Home <— Leids Patriciaat

Previous PageHome PageNext Page

HAMER

HAMER

I. JAN HAMER

1. Hendrik, volgt II.

2. Kerstant Jan Hamersz.

HENDRIK HAMER

III. DIRK POES HAMER.

1. Heer Jan Hamer

2. Steven Poes Hamer, volgt IV.

3. Beatrijs (zie ook Van Poelgeest II).

IV. STEVEN POES HAMER

1. Willem Steven Poesz.

2. Jan Hamer

3. Dirk Poes Stevensz.

4. Beatrise


HAMER

Het geslacht Hamer zal verwant zijn geweest met het geslacht van Pieter Gobburgenz., gezien de aanstelling van heer Jan Hamer tot vicaris van de St. Andriesvicarie gesticht door Philips van Leyden, het zegelen door heer Gerrit Hoogstraat, diens broer, voor Hendrik Hamer en het voorkomen van de naam Dirk Poes in beide families. Ook met het geslacht Rijswijc bestonden vermoedelijk familiebanden; vlg. de vrijwaring door leden van dat geslacht bij een verkoop door Dirk Poes Hamer (zie hierna).

I. JAN HAMER

tr. Katrijn (Kam, 'Memorieboek', 187). Een Jan Hamer verm. 24 sep. 1321 als belender aan de Rijn op het Hogeland (Ke. 821). Missch. dezelfde als de Jan Hamer te Leiden, die 1343 achterstallig was met rentebetaling aan de graaf (Hamaker, Rek. Holl., II 38). Zonen (zeer wrsch., vlg. Kam, 'Memorieboek', 187, W. 428 f. 93):

1. Hendrik, volgt II.

2. Kerstant Jan Hamersz.

ovl. voor 9 sep. 1369 (W. 428 f. 14).

woonhuis:

verm. als belender te Leiden 14 okt. 1345 (W. 428 f. 38v.). Op zijn huis vermaakte Philips van Leyden aan zijn prebenda nobilis 18 p.g.g. rente (7 mrt. 1372, Ke. 894); dit huis bevond zich mogelijk aan de Breestraat, waar zijn erfgenamen als belenders voorkomen (26 apr. 1372 W. 428 f. 58v.), evenals aan de Weversteeg, op 9 sep. 1369 (W. 428 f. 14).

rentebezit:

26 jan. 1343 1 £ g.g. op een huis en erf te Leiden, 27 okt. 1357 overgedragen op Hendrik Hamer (W. 428 f. 93).

familie:

tr. Alijd (tr. eerder Simon Jansz., uit welk huwelijk een zoon, heer Jan Simonsz.; NH. Kerkvoogdij 2032 f. 16).

HENDRIK HAMER

ovl. tussen 4 feb. 1368 en 12 mrt. 1381 (Ke. 322 f. 37v. en 493 f. 61v.).

functies:

grfl. klerk sinds 1339; 1355-57 klerk van de kost van Machteld van Lancaster en Willem V, 1359-62 rentmr. van Henegouwen (zie hfdst. 6).

woonhuis:

aan de Breestraat, verm. 4 feb. 1368 (Ke. 322 f. 37v.).

landbezit:

land en tienden, gekocht van gravin Margaretha; betaalde naast het reeds betaalde aan Willem (V) 8 feb. 1347 100 gouden schilden (GvH. 220 f. 11). Verbeurde zijn goederen daar hij zich tegen Willem V had gekeerd; kreeg deze op verzoek van gravin Margaretha, Jan van Beaumont en Walraven van Luxemburg 4 jan. 1355 weer terug (GvH. 222 f. 32v., vgl. ook f. 49v.).

rentebezit:

27 okt. 1357 1 £ g.g. op een huis en erf te Leiden, overgedragen door Kerstant Jan Hamersz. (W. 428 f. 93).

varia:

hield de visserij in de Devel onder Zwijndrecht in leen van de graaf, verm. 6 jan. 1355 (GvH. 222 f. 33); was 17 dec. 1357 scheidsman in een kwestie tussen heer Adam Hobbenz. en Pieter Jacobsz. van Bleyswic; voor hem zegelde toen heer Gerrit Pieter Gobburgenz.z. (Ke. 493 f. 61v.).

familie:

tr. Beatrise van Ham, die hij 6 jan. 1355 tochtte aan de mindere helft van de visserij in de Devel (GvH. 222 f. 33, zie ook Kam, 'Memorieboek', 187). Hun zoon was wrsch. (ibidem):

III. DIRK POES HAMER.

ovl. na 6 mrt. 1373 (Secr. 1735).

woonhuis:

aan de Breestraat, verm. 3 jan. 1358 (W. 429 f. 11 en tafel, zie ook huisbezit); verm. als belender aan de Nieuwe Rijn 8 jan. 1367 en 3 nov. 1368 (W. 428 f. 78 en 24v.).

