Home <— Leids Patriciaat

Previous PageHome PageNext Page

PIETER GOBBURGENZ. C.S.

PIETER GOBBURGENZ. C.S.

I. HEIN PHILIPSZ.

1. Pieter Gobburgenz., volgt IIa.

2. Philips veren Gobburgenz., volgt IIb.

3. Reiner Gobburgenz.

4. Geye Gobburgenz., volgt IIc.

?5. Willem Gouburgisz.

IIa. PIETER (VEREN) GOBBURGENZ.

1. Heer Gerrit (Hoogstraat) Pieter(sz.) (Gobburgenz.z.)

2. Heer Dirk Poes

3. Jan Pietersz., volgt IIIa.

4. Frank

5. Mr. Philips van Leiden, volgt IIIb.

6. Liddeld.

7. Gobburg

8. Margriet.;

9. Kerstine.

IIIa. JAN PIETERSZ.

1. Gerrit Jan Pietersz.z.

2. Pieter Jan Pietersz.z.

3. Lisebet

4. Dirk Poes Jan Pietersz.z., volgt IVa.

IVa. DIRK POES JAN PIETERSZ.Z.

1. Gerrit Poes Jansz.z.

IIIb. MR. PHILIPS VAN LEYDEN.

IIb. PHILIPS VEREN GOBBURGENZ. (PHILIPS HEINENZ.)

1. Huge Philipsz., volgt IIIc.

2. Jan Philips, volgt IIId.

3. Heer Bertelmeeus Philipsz.

IIIc. HUGE PHILIPSZ.

1. Pieter Hugenz., volgt IVb.

2. Huge

3. Haasken

4. Elisabeth

IVb. PIETER HUGENZ.

1. Claas van Zwieten, volgt Va.

2. Huge van Zwieten, volgt Vb.

3. Beatrix

Va. CLAAS VAN ZWIETEN PIETER HUGENZ.

1. Rembrand Claasz. van Zwieten

Vb. HUGE VAN ZWIETEN PIETER HUGENZ.Z.

1. Willem van Zwieten alias van Alkemade

2. Maritge

3. Willem van Zaanden

4. Claas van Zwieten

IIId. JAN PHILIPSZ.

1. Heer Philips Jansz., volgt IVc.

2. Odelant Jan Philipsz.dr.

3. Lijsbeth

IVc. HEER PHILIPS JANSZ.

IIc. GEYE GOBBURGENZ.

1. Rembrand Vink Geyenz., volgt IIIc.

2. Frank Geyenz.

3. Jacob Geyenz.

4. Heer Dirk Gravekijn

5. Pieternelle

IIIc. REMBRAND VINK GEYENZ.

1. Jacob Rembrand Vinkenz., volgt IVd.

2. Heer Gerrit Vinkenz.

3. Ave

4. Margriet.

IVd. JACOB REMBRAND VINKENZ.

1. Rembrand Vink(enz.) (Jacobsz.)

2. Simon Jacob Vinkenz.

3. Gerrit Jacob Vinkenz.

4. mr. Dirk Jacob Vinkenz.

5. Pieternelle.

6. Jan Aagt.

7. Geertruid.

8. Beatrise Jacob Vinkendr.


PIETER GOBBURGENZ. C.S.

Zie voor dit geslacht: Leverland, 'Philips van Leyden', Leupen, Filips van Leiden, m.n. 37 e.v. en Jacobs, 'Rembrandt verwant met Philips van Leyden'.

I. HEIN PHILIPSZ.

tr. Gobburg. Is hij de Hein Philipsz. die 1326-30 in de ontginning Boschuysen voorkomt met 2 morgen 4 gaard land? (Ke. 493 f. 87v.). Kinderen (volgorde willekeurig):

1. Pieter Gobburgenz., volgt IIa.

2. Philips veren Gobburgenz., volgt IIb.

3. Reiner Gobburgenz.

functie:

schepen 1324-25.

woonhuis:

Breestraat; vestigde hierop 5 s.g.g. rente p.j. t.b.v. Gerard Alewijnsz.' vicarie (Ke. 322 f. 3, zie Gerrit Alewijnsz. c.s.).

landbezit:

een kamp land van 8 morgen onder Zoeterwoude in de Weipoort (Onnersvoir), waarvan 1 morgen aan Gerrit Dijn behoorde. Vermaakte dit land met zijn echtgenote 24 nov. 1318 aan de H. Geest; zolang zij beiden in leven waren, huurden zij het land tegen 10 s. p.j.; bij ovl. van een van hen ontving de H. Geest de halve huur. Reiner droeg 23 jan. 1333 de helft van het land over; voor de andere helft bleef hij huur betalen (5 s.g.g.; W. 428 f. 2v., 3 en 7v., W. 429 f. 2 en tafel). Dit land komt voor in de hoefslag van de Zwietersluis als omvattend 7 morgen, 11 gaard en 8 voet (Ke. 493 f. 88).

rentebezit:

10 okt. 1330 4 s.g.g. op een huis en erf bij het Steenschuur (W. 428 f. 14).

schenking:

1 £ aan St. Catharinagasthuis voor memoriediensten, ingevolge testament van 24 nov. 1318 (zie landbezit); bij overlijden van een van beiden ontving het gasthuis 10 s. (Ga. 455 f. 5v.).

familie:

tr. Badeloge, ovl. kort voor 23 jan. 1333 (W. 428 f. 3).

dochter:

Gobburg Reinersdr., droeg hoger genoemde 4 s.g.g. rente 3 okt. 1346 over aan O.L.V.kapel (W. 428 f. 14).

4. Geye Gobburgenz., volgt IIc.

?5. Willem Gouburgisz.

voldeed 1336 namens de leenmannen de pacht aan de Utrechtse Domproostdij voor een goederencomplex te Leiderdorp (Hoek, 'Domproostdij', 4).

IIa. PIETER (VEREN) GOBBURGENZ.

ovl. tusssen 25 apr. 1335 en 20 apr. 1342 (Ke. 657 en 1084), begr. St. Pieterskerk (Ke. 415 f. 80).

functies:

schepen 1304-05, 33-34, 34-35; burgemr. 1324-25.

(woon?)huis: verm. 13 juli 1329 in een belending (Ga. 455 f. 6).

landbezit:

* 5 morgen, 9 gaard, 2 voet land te Zoeterwoude nabij de Leidse vaart, verm. 1326-30 (Ke. 493 f. 87).

* 5 morgen, 30 gaard land te Zoeterwoude ten noorden van Rodenburger wetering verm. 1326-30 (Ke. 493 f. 87).

* 11 morgen 16½ gaard land tussen de stad en Rodenburger wetering onder Zoeterwoude, verm. 1326-30 (Ke. 493 f. 87v.), wrsch. was voornoemd land hierin begrepen.

