

3. Beatrix

tr. Andries Gerrit Zeveritsz.z. (Ke. 7 f. 58; W. 428 f. 57; Ke. 493 f. 49, zie Gerrit Zeveritsz. c.s.); hij verkocht 11 mei 1408 renten hem aanbestorven van zijn schoonmoeder (Klo. 1542).

III. DIRK HOOGSTRAAT

ovl. voor 1 juni 1412 (RA. 41f tussen f. 145 en v.).

functies:

schepen 1379-80, 80-81, 85-86; burgemr. 93-94, 94-95; zou volgens grfl. gunst aan zijn vader (29 jan. 1359) het eerste openvallende Dordtse schroodambt ontvangen (GvH. 225 f. 26).

landbezit:

* 23 feb. 1373 12 morgen land (1390: 13 morgen) te Voorschoten achter de kerk en 11½ morgen land aan de Heerstraat ald., grfl. leen; afkomstig van zijn grootmoeder Trude Dirk veren Bavenz. (GvH. 709 f. 11v., zie Van Leyden), kreeg 25 apr. 1389 permissie Lipsen ald. (8 morgen 4 hond land) ten vrij eigen te verkopen, dat zal een deel van de 11½ morgen hebben betroffen, althans, in 1390 werd hij met ledige hand alleen met het land achter de kerk beleend. Toch was later Lipsen in handen van zijn nageslacht, zodat deze naam zal hebben geslagen op beide complexen (GvH. 226 f. 135 en 301, 708 f. 5v.).

* 21 apr. 1363 5 morgen land te Hazerswoude, grfl. leen, 1390 beleend met ledige hand (GvH. 226 f. 81v. en 708 f. 5v.).

* ½ morgen 4 gaard land te Leiderdorp, gemene voor gelegen met land van zijn moeder, strekkend tot de Leidse stadsvest, verkocht 1 okt. 1385 (Ke. 493 f. 49).

* 4 hond, 2 gaard land achter Boschuysen, gemene voor gelegen met zijn moeder, verkocht 1 okt. 1385 (Ke. 493 f. 49).

* 10 hond 11 gaard land te Oegstgeest, verkocht 27 aug. 1385 aan de H. Geest (W. 428 f. 57).

borgstelling:

16 aug. 1371 Jan Niesenz., van Voorschoten (Secr. 19 f. 28v.).

varia:

zegel: poortgebouw van stad of burcht met 2 torens, schildhouder een adelaar (Ke. 962, 26 juli 1385); 21 apr. 1363 beleend door de graaf met ½ korentiende, te Koudekerk a.d. Rijn (groot en klein, de andere ½ hield de pastoor), een tiende bij Podikenpoel en 10 £ g.g. p.j. uit een tiende tussen Leiden en Ter Waddinge (d.w.z. de tiende van de heer van Beaumont, GvH. 226 f. 81v., Gr.v.Blois 157, 98 f. 16 en volgende rek.); met ledige hand beleend 1390 (GvH. 708 f. 5v.).

familie:

als maag van vaderszijde betrokken bij de verzoening inzake de moord op Floris van Rijsoirde 15 mei 1396 en 3 jan. 1397 (zie Gerrit Alewijnsz. c.s.). tr. 1e Cille Jan Vosdr. (Ke. 7 f. 58 en 89); tr. 2e Belij (van Schoten?), ovl. voor 15 nov. 1438 (Hoek, 'Rept. Hodenpijl', 253); 1 juni 1412 vond een boedelscheiding tussen haar en haar beide stiefzoons plaats (RA. 41f tussen f. 145 en v. = Blok, Rechtsbronnen, 37). Kinderen uit het 1e huwelijk:

1. Jan Vos Dirk Hoogstraatsz.

functies:

1412-13 grfl. kamerling (zie hfdst. 6), 1421 schout van 's-Gravenhage (GvH. 711 f. 22v.).

woonhuis:

aan de Vollersgracht, verm. 1414 en 1421, afkomstig van Claas Jansz. Vos; dit huis was met verschillende lasten bezwaard, de eigendom was ca. 1414 of vroeger door Boudijn van Zwieten aan Jan van der Woude overgedragen (RA. 50 f. 137-138; vgl. ook Ke. 323 (11) f. 42v.).