huisbezit:

kocht 3/4 van wijlen Gerrit Screvels huis en erf aan de Nieuwe Rijn, ¼ behoorde aan diens weduwe toe; dit grensde aan zijn woonhuis en vormde aan de voorzijde een geheel met het huis van Dirk Poes' weduwe. Hij verklaarde 3 jan. 1358 de H. Geest de 7 s.pay. rente schuldig te zijn die Gerrit Screvel de H. Geest hierop besprak (W. 428 f. 15v.). Verm. als belender ald. 8 jan. 1367 en 3 nov. 1368 (W. 428 f. 78 en 24v.).

landbezit:

½ van 5 morgen land, het Sijlweer en de Grote Weyde, tussen Rijn en Vroonmade te Zoeterwoude; verkocht 6 mrt. 1373 aan Philips Andriesz. met vrijwaring door Frank Frankenz. en Simon Gerritsz. Rijswijc (Secr. 1735; overdracht voor schout en buren van Zoeterwoude 8 mrt. 1373, Amb.hrlh. Zoeterwoude 565).

borgstelling:

* 3 jan. 1365 Rembrand Goelenz., van Rijnsaterwoude (Secr. 19 f. 2v.).

* 3 aug. 1367 Dirk Jacobsz. van Stienhusen, van Wassenaar (Secr. 19 f. 11).

* 11 sep. 1367 Pieter Dirksz., zijn schoonzoon (Secr. 19 f. 11v.).

familie:

kinderen:

1. Heer Jan Hamer

functies:

clericus, verm. 14 juli 1374 en 4 apr. 1383 (Ke. 522 en 322 f. 10v.); notaris te Leiden 4 apr. 1383 (Ke. 322 f. 10v.); diaken 3 juni 1383 (Ke. 903); priester verm. 30 sep. 1389 (Ke. 322 f. 12); 1382/98-99 verm. als bedienaar van St. Andriesvicarie gesticht door heer Philips van Leyden (Ke. 493 f. 21 en 323 (1) f. 15). Deken van Nijvel (Ke. 418 f. 106). Ingeschreven aan de universiteit te Keulen 1394, wrsch. als docent (Keussen, Matrikel Köln, I 21, 1).

woonhuis:

aan St. Pieterskerkhof; dit behoorde tot St. Andriesvicarie (vgl. Philips van Leyden, zoon van Pieter Gobburgenz.). Het huis was 1382 in zijn handen gekomen; betaalde de voorhuur van 8 groten die verscheen na mr. Philips dood 3 juni 1383 aan Sophie, echtgenote van Simon Frederik (Ke. 903). Bewoonde dit huis 21 feb. 1416 nog (DuO. 1978 f. 36v.).

landbezit:

* 8½ morgen land op de Baerle te Zoeterwoude, verhuurd 12 mei 1383 voor 11 £ pay. p.j. (Ke. 835).

* 11 mei 1389 een uiterdijk aan de Mare te Leiderdorp; dit land werd wrsch. 9 mei 1393 in een belending genoemd (Ke. 1012, W. 428 f. 79v.).

rentebezit:

* 34½ groot met houde op een huis en erf te Leiden, verm. 9 mrt. 1410 (RA. 50 f. 91v.).

* 3 groten op Jan Poesz.'s huis en erf te Leiden, en

* een pandrente van 10 s. 1 p.g.g. op ditzelfde huis en erf, beide verm. 25 feb. 1403 (RA. 50 f. 40v.).

* 3 groten oude pacht op een huis en erf te Leiden, verm. 1405 (RA. 50 f. 53).

varia:

was 14 juli 1374 getuige toen heer Gerrit Jacobsz. testeerde (Ke. 522); hetzelfde 23 feb. 1382 voor Philips van Leyden (Ke. 896).

familie:

bemiddelde 8 feb. 1388 bij de boedelscheiding van Michiel van der Heydes nalatenschap (Secr. 84 f. 37, zie Van den Hove); behoorde tot het nageslacht van Philips van Leydens ouders (Ke. 895); zegelde 30 sep. 1389 t.b.v. zijn nicht en neefzegster Alijd Simonsdr. en haar man Willem Jan Willemsz.z. (zie ald. en Ke. 322 f. 12).

2. Steven Poes Hamer, volgt IV.

3. Beatrijs (zie ook Van Poelgeest II).

ovl. 5 okt. 1425, begr. St. Pieterskerk (Ke. 416 f. 75).

landbezit:

een leeg erf in Bouwen Louwensteeg, Marendorp (Secr. 1400).

rentebezit:

* 23 feb. 1387 1 £ pay. op een huis en erf te Leiden;

* 27 feb. 1397 3 s. 4 p.pay. pandrente op ditzelfde huis en erf; alles afgeschat 13 mei 1397 (RA. 50 f. 15).

* 6 nov. 1406 6 Eng. nobel op een huis en erf (RA. 50 f. 60v.).

* 10 s.g.g. op een huis en erf, verm. 14 dec. 1410 (RA. 50 f. 105).

* 10 s.g.g. op een huis en erf, verm. 14 dec. 1410 (ibidem).

* 1 £ g.g. op een huis en erf, 25 okt. 1411 afgeschat (RA. 50 f. 118v.).