* land te Leiden in de Waard te Gansoorde, verm. 25 apr. 1335 (Ke. 657).

stichting:

een vicarie in St. Pieterskerk (zie zoon Gerrit Hoogstraat).

varia:

zegel: de Leidse sleutels (Ke. 661, 12 apr. 1335).

familie:

tr. Kerstine Frankendr., begr. St. Pieterskerk (Ke. 415 f. 80, zie Rijswijc). Met haar kinderen verklaarde zij 20 apr. 1342 dat uit haar nalatenschap 10 £ g.g. bestemd zou zijn voor een vicarie voor haar zoon Philips, zolang deze leefde (Ke. 1084). Diezelfde dag deden haar kinderen t.b.v. haar afstand van hun vaders nalatenschap (Ke. 1085).

kinderen:

1. Heer Gerrit (Hoogstraat) Pieter(sz.) (Gobburgenz.z.)

ovl. tussen 2 feb. 1368 en 7 mrt. 1372 (Ke. 902 en 894).

functies:

grfl. klerk ca. 1320-32 (zie hfdst. 6); vicaris van de door zijn vader gestichte kapelanie (Ke. 322 f. j); pastoor van Noordwijk, verm. 16 jan. 1357 - 3 jan. 1363 (Ke. 322 f. j, Ke. 645 en 673). Was hij de heer Gerrit van Nortich, priester, die uit handen van Jan van Polanen de eerste vacante cure in Westfriesland zou ontvangen? (akte van 5 mrt. 1326; GvH. 324 f. 19).

woonhuis:

aan St. Pieterskerkhof, verm. 12 feb. 1361 (Ke. 645); achter langs zijn erf liep de St. Pieterskerkgracht (Ke. 636); dit huis was later in handen van zijn broer Philips (zie ald.). Aan St. Pieterskerkhof, nabij het begijnhof, 2 feb. 1368 vermelding van zijn woning (Ke. 902).

huisbezit:

12 feb. 1361 een huis en erf te Leiden gekocht van Godevaart Claasz (zie ald.), aan St. Pieterskerkhof tussen de Commanderij van de Duitse Orde en het huis en erf voornoemd van Gerrit zelf; er rustten renten op: 26 s. 2 p. met de houde (Ke. 645). Dit huis werd later verenigd met hoger genoemd huis en was toen in bezit van Gerrits broer Philips (zie ald.).

landbezit:

* 8 en 4 morgen land te Woerden en

* 4 morgen land te Kamerik, 1357 aan zijn vicarie geschonken (Ke. 322 f. j).

* 25 apr. 1335 ½ van 3/4 van 11½ hond land in de Waard, te Gansoorde, gekocht van Jan Frankenz. voor 12 £ (Ke. 657).

rentebezit:

* 12 apr. 1335 1 £ g.g. op een huis en erf te Leiden (Ke. 661).

* 16 mei 1337 10 s.g.g. op voornoemd huis en erf (Ke. 662).

* 14 jan. 1348 10 s.g.g. op 3/4 van een huis en erf aan de Breestraat, hoek Weversteeg; droeg de rente 25 mei 1349 over aan heer Volprecht van den Woude (Ke. 994).

* 14 jan. 1348 10 s.g.g. op een huis en erf aan de Breestraat (ibidem).

De helft van:

* 10 s.g.g. op een huis en erf aan de Vollersgracht;

* 31 p.pay. op Claas van der Horsts huis en erf (later in handen van zijn broer Philips).

* 8 s.g.g. op een huis en erf te Leiden;

* 3 s. 1 p.pay. op het huis en erf van Alijd Jan Zoetincs weduwe. De andere helft van deze renten kocht hij 3 jan. 1363 van Gillis van Zwieten. Genoemde renten waren wrsch. afkomstig van Frank Jansz. (Rijswijc) (Ke. 673 en 648).

* 20 juli 1354 20 s.g.g. op een huis en erf van Huge van der Hant bij het Steenschuur (Ke. 636).

stichting:

hernieuwde de door zijn vader in St. Pieterskerk gestichte vicarie; voor de schenkingen hieraan zie landbezit. Bisschoppelijke bevestiging 16 jan. 1357 (Ke. 322 f. j).

varia:

29 juli 1345 door zijn broer Philips gemachtigd om diens bezittingen te beheren (Ke. 1086). Wrsch. executeur-test. van heer Jan Philipsz. (26 mei 1353, Ke. 1008).

familie:

was Dirk Poes heren Gerritsz. zijn zoon? (vgl. o.m. W. 581, 12 juli 1383, Secr. 19 f. 81v., 4 juli 1389 en Ke. 323 (1) f. 8v. 1398-99). Heer Huge van der Hant noemde hem 20 juli 1354 neef (Ke. 636).

2. Heer Dirk Poes

(vice-)cureit van St. Pancras voor 8 juni 1365 (Leverland, 'Kapittel van St. Pancras', 63).

3. Jan Pietersz., volgt IIIa.

4. Frank

(Ke. 895).

kinderen:

a. IJsbrand

(Ke. 895).

zoon:

IJsbrand IJsbrandsz., verm. 7 mrt. 1372 (Ke. 895).

b. Agatha.

Zoon:

Frank verm. 7 mrt. 1372 (Ke. 895).

c. Lisebet

ovl. voor 29 nov. 1381, liet 3 morgen land aan de Rodenburgerlaan te Zoeterwoude na, die vererfden op haar zwager Wouter van der Bregghe (Ga. 455 f. 44v.).

d. Alijd

tr. Wouter van der Bregghe (Ke. 895, zie ald.).

N.B. 26 mei 1353 keerde heer Gerrit Pieter Gobburgenz.z., waarsch. als executeur-test., zekere gelden uit de erfenis van heer Jan Philipsz. uit aan Frank Frankenz., dit in opdracht van Dirk, Jan en Gerrit Franken kinderen. Heer Gerrit wordt daarbij oom van Frank Frankenz. en van de laatsten genoemd, zodat zij hoogstwaarschijnlijk 4 broers zijn en gezien hun patronym zoons van heer Gerrits broer Frank (Ke. 1008).

5. Mr. Philips van Leiden, volgt IIIb.

6. Liddeld.

ovl. voor 23 feb. 1382, wrsch. reeds voor 27 aug. 1369 (Ke. 894, 896 en 415 f. 25v.).

woonhuis:

aan St. Pancraskerkgracht, strekkend tot de Burchgracht, verm. 27 juli 1356 en 24 aug. 1357 (Ke. 493 f. 17v.); hierop had Jan van Zijl 5 s.g.g. rente (in zijn plaats 24 aug. 1357 Albaren Albarenz., 31 aug. 1357 Simon Duvenz. en 11 juni 1358 heer Volprecht van den Woude (ibidem). Dit huis was later in handen van Philips Jan Oemenz. en echtgenote (zie Oem).

rentebezit:

* 3 nov. 1338 9 s. 3 p.g.g. op een huis en erf aan de Rijn, 15 juli 1357 vermaakt aan de H. Geest voor memoriediensten (W. 429 f. 14 en tafel, Kam, 'Memorieboek', 191).

familie:

tr. Hendrik Woutersz., die haar 8 aug. 1332 tochtte aan de helft van 2 akkers land te Aarlanderveen (GvH. 242 f. 77v.). Deze was ws. een zoon van Wouter van den Veen, verm. 1281 (Muller, 'Het Oude Register', 198 = De Fremery, Supplement, 180; zie ook Van den Veen).

7. Gobburg

tr. Gerrit, zoon van Jan des Persoenresneve (zie Pieter Gobburgenz. jr. c.s.).

8. Margriet.;

ovl. tussen 7 mrt. 1372 en 23 feb. 1382 (Ke. 894 en 896). Tr. Gerrit van Oegstgeest Rutgersz. (Ke. 896 en zie ald.).