landbezit:

* 31 mei 1413 5 morgen land te Hazerswoude, afkomstig van zijn vader en grafelijk leen (GvH. 230 f. 91) (13 morgen en de woning te Voorschoten, Lipsen, droeg hij reeds 3 aug. 1412 op t.b.v. zijn broer, zie ald.).

rentebezit:

4 £ (wrsch. pay.) lijfrente ten laste van het klooster Leeuwenhorst, verm. 1414-18 (Lhorst. 20 f. 40v., 21 f. 40v., 23 f. 34v.).

varia:

31 mei 1413 beleend met 10 £ uit de tiende tussen Leiden en Ter Wadding, een tiende tussen Leiden en Podikenpoel langs de Maredijk en een korentiende te Koudekerk, afkomstig van zijn vader (GvH. 230 f. 91); opnieuw beleend 1 jan. 1421 (GvH. 711 f. 22v.); verkocht met Willem Andries Gerritsz.z., Bertelmeeus IJmmenz. en Wouter Jansz. 8 dec. 1412 renten te Marendorp, deed dit zeer wrsch. als voogd over de minderjarige kinderen van Andries Gerrit Zeveritsz.z. (Ga. 455 f. 84v.).

familie:

tr. 1e IJve Willem Bortsdr. (Ke. 7 f. 87v.), tochtte haar 1 jan. 1421 aan zijn korentiende te Koudekerk; (GvH. 711 f. 22v., zie Willem Luutgardenz. c.s.); tr. 2e Geertruud Willem Hendriksz.dr. (GvH. 712 f. 144).

2. Gerrit Hoogstraat Dirksz.

functies:

1412 een der raden en dienaren van Jan van Beieren, 1419 diens kamerling (zie hfdst. 6).

ambacht: 13 mei 1412 een gedeelte van de Naters, zie landbezit.

landbezit:

* 13 mei 1412 ontving hij een uitgiftebrief tot bedijking van de gorzen en slikken genaamd de Naters (op Voorne bij Brielle), samen met Boudijn van Zwieten, Gillis van Arnemuiden en Lourijs van Overvest (GvH. 117 f. 18 (XII)).

* 3 aug. 1412 13 morgen land en de woning te Voorschoten (Lipsen), ten noorden van de kerk, beleend door de graaf na opdracht door zijn broer Jan Vos (GvH. 230 f. 89v.).

familie:

tr. Odelt (Ke. 7 f. 87v.). Dochters:

a. Katrijn

had met haar zuster (?) Aagte een lijfrente van 2 nobel 15 groot alsmede van 3 nobel t.l.v. de stad (Secr. 513 f. 20v.).

?b. Aagte

tr. Pieter Willem Tedenz.z. (Secr. 513 f. 20v.; zie Willem Tedenz. c.s.).

Dochter uit het 2e huwelijk:

3. Machteld

(Hoek, 'Rept. Hodenpijl', 253).

ovl. tussen 5 mrt. 1434 en 4 apr. 1442 (Hoek, 'Domproostdij', 6, Hoek, 'Wassenaar', 427).

familie:

tr. 1e voor 31 aug. 1403 Gijsbrecht van der Horn (zie ald.). tr. 2e voor 26 mrt. 1408 Engel van Alkemade, ovl. voor 10 aug. 1422 (Hoek, 'Wassenaar', 427; Secr. 84 f. 72v., Hoek, 'Domproostdij', 6; Eschauzier, 'Van Hoogstraten', 172).

Jan Vos Huge Boudijnsz.z., ovl. 24 jan. 1434, broer van Gerrit Hoogstraat en met een Trude Bavenz. als moeder (Ke. 416 f. 89), valt hier niet te plaatsen (zie Willem IJsbrandsz. c.s.: IIIc.).


Previous PageTop Of PageNext Page

Auteur Fred van Kan
Publicatie Het Leidse Patriciaat
Home www.janvanhout.nl