* 2½ s.g.g. met houde en 1 £ pay. op een huis en erf, verm. 23 jan. 1418 (RA. 50 f. 183v.).

familie:

tr. Pieter Dirksz. (zie Van Poelgeest II).

IV. STEVEN POES HAMER

ovl. na 1412-13 (Ke. 323 (9) f. 12).

woonhuis:

mogelijk belendend aan een huis en erf in de boomgaard (21 sep. 1404) (Ke. 499); verkocht 20 feb. 1412, vrijwaring ½ door de stad, ½ door hemzelf; er rustte een schuldbrief van 28 nobel op (van 17 mrt. 1411; RA. 50 f. 125).

huisbezit:

* een huis en erf aan de Hogewoerd, verm. ca. 28 okt. 1391, dit behoorde voorheen aan Daniel Hubrechtsz. Hierop hadden Pieter Michielsz.'s kinderen en Floris die Meyer 2 s.g.g. rente met de houde (Secr. 84 f. 35v.).

* een huis en erf gemeen met zijn zoon Dirk Poes (diens ½ werd 1412 verkocht, RA. 50 f. 124).

varia:

hij was Daniel Hubrechtsz. een rente van 3 £ pay. verschuldigd, verm. 1388 (Secr. 84 f. 7). Werd 4 juni 1393 verbannen (Secr. 80 f. 52v.).

familie:

tr. 1e N.N., ovl. voor 21 dec. 1380 (RA. 2 f. 51); tr. 2e voor 21 dec. 1380 (RA. 2 f. 51) Stefanie, dr. van Willem Alewijnsz. en Geyl Jacob Vijfscellinxdr. (Secr. 1917); verm. als erfgename van haar moeder 15 okt. 1372, van haar vader 23 en 27 mrt. 1394 (Secr. 1917 en 1755-1756). Voor haar traden 23 feb. 1394 Claas en Willem Wermboudsz. op (Secr. 1755; tr. eerder Daniel Hubrechtsz., Secr. 84 f. 7 en 1839).

kinderen:

1. Willem Steven Poesz.

ovl. na 6 mrt. 1381 (Secr. 1736).

landbezit:

land te Zoeterwoude, gemene voor gelegen met Jan Hamer, Claas van Bakenese en Philips Andriesz. erfgenamen, hem aanbestorven van zijn moeder, 6 mrt. 1381 verkocht aan zijn broer Jan Hamer (Secr. 1736).

2. Jan Hamer

ovl. voor 14 feb. 1391 (Ke. 322 f. 14).

landbezit:

6 mrt. 1381 land te Zoeterwoude (zie bij zijn broer Willem).

familie:

tr. Clara (Ke. 416 f. 77v.), verm. 14 feb. 1391 als belendster te Marendorp (Ke. 322 f. 14); tr. 2e Kerstine? (ovl. na 1413-14, Ke. 323 (10) f. 13v.). Zoon:

a. Hendrik Hamer

vermaakte 21 sept. 1427 St. Pancraskerk 5 kronen (W. 429 f. 21 en tafel).

beroep:

1401-02 betaling aan hem voor metselwerk (Ga. 334 (6) f. 18).

familie:

tr. Ermgard, zij woonde 1421 met haar broer Jan aan de straat van Marendorp, daarop had de H. Geest 22 s.pay. rente (W. 429 f. 21 en tafel); ovl. 21 sep. 1427, liet St. Pancraskerk 5 kronen na voor memoriediensten (Ke. 416 f. 77v.). Dochter:

A. Ermgard (Ke. 418 f. 98v.).

3. Dirk Poes Stevensz.

woonhuis:

aan de Breestraat, 1412 verkocht voor 48½ nobel 16½ bot (incl. de inboedel); hierop waren gevestigd:

- 27½ nobel (schuldbrief van 3 juli 1411),

- 18 nobel (schuldbrief van 7 mrt. 1411), betaald tot 1½ nobel,

- 28 Eng. nobel (schuldbrief van 18 juni 1411), tot 20 gouden nobel betaald,

- een brief waaraan nog 17½ nobel ontbrak, nu tot 5 nobel betaald (27 okt. 1410),

- 21 nobel (schuldbrief van 19 feb. 1411) t.b.v. Jan Taey,

- 3 s.g.g. rente t.b.v. de H. Geest (met 3 jaar achterstal; RA. 50 f. 124).

huisbezit:

* een ½ huis en erf, gemeen met zijn vader, 1412 verkocht voor 19½ nobel (RA. 50 f. 124).

* een huis en erf, 15 feb. 1412 verkocht, hierop rustte 2 s.pay. met houde t.g.v. Beatrijs Pieter Dirksz. (RA. 50 f. 124v.).

landbezit:

1409-10 ½ raamstede, gehuurd v. St. Pieterskerk (Ke. 323 (8) f. 15v.).

4. Beatrise

ovl. in of na 1419 (Secr. 84 f. 246). Tr. Wermbout Willemsz. (zie ald. en Kam, 'Memorieboek', 187).


Previous PageTop Of PageNext Page

Auteur Fred van Kan
Publicatie Het Leidse Patriciaat
Home www.janvanhout.nl