9. Kerstine.

ovl. tussen 20 apr. 1342 en 24 mei 1345 (Ke. 1084, Secr. 1885). Bezat het Voghellant onder Leiderdorp (1391 gedeeltelijk binnen Leiden gelegen; Secr. 84 f. 36v.). Tr. Michiel van der Heyde (zie Van den Hove).

IIIa. JAN PIETERSZ.

ovl. voor 27 apr. 1363 (Ke. 420 f. 76).

functie:

schepen 1350-51, 1351-52.

woonhuis:

aan de Rijn, verm. 29 dec. 1348 (Ke. 601) (zijn weduwe verm. aan de Nieuwe Rijn, zie hierna).

huisbezit:

een huis en erf aan de Rijn, 29 dec. 1348 uitgegeven tegen 3 £ g.g., voorhuur 30 s.; belendend aan zijn huis ald. (Ke. 601).

landbezit:

* 8 feb. 1353 4½ morgen land te Zoeterwoude, ten vrij eigen gekocht van de graaf (GvH. 244 f. 31v.).

* 11 juli 1353 de Ponsciaenskamp, de Meerganc, de Smalhael, 4 hond land op de Burch, de steenplaats, het bos (de Loete) en de Noeterdijc, alles te Zoeterwoude, gekocht samen met Willem Jans Mansz.z., Gerrit Lisebettenz., Jan Hugenz. en Pieter Woutersz. (Ke. 493 f. 36v.).

* de helft van de Brigmade te Leiderdorp, voor 11 nov. 1342 gekocht (Ke. 493 f. 32v.).

rentebezit:

* 1 apr. 1345 4 s.g.g. op een huis en erf aan de Rijnstraat, strekkend tot de gracht, door zijn weduwe aan de H. Geest overgedragen (zie den Hoesche en W. 428 f. 86).

* 29 dec. 1348 3 £ g.g., zie huisbezit.

* 34 p.g.g. samen bezeten met Willem Clarenz., op heer Willem Nannenz.'s woonhuis en erf, verm. 27 apr. 1363, in handen van weduwe en kinderen (Ke. 420 f. 76).

varia:

zegel: de Leidse sleutels met een ster in het schildhoofd (Ga. 784, 14 dec. 1351).

familie:

tr. Jutte, dr. van Jan die Hoesche, ovl. 19 nov. 1403 (Kam, 'Memorieboek', 214; Ke. 416 f. 37, zie Die Hoesche). Verm. met kinderen in belending aan St. Pancraskerkgracht 1369 (Ke. 415 f. 12v.), zelf verm. als belendster aan de Nieuwe Rijn, op het Hogeland 13 jan. 1384 (Ke. 416 f. 27v., zie ook hierna). Zij stichtte 6 nov. 1399 een kapelanie gewijd aan Maria Magdalena (bisschoppelijke bevestiging 12 nov. 1399); schonk hieraan 3 morgen land te Leiderdorp, 4½ hond te Oegstgeest en 4 £ pay. rente op haar huis aan de Nieuwe Rijn. De collatie zou bij gebrek aan nageslacht voor het St. Catharinagasthuis zijn. 12 nov. 1399 werd Dirk, zoon van mr. Jan van Hairlem, tot vicaris aangesteld (Ke. 322 f. 81-82). Haar verdere rentebezit omvatte 1 £ rente pay., geschonken aan St. Pancraskapittel voor memoriediensten (1369; Ke. 415 f. 22); 5 s. 2 p.g.g. met houde op een huis en erf nabij de Breestraat, eenzelfde rente op een huis daarnaast en 3 s. met houde op kameren aangrenzend (RA. 50 f. 24v.).

kinderen:

1. Gerrit Jan Pietersz.z.

ovl. 19 aug. 1369, liet St. Pancras voor memoriediensten 12 £ na (Ke. 415 f. 24v.).

2. Pieter Jan Pietersz.z.

ovl. 1 aug. 1369, begr. St. Pieterskerk (Ke. 415 f. 22).

3. Lisebet

ovl. 29 juli 1369, tr. Dirk Mourijnsz. Liet 12 £ pay. na aan St. Pancraskapittel t.b.v. memoriediensten (zij behoorde niet tot St. Pancrasparochie; Ke. 415 f. 21v.).

4. Dirk Poes Jan Pietersz.z., volgt IVa.

IVa. DIRK POES JAN PIETERSZ.Z.

ovl. na 3 jan. 1397 (GvH. 199 f. 26v.).

functie:

schepen 1369-70, 74-75, 80-81.

woonhuis:

hierop 20 s.g.g. rente door Lijsbet Franken en 18 s. 4 p.pay. rente door Coen IJsac besproken t.b.v. de H. Geest, die tot panding overging en voor 1380 2 s. 8 p. 1 hallinc pay. pandrente toegewezen kreeg (W. 1765 f. 6).

landbezit:

1 hond land te Zoeterwoude, in een kamp van 8 morgen; 26 juli 1385 verkocht aan heer Jacob Claasz. t.b.v. St. Nicolaasvicarie (Ke. 962).

varia:

zegel: een reptiel, aan bovendien de Leidse sleutels, aanvankelijk de Leidse sleutels met een reptiel in het schildhoofd (Leverland, 'Philips van Leyden', 94 en afb. 10 en 11). Executeur-test. van Philips van Leyden (aanstelling 7 mrt. 1372, verm. 18 aug. 1382; Ke. 894, 493 f. 21).

familie:

als maag van vaderszijde 15 mei 1396 en 3 jan. 1397 betrokken bij de verzoening inzake de moord op Floris van Rijsoirde (zie Gerrit Alewijnsz. c.s.).

zoon:

1. Gerrit Poes Jansz.z.

functie:

schepen 1413-14, 14-15, 16-17, 17-18.

woonhuis:

in St. Pietersparochie (1406-07; Ke. 323 (7) f. 17v.); een gedeelte van het stadhuis (aan de Breestraat) lag op de plaats van zijn voormalige huis (1412-13; Rek. Lei., I 260).

landbezit:

11 hond land aan de vest alsmede 14 hond, ofwel te Leiden, ofwel te Leiderdorp; voor 26 mrt. 1408 verkocht (Secr. 84 f. 73).

rentebezit:

* 3 £ met de houde op een huis en erf aan de Rijn afkomstig van zijn grootvader, 15 jan. 1412 verkocht (Ke. 601).

* 15 s.g.g. met houde op een erf en huis te Leiden.

* 5 s.g.g. met houde op een huis en erf op de hoek van Boudijn Louwensteeg.

* 9 s.g.g. met houde op Gerrit Jan Grietenz.z. huis en erf te Marendorp.

* 3 s.g.g. met houde op een huis en erf over de gracht.

* 3½ s.g.g. met houde op een huis en erf te Leiden.

* 3½ s.g.g. met houde op een huis en erf ald.

* een rente g.g. met houde op een huis en erf ald.

* 5 p.g.g. met houde op een huis en erf ald.

* 3 s.g.g. met houde op een huis en erf ald.

* 7 s.g.g. met houde op 2 kameren ald.

* 5 s.g.g. met houde op een huis en erf ald.

* 5 s.g.g. met houde op een huis en erf ald.

* 3 s.g.g. met houde op een huis en erf ald.

* 5 en 3 p.g.g. met houde op een huis en erf ald.

* 3½ s. 3 p. met houde op een huis en erf en ledig erf ald.

* 3½ s. 3 p. met houde op een huis en erf ald.

* 3½ s. 3 p. met houde op een huis en erf ald. en een onbebouwd erf van Gerrit Jan Grietenz.z. te Marendorp.

* 3 s. 9 p. met houde op een huis erf te Marendorp.

* 3½ s. 3 p.g.g. met houde op een huis en erf te Leiden.

* 3 s. 1 p. met houde op een huis en erf ald.

* 8 s. 4 p. met houde op een huis en erf ald en 2 lege erven ald.

* 4 s. 2 p.g.g. met houde op een huis en erf ald.

* 11 s.g.g. met houde op kameren ald.

* 8 s. 4 p.g.g. op kameren ald.

* 4 s. 2 p.g.g. met houde op een huis en erf ald.

Het totaal van deze renten droeg hij over aan de weduwe en kinderen van Gijsbrecht van der Horn (Secr. 84 f. 75v.).

* 3 groten op huis en erf te Leiden, 8 dec. 1415 afgeschat (RA. 50 f. 151).

* 13 nobel lijfrente t.l.v. de stad verm. 1412-13 (Secr. 513 f. 18v.).

* recht van houde, zonder rente, op een brouwhuis aan de Rijn, verm. 3 feb. 1417 (RA. 50 f. 179v.).

* 2 s.pay. op een huis en erf te Leiden, verkocht 26 okt. 1419 aan het St. Pancraskapittel (Ke. 493 f 94v.).

borgstelling:

6 dec. 1409 Bartoud van Assendelft (Secr. 20 f. 36).

varia:

zegel: een draakje (Ke. 654, 25 feb. 1415). Pachter van de visaccijns te Leiden 9 apr.-21 mei 1413 (Rek. Lei., I 218).

IIIb. MR. PHILIPS VAN LEYDEN.

ovl. 9 juni 1382, begr. St. Pieterskerk in het graf van zijn ouders (Ke. 415 f. 80).

functies:

priester, 1349 verm. als licentiatus in decretis te Orleans (zie opl.); klerk van het grfl. register 1351-57, gezant aan het pauselijk hof 1357-63 (zie hfdst. 6); 12 juni 1355 aangewezen door de graaf tot pastoor van St. Nicolaaskerk te Amsterdam, bekleedde dit ambt nimmer; sedert 3 mei 1357 kanunnik van St. Marie te Condé; lector in de decretales te Parijs 1365 en vroeger; kanunnik en thesaurier van St. Pancraskapittel vanaf 1366; bekleedde daar zijn St. Andriesprebende; kanunnik van de Hofkapel sinds 1367; ca. 1370 bekleed met 1/8 van de zielzorg te Zierikzee, later deken van het aldaar opgerichte kapittel; bisschoppelijk vicaris 1371/72-1376/78 (Leupen, Filips van Leiden, 106-111).

opleiding:

studeerde rechten te Orleans sinds 1339-40, voor 31 jan. 1349 licentiatus in decretis, 1369 doctor decretorum (Leupen, Filips van Leiden, 32 en 34; Julien de Pommerol, Sources de l'histoire des Universités, 251, 18.6.01).

woonhuizen:

* St. Pieterskerkhof, naast St. Pieterskerkgracht en het huis van de Duitse Orde, gezien de belendingen afkomstig van zijn broer heer Gerrit en een samenvoeging van diens huis en het voormalige huis van Godevaard Claasz. daarnaast. Hierop had Simon Frederik een rente met de houde. Schonk het huis 7 mrt. 1372 aan zijn St. Andriesvicarie als woonhuis voor de vicaris; hij had dit huis aanvankelijk zelf bewoond. Hij bepaalde 7 mrt. 1372 bovendien dat zijn bibliotheek hier bewaard diende te worden. Het huis mocht volgens beschikking van 2 juni 1382 niet worden vervreemd (vgl. heer Gerrit Hoogstraat; Ke. 903, 894, 895 en 1412).

* aan St. Pancraskerkhof gekocht van Daniel uten Pol, opbrengend 4 £ g.g. p.j.; 7 mrt. 1372 door hem aan zijn St. Nicolaasvicarie geschonken (Ke. 894).

* aan St. Pancraskerkgracht, afkomstig van zijn zr. Liddeld. Gekocht van Simon Rijswijc en Willem Jansz. De laatste had het in 1376 gekocht van Pieter en Liddeld, Philips Jan Oemenz. kinderen (zie Oem). Hij bouwde het huis opnieuw op; 23 feb. 1382 schonk hij het aan zijn St. Nicolaasvicarie als woonhuis voor de vicaris; ook dit huis mocht niet worden vervreemd. Hij vestigde er 4 s.g.g. rente op t.b.v. zijn prebenda nobilis (Ke. 415 f. 25v.; Ke. 896 en 1412).

* een huis te Utrecht, verm. 23 feb. 1382 (Ke. 896).

* een huis en erf te 's-Gravenhage, verm. 17 mei 1374 (Rijnsburg 558).

huisbezit:

2 huizen en erven, opbrengend 5 £ 10 s.pay. gelegen achter Philips huis, wrsch. aan St. Pieterskerkgracht (Ke. 894).

landbezit:

* na 13 mei 1355 10 morgen land te Waarder, 30 okt. 1368 overgedragen aan St. Pancraskapittel t.b.v. zijn 2 prebenden. Dit moet het land zijn dat hij later vermaakte aan zijn prebenda nobilis, klaarblijkelijk een van beide prebenden (zie hierna, stichtingen).

* land te Waarder, belendend aan het bovenstaande (Ke. 493 f. 20v.).

* 2½ morgen land te Zoeterwoude, naast de Sleter, 7 mei 1372 aan zijn St. Nicolaasvicarie vermaakt (Ke. 894).

* 3 morgen land aan de Mare te Leiderdorp (ibidem).

* 5 morgen land te Zoeterwoude, Altevrooscamp, aan Rodenburger wetering (ibidem).

* 27 nov. 1375 3 morgen land te Oegstgeest (Ke. 758).

* 30 sep. 1376 10 hond land te Oegstgeest bij de Nieuwe weg (Ke. 904).

* 30 juni 1379 ½ van 8½ hond, 36 gaard, 9 voet land te Zoeterwoude, gekocht van Willem Jacobsz., tr. Liddeld Philips Jan Oemsz.dr. (Ke. 908).

* 13 mei 1380 3½ morgen, 9 gaard en 1½ morgen land te Oegstgeest, gekocht van Louris Claasz., 23 feb. 1382 aan zijn St. Nicolaasvicarie geschonken (Ke. 493 f. 20v.); overdracht van het eerste perceel (dan 2 morgen, 9 gaard), 18 aug. 1382 door zijn executeurs-test. aan zijn St. Andriesprebende (Ke. 493 f. 21).

* 16 juni 1380 1 morgen 30 gaard land te Zoeterwoude, in de Oude Made (totaal 3½ morgen, 30 gaard, het overige behoorde aan heer Jan Rutgersz.'s vicarie); gekocht van Rutger Heylenz. (Ke. 493 f. 21). 23 feb. 1382 aan zijn St. Andriesvicarie geschonken (Ke. 896; 18 aug. 1382 overdracht door zijn executeurs-test. aan zijn St. Andriesprebende (Ke. 493 f. 21). Hieraan belendde:

* land te Zoeterwoude (Ke. 493 f. 21).

* 1 morgen land te Alphen, afkomstig van zijn oom Dirk Frankenz. (Rijswijc), 23 feb. 1382 aan zijn vicarie geschonken (Ke. 896).

* 8 morgen, 2 hond, 20 gaard land te Zoeterwoude, gekocht van Walich Jansz., tr. zijn nicht Kerstine van Oegstgeest; 23 feb. 1382 aan zijn St. Andriesvicarie geschonken (Ke. 896).

rentebezit:

* renten op huisjes bij het Steenschuur, afkomstig van zijn oom Dirk Frankenz., samen met de erfgenamen van zijn oom Gerrit Rijswijc bezeten; 7 mrt. 1372 aan zijn St. Nicolaasvicarie vermaakt (Ke. 894).

* 3 £ 16 s.g.g. met houde op de Corte Hofsteden in het het Nieuweland, naast de stadsmuur bij de vesten, 7 mrt. 1372 geschonken aan zijn St. Nicolaasvicarie (Ke. 894).

* 30 s.g.g. op een huis en erf te Leiden, afkomstig van zijn broer Gerrit, 7 mrt. 1372 geschonken aan zijn St. Nicolaasvicarie (Ke. 894).

* 20 s.g.g. met houde op een huis en erf aan de Rijn op het Hogeland, 7 mrt. 1372 geschonken aan zijn St. Nicolaasvicarie (Ke. 894).

* 14 £ 3 s. 1 p. met houde, in het Nieuweland, ½ 7 mrt. 1372 geschonken aan zijn St. Andriesvicarie andere ½ aan zijn prebenda nobilis (Ke. 894).

* 6 £ 10 p. met houde op huizen en erven te Leiden, 7 mrt. 1372 geschonken aan zijn prebenda nobilis (Ke. 894).

stichtingen:

* 1368 St. Andriesprebenden in St. Pancraskerk (Ke. 493 f. 20v., Leverland, 'Philips van Leyden', 78). Van Hout maakt melding van 2 prebenden van St. Andries, hetgeen ook blijkt uit Ke. 41; ook in de zestiende-eeuwse rekeningen is sprake van twee St. Andriesprebenden, evenals in de huurboeken van het kapittel. Een reden om aan een prebenda nobilis te denken (Ke. 407 A 2v., zie hiervoor, landbezit te Waarder) is er dus niet (meded. Leverland).

* 7 mrt. 1372 2 vicarieën, van St. Andries en St. Nicolaas, in St. Pancraskerk (Pieter Gobburgenvicarieën), over te brengen naar St. Pieterskerk indien daar een kapittel werd gesticht, alsmede een prebenda nobilis t.b.v. zijn arme verwanten. Voor de schenkingen hieraan vgl. land- en rentebezit (van deze goederen behield hij overigens het vruchtgebruik). De vicaris van St. Nicolaasvicarie diende jaarlijks St. Pancraskerk 1 £ te geven t.b.v. memoriediensten. Hij stelde tot executeurs-test. van dit testament aan: heer Johannes van Boemel, vicaris te Utrecht, Simon Rijswijc, Dirk Poes (zoon van zijn broer Jan) en Pieter van den Hove, zijn neef (Ke. 894). Hij regelde 7 mrt. 1372 tevens de collatie van zijn vicarieën, achtereenvolgens te komen aan zijn zuster Margaretha, Dirk Poes, zoon van zijn broer Jan, Pieter Gobburgenz., zoon van zijn zuster, Pieter van den Hove of diens broer Frank (zonen van zijn zuster), IJsbrand IJsbrandsz., zoonszoon van zijn broer Frank, Frank Woutersz. van der Bregghe en tenslotte Frank, zoon van Agatha, dochter van zijn broer Frank. De bedienaren moesten tot het nageslacht van zijn ouders behoren (Ke. 895). 23 feb. 1382 bekrachtigde hij de stichtingsakte van 1372 en de verdere schenkingen daaraan (zie land- en rentebezit; Ke. 896). Zie voor de prebenda nob. ook Uit Leidse bron geleverd p. 110 en 115.

schenkingen:

1371, tot drie maal toe 10 £ pay. t.b.v. de viering van feestdagen aan St. Pancraskapittel (Ke. 415 f. 32, 34v. en 37).

varia:

29 juli 1345 machtigde hij zijn broer Gerrit om zijn goederen te beheren (Ke. 1086); 17 dec. 1357 scheidsman in een kwestie tussen Pieter Jacobsz. en heer Adam Hobbenz. (zie Van Bleyswic); 12 apr. 1369 benoemd tot vertegenwoordiger van St. Pancraskapittel inzake geschillen met St. Pieterskerk betreffende parochiegrenzen (Ke. 401); 5 sep. 1369 aangesteld tot een der executeurs-test. van heer Volprecht van den Woude (Ke. 874); 17 mei 1374 deed hij arbitraire uitspraak met mr. Dammas van Kersken en mr. Pieter Michielsz. (van den Hove) tussen de pastoors van Noordwijk en Rijnsburg en de abdis van Rijnsburg (Rijnsburg 558).

familie:

heer Jacob Claasz., vicaris van St. Nicolaasvicarie, door Philips gesticht, verm. 27 nov. 1363-26 juli 1385 (Secr. 1885, Ke. 493 f. 20v. en 21v., Ke. 962).

IIb. PHILIPS VEREN GOBBURGENZ. (PHILIPS HEINENZ.)

ovl. tussen 24 mrt. 1323 en 22 mrt. 1325 (Van Mieris, Groot Charterboek, II 277 d.i. GvH. 243 f. 34v., Egmond 1 f. 62).

landbezit:

6 morgen land te Boschuysen, Zoeterwoude, in huur gehouden van de abdij van Egmond (Egmond 1 f. 62). N.B. De lenen van zijn zoon Huge waren mogelijk van hem afkomstig.

rentebezit:

5 £ op een weer land te Achthoven, Leiderdorp, gelegen binnen een leen van de Utrechtse domproostdij, verm. 24 mrt. 1323 (Van Mieris, Groot Charterboek, II 277 d.i. GvH. 243 f. 34v.).

varia:

hield te Achthoven, Leiderdorp, een korentiende en 1/3 van een smaltiende in leen van de heer van Culemborg (Kort, 'Rept. Culemborg', 45). Was 9 nov. 1316 getuige toen heer Pieter van Leyden testeerde en werd door deze neef genoemd (zie Van Leyden en Leupen, Filips van Leiden, 44-45).

familie:

tr. Elisabeth (Ke. 415 f. 5). Zoons (vgl. het reptiel in de zegels van de leden van het geslacht van Pieter Gobburgenz. en in die van Philips veren Gobburgenz.'s nageslacht, de tiende die later in handen was van Pieter Hugenz., het landbezit van Huge Philipsz. en heer Bertelmeeus Philipsz. dat te Achthoven, Leiderdorp, aan elkaar belendde en de relaties tussen heer Philips Jansz. en de familie van Pieter Gobburgenz.):

1. Huge Philipsz., volgt IIIc.

2. Jan Philips, volgt IIId.

3. Heer Bertelmeeus Philipsz.

ovl. voor 13 mrt. 1363, wrsch. op 6 jan. 1363 (Ke. 415 f. 5, 418 p. 3).

functie:

priester, wrsch. vicaris na heer Dirk Gravekijn van Geye Gobburgenz.'s vicarie in St. Pieterskerk (W. 428 f. 10v.).

woonhuis:

aan St. Pieterskerkgracht (W. 429 f. 8 en tafel).

landbezit:

land te Leiderdorp tussen Zijl en Mare, verm. 16 okt. 1330 (Hoek, 'Wassenaar', 103).

varia:

zijn executeurs-test., heer Huge van der Hant en Huge van Zwieten gaven 28 nov. 1367 St. Pancraskapittel 22 s.g.g. rente op land te Nieuwkoop (Ke. 415 f. 5).

familie:

zoon:

?a. Philips heren Bertelmeeusz.

(Ke. 7 f. 55). Hij stond 10 juli 1369 borg voor Gijsbrecht Bloc, toen deze poorter werd (Secr. 19 f. 19).

IIIc. HUGE PHILIPSZ.

ovl. tussen 13 mrt. 1346 en 5 feb. 1363 (Klo. 1576; W. 428 f 19v.).

functie:

schepen 1334-35, 40-41, 42-43.

molen:

Gillismolen aan de Mare, Leiderdorp, leen van Polanen, verm. 17 apr. 1328 (Nass. Dom. 44 (6461) f. 346v.).

landbezit:

* 23 okt. 1330 land te Achthoven, Leiderdorp, leen van de Utrechtse domproostdij, omschreven als pachtgoed (Ke. 493 f. 15v., Hoek, 'Domproostdij', 24).

* 16 okt. 1330 5 morgen land te Leiderdorp, leen van de burcht (Hoek, 'Wassenaar', 103-104).

* de Smale Hale Zoeterwoude, leen van de hofstad Rodenburg, 13 mrt. 1346 verkocht (Klo. 1576).

* 22 mrt. 1325 6 morgen land te Boschuysen, Zoeterwoude, gepacht van de abdij van Egmond voor 13 s. 4 p. p.j., afkomstig van zijn vader (Egmond 1 f. 62, 763 f. 54).

* 9 morgen 12 gaard 3 vierendeel land ten zuiden van Rodenburger wetering, verm. 1326-30 (Ke. 493 f. 88; of is dit de Smale Hale?).

varia:

zegel: een reptiel, daaroverheen de Leidse sleutels (Ke. 661, 12 apr. 1335). Hield een koren- en 1/3 van een smaltiende te Achthoven, Leiderdorp, in leen van de heer van Culemborg (geen belening bekend, maar afgeleid uit het leenbezit van zijn vader en zijn zoon Pieter).

familie:

tr. Beatrix, ovl. na 13 mrt. 1346 (Klo. 1576), door haar man getocht aan diens leenland te Leiderdorp (zie hoger).

kinderen:

1. Pieter Hugenz., volgt IVb.

2. Huge

(Ga. 456 f. 181).

3. Haasken

(Ga. 456 f. 181).

4. Elisabeth

(DuO. 2033 f. 8; Ga. 440 f. 17).

IVb. PIETER HUGENZ.

ovl. na 29 aug. 1413 (Ga. 456 p. 338).

functie:

schepen 1363-64, 67-68.

molen:

een molen op de Mare, Polaans leen, afkomstig van zijn vader (Nass. Dom. 44 (6461) f. 346v.).

landbezit:

* 26 juli 1382 5 morgen land te Zoeterwoude, 29 mrt. 1390 geschonken aan St. Catharinagasthuis voor memoriediensten (Ga. 455 f. 23v.; Secr. 1737).

* 5 morgen land te Leiderdorp, leen van de burcht, afkomstig van zijn vader (Hoek, 'Wassenaar', 103-104).

* 12½ morgen land te Leiderdorp, leen van de Utrechtse domproostdij, afkomstig van zijn vader, belening 22 nov. 1391, met ledige hand 16 juni 1400, droeg de ½ toen op t.b.v. zijn zoon Claas (Hoek, 'Domproostdij', 24).

* 6 morgen land te Boschuysen, gepacht van de abdij van Egmond (vgl. bij zijn vader en kleinzoon).

* land in de Waard, te Leiderdorp, afkomstig van Meine uten Waerde, verm. 4 jan. 1371 (Klo. 973); kreeg 15 apr. 1382 toestemming van het gerecht om een brug over de vest te maken, in de Waard, om bij zijn erf te kunnen komen (Secr. 84 f. 276). Gaf ald. 5 sep. 1390 een erf uit, strekkend tot de Nieuwe Rijn, tegen 5 £ 8 s. 3 p.pay. rente (Ga. 455 f. 17v.); een erf daarnaast gaf hij uit tegen 5 £ 2 s.pay., een ander erf in de Waard tegen 30 s.pay. Een boomgaard in de Waard schonk hij 13 okt. 1410 als doopgift aan Claas van Zwieten, zijn kleinzoon (zie ald.). N.B. Hij kocht 1389 ½ van 1 £ pay. rente af op land te Zevenhuizen (Het Bredeweder), door Machteld, echtgenote van Dirk van Zwieten daarop gevestigd t.b.v. de H. Geest; vermoedelijk was dit land toen voor de ½ in zijn bezit (W. 429 f. 62).

rentebezit:

* 4 £ g.g. op de Duyfhuyscamp te Leiderdorp, in de Waard, wrsch. na landuitgifte (Klo. 1142).

* 5 sep. 1390 5 £ 8 s. 3 p.pay. op een erf in de Waard, spruitend uit erfuitgifte.

* 5 £ 2 s.pay. met houde op een hofstad in de Waard;

* 30 s.pay. met houde op een hofstad ald. en

* 6 mrt. 1391 1 £ pay. op een huis en erf aan de Hooigracht; genoemde 4 renten droeg hij 26 mei 1391 voor memoriediensten over aan St. Catharinagasthuis (Ga. 455 f. 17v.-18).

* 1 £ g.g. op 4 akkers land te Zegwaard, aan St. Catharinagasthuis geschonken (1382? Ga. 455 f. 85v.).

* verder bezat hij aan renten in de Waard: 3 £ 12 s.pay., 6 £ pay., 3 £ 12 s.pay., 38 s.pay., 21 s. 11 p.pay., 6 £ 6 s.pay., 26 s., 7 £ 6 s. 8 p.pay., 3 £ pay., 7 £ 13 s.pay. en 24 s.pay. (Secr. 84 f. 65).

varia:

zegel: 3 reptielen (Van Kan, 'Van Zwieten', I 49). Een korentiende en een ½ smaltiende te Achthoven, Leiderdorp, leen van de hofstad Culemborg; kocht 6 mei 1370 de andere ½ van de smaltiende; door hem aan zijn zoon Claas overgedragen, de smaltiende bevond zich ca. 1409 althans in diens nalatenschap (Hofjes 134a f. 5v. en hierna). Beloofde 29 aug. 1413 vrijwaring t.b.v. zijn kleinzoon Willem van Boschuysen (Ga. 456 p. 338; Kort, 'Rept. Culemborg', 45).

familie:

tr. IJde van Zwieten, dr. van Claas en Meyne Cuser, ovl. voor 4 jan. 1371 (Van Kan, 'Van Zwieten', I 49). Kinderen:

1. Claas van Zwieten, volgt Va.

2. Huge van Zwieten, volgt Vb.

3. Beatrix

(Ga. 455 f. 19).

landbezit:

* ½ van 8½ hond land in de Waard, verm. 7 aug. en 22 jan. 1424 (Rijnsburg 130 f. 71 en v.).

* 4 hond land in de Waard te Leiderdorp, 7 mrt. 1424 verkocht (Warmond 479 f. 26 en v.).

rentebezit:

3/4 van 17 groten op een erf in de Waard te Leiderdorp, 12 okt. 1424 verkocht (Ke. 724).

familie:

tr. Willem Hermansz. (zie Willem Luutgardenz. c.s. en GvH. 228 f. 16v.).

Va. CLAAS VAN ZWIETEN PIETER HUGENZ.

ovl. voor 4 mrt. 1409 (Klo. 665), begr. St. Pieterskerk (Secr. 84 f. 78v.).

functies:

burgemr. 1404-05; baljuw en rentmeester van Noordwijk en Beverwijk, alsmede van de duinen en wildernissen van Noordwijk sinds 2 jan. 1398, verlenging van zijn aanstelling 8 apr. en 16 dec. 1399 (GvH. 892 f. 53v.-54, 73v. en 85 d.i. Scheffer, Beveelboeken, I 38, 52 en 57).

woonhuis:

in de Burchstrenc ca. 1390 (Blok, Hollandsche stad, I 324); in het Wolhuisvierendeel 1407-08 (Ke. 323 (7) f. 49), hierbij behoorden 2 verhuurde achterhuizen (Secr. 84 f. 78v.). Op een der achterhuizen rustte een rente van 32 groten met houde t.g.v. Jan van Leyden; verder waren het huis en of de achterhuizen belast met 10 groten t.g.v. Hendrik Stoyt en 5 groten t.g.v. het St. Pancraskapittel, terwijl op het erf Floris Paeds 32 groten rente met houde had (Secr. 84 f. 79 en v.).

landbezit:

* 21 mrt. 1393 13 morgen land te Leiderdorp in Achthoven, leen van de Utrechtse domproostdij, afkomstig van zijn vader (Hoek, 'Domproostdij', 18).

* 16 juni 1400 ½ van 12½ morgen land te Leiderdorp, leen van de Utrechtse domproostdij, na overdracht door zijn vader (Hoek, 'Domproostdij', 24).

* 1409-10 land, gepacht van St. Pieterskerk (Ke. 323 (8) f. 13).

In zijn nalatenschap wordt verder verm. (Secr. 84 f. 78):

* 20½ hond 30 gaard land te Maasland, opbrengend 8 £ p.j,

* 6 morgen 32 gaard land ald. opbrengend 14 £,

* 8 morgen 62 ½ gaard land opbrengend 17 £,

* 9 morgen 3 hond 30 gaard land, opbrengend 20 £,

* land te Naaldwijk,

* 9 morgen land te Naaldwijk,

* 6 morgen land ald,, opbrengend 14 £,

* 2 morgen land ald,, opbrengen 7 £ (leengoed),

* 20 morgen land te Leiderdorp.

borgstelling:

10 sep. 1407 Nelle Claas Gerritsz.'s weduwe (Secr. 20 f. 27v.).

varia:

hield een koren- en smaltiende te Achthoven, Leiderdorp, in leen van de heer van Culemborg (Secr. 84 f. 78 en 80). Ontving 15 sep. 1403 vergeving van zijn misdragingen van de graaf, mocht als tevoren binnen Leiden wonen en over zijn goederen beschikken, tegen betaling van 25 Vlaamse nobel (GvH. 201 f. 44). Verstrekte de graaf een lening i.v.m. de Arkelse oorlog (GvH. 203 f. 23v.).

familie:

tr. Aagte, zij ontving de ½ van haar mans nalatenschap (Secr. 84 f. 78, Klo. 665). Zoon:

1. Rembrand Claasz. van Zwieten

functie:

schepen 1418-19.

woonhuis:

in het Wolhuisvierendeel (vgl. bij zijn vader), 1410 woonde hij hier samen met zijn moeder; bij dit huis behoorden 2 verhuurde achterhuizen (Secr. 84 f. 78).

landbezit:

* 28 feb. 1410 13 morgen land te Leiderdorp, in Achthoven, leen van de Utrechtse domproostdij, afkomstig van zijn vader met behoud van lijftocht voor zijn moeder, 26 aug. 1416 beleend met ledige hand (Hoek, 'Domproostdij', 18).

* ¼ van 4 morgen land te Leiderdorp tussen de Oude en de Nieuwe Rijn, 24 nov. 1422 verkocht (Klo. 1145). Vgl. verder het door zijn vader nagelaten land, waarvan hij de helft ontving (Secr. 84 f. 78).

varia:

ca. 1409 beleend met een koren- en smaltiende, te Achthoven, Leiderdorp, leen van de heer van Culemborg (Secr. 84 f. 80-81, Hofjes 134a f. 5v.-6).

Vb. HUGE VAN ZWIETEN PIETER HUGENZ.Z.

ovl. voor 5 dec. 1421 (Hoek, 'Wassenaar', 104).

functies:

schepen 1395-96, 97-98; schout 1401-02; burgemr. 1403-04; 3 juli 1398-22 okt. 1399 schout van Beverwijk en Wijk op Zee (GvH. 892 f. 62 en 82v. d.i. Scheffer, Beveelboeken, I 44 en 56).

molen:

wrsch. was hij leenvolger van zijn vader voor de Maremolen, leen van de Lek (Nass. Dom. 6461 (44) f. 331v.).

landbezit:

* 11 juli 1414 5 morgen land te Leiderdorp, afkomstig van zijn vader, leen van de burcht (Hoek, 'Wassenaar', 103-104).

* 30 juli 1414 12½ morgen land te Leiderdorp, afkomstig van zijn broer Claas, leen van de Utrechtse domproostdij, 23 aug. 1417 beleend met ledige hand (Hoek, 'Domproostdij', 24).

* land te Leiderdorp, samen met zijn broer bezeten; schonk daarvan 4 mrt. 1409 met diens weduwe en diens zoon Rembrand aan het klooster Engelendael te Leiderdorp ½ roede voor memoriediensten en verkocht daaraan de andere ½ tegen 20½ Eng. nobel; zij erkenden dat dit klooster recht had op doorvaart tussen de Rijn en dit klooster (Klo. 665).

* land in de Waard te Leiderdorp; dit verbeurde hij 8 mrt. 1418 omdat hij tegen de gravin gestreden had (Van Mieris, Groot Charterboek, IV 472).

rentebezit:

* 32 s.g.g. op een boomgaard in het land van Dirk van Zwieten in de Waard (RA. 50 f. 45).

* renten, afkomstig van zijn vader en 14 feb. 1401 overgedragen aan zijn kinderen uit 1e huwelijk als moederlijk erfdeel: 3 £ 12 s., 6 £, 3 £ 12 s., 38 s., 21 s. 11 p., 6 £ 6 s., 26 s., 7 £ 6 s. 8 p., 3 p., 7 £ 13 s. en 24 s., alles gevestigd op erven in de Waard en in pay. (Secr. 84 f. 65).

borgstelling:

* 13 juni 1402 Alewijn Jansz. (Secr. 20 f. 11v.).

* 1 okt. 1404 IJsbrand van der Laen (bij een koop door deze, RA. 50 f. 48).

* 28 juni 1406 Claas Mast (Secr. 20 f. 23).

familie:

tr. 1e Margriet (Ga. 440 f. 17; dr. van Willem van Alkemade IJsbrandsz.? zie ald. en vgl. de naam van haar zoon Willem); ovl. voor 14 feb. 1401 (Secr. 84 f. 65). tr. 2e Lijsbeth Willemsdr. van Zanen, tochtte haar 30 juli 1414 en 23 aug. 1417 aan 12½ morgen land te Leiderdorp (Hoek, 'Domproostdij', 24; Hoge Raad van Adel, Hs. 4377 f. 6). Kinderen uit het 1e huwelijk:

1. Willem van Zwieten alias van Alkemade

(Secr. 84 f. 65)

landbezit:

* 4 sep. 1420 een boomgaard met land in de Waard, afkomstig van zijn broer Claas (Klo. 1142).

* 5 dec. 1421 5 morgen land te Leiderdorp, leen van de burcht, afkomstig van zijn vader (Hoek, 'Wassenaar', 104).

familie:

tr. 1e Ode Gijsbrechtsdr., zuster van Alewijn Douwen (Kam, 'Memorieboek', 171).

2. Maritge

(Secr. 84 f. 65)

ovl. na 14 feb. 1401 (Secr. 84 f. 65).

Uit het 2e huwelijk:

3. Willem van Zaanden

(Klo. 1142)

landbezit:

* erfde van zijn broer Claas diens boomgaard, droeg zijn recht 4 sep. 1420 over op zijn halfbroer Willem (Klo. 1142).

* 6 morgen land te Boschuysen, gepacht van de abdij van Egmond, afkomstig van zijn vader of grootvader, 6 mrt. 1428 verkocht aan de abdij (Egmond 601).

4. Claas van Zwieten

(Klo. 1142)

ovl. voor 4 sep. 1420 (Klo. 1142).

landbezit:

13 okt. 1410 een boomgaard in de Waard, van zijn grootvader Pieter Hugenz. ontvangen als doopgift (Klo. 1142).

IIId. JAN PHILIPSZ.

functies:

schepen 1350-51, 51-52, 52-53, 53-54; kerkmr. van O.L.V.kerk 1356-57; schout 1363.

huisbezit:

verm. als belender in de Donkersteeg 22 mei 1358 (Ke. 493 f. 17v.).

varia:

zegel: de Leidse sleutels (Ke. 1007, 28 okt. 1351).

familie:

tr. Claar (Ke. 418 f. 65).

kinderen:

1. Heer Philips Jansz., volgt IVc.

2. Odelant Jan Philipsz.dr.

ovl. 13 apr. 1413, begr. St. Pieterskerk (Ke. 416 f 55).

3. Lijsbeth

tr. 1e Jan die Witte, ovl. tussen 30 juni 1354 en 3 aug. 1374, waaruit een zoon Pieter Jans Wittenz. (zie Pieter Wit), ovl. na 5 apr. 1380 (Ke. 493 f. 44v. en 70); tr. 2e voor 3 aug. 1374 Jacob (Coppe) Dirksz., ovl. voor 10 feb. 1379 (Ke. 493 f. 44v. en 70, 415 f. 59); tr. 1e N.N., (GvH. 707 f. 3); en 3e Machteld, W. 428 f. 34). Uit het 2e huwelijk een zoon, heer Jacob Jacobsz., priester op de vicarie gesticht door Aarst Gonter, ruilde deze voor een prebende in St. Pancras (W. 429 tweede folio voor f. 1).

IVc. HEER PHILIPS JANSZ.

ovl. 19 sep. 1419, begr. St. Pancraskerk (Ke. 416 f. 62).

functies:

pastoor van Akersloot, verm. 1 apr. 1359; pastoor van St. Pieterskerk sedert 1369, samen met heer Floris van Alkemade; was 20 juni 1371 nog in functie (zie ald. en De Geer, DuO. 607, 608, 609; DuO. 2063); door Willem Foytken (Bort) aangesteld tot vicaris van de kapelanie gesticht door heer Willem Nannenz.; 1366-67 kwam hij in conflict met Willem Arnoldi, door Willem Nannenz.'s executeurstest. als zodanig aangesteld (Ke. 1055); kanunnik van St. Pancraskapittel sinds 1368, bekleedde de prebende van Exaltatio Sancte Crucis, gesticht door Jan Aarndsz. (Leverland, 'Kapittel van St. Pancras', 83); pastoor van St. Pancraskerk, verm. 14 juli 1374 (Leverland, 'Pastoors St. Pancras', 68-69); thesaurier van het kapittel (Ke. 416 f. 62); verm. als deken en provisor van Rijnland 10 mei 1379-28 okt. 1391 (Leverland, 'Inquisitio conexuum', 89; Ga. 455 f. 27v. en Secr. 84 f. 35).

woonhuis:

aan St. Pancraskerkgracht, vestigde hierop 26 dec. 1380 4 £ pay. t.b.v. het kapittel (Ke. 493 f. 70v., zie Dirk Coenen Matthijsz. c.s.).

landbezit:

7 hond land te Voorschoten, 27 nov. 1374 t.b.v. zijn prebende overgedragen (Ke. 493 f. 45).

rentebezit:

* 1 juli 1368 4 s.g.g. op het huis en erf van Dirk Poes Jansz. van Leyden bij het grafelijk hof en 5 s.g.g. op een huis en erf aan de gracht bij de Diefsteeg (Ke. 493 f. 44v.).

* 28 sep. 1368 10 s.pay. op een huis en erf bij de molen aan de stadsvest, te Zoeterwoude (Ke. 493 f. 45).

* 25 okt. 1368 5 s.pay. op het Molenweer te Rijnsaterwoude (Ke. 493 f. 44v.). Hoger genoemde renten droeg hij 3 aug. 1374 over op het kapittel ter voldoening van de als kanunnik verschuldigde 5 £ pay. rente (Ke. 493 f 45; vgl. Leverland, 'Kapittel van St. Pancras', 73).

* 23 okt. 1374 19 s.pay. op een huis en erf achter het huis van Bertelmeeus Gorisz. van der Bregghe aan de Breestraat, 4 sep. 1380 overgedragen aan het kapittel (Ke. 493 f. 45).

* 1 £ pay. op een huis en erf te Leiden, 1398 geïnd door heer Dirk Gravekijn (RA. 50 f. 23v.).

* 40 s.pay. op een huis en erf te Leiden, afgeschat 25 mei 1410 (RA. 50 f. 97v.).

schenking:

liet het gratiejaar van zijn prebende na aan het kapittel voor memoriediensten (Ke. 416 f. 62).

varia:

zegel: 3 reptielen, horizontaal onder elkaar (Ke. 404, 16 mei 1371 en Charters Warmond 14, 1 juli 1408). Bezegelde 1 apr. 1359 de vicariestichting door Trude, weduwe van Boudijn van Zwieten (Ke. 1038 [dit is overigens slechts een afschrift, zodat het zegel niet controleerbaar is, meded. Leverland]. Was 7 mrt. 1372 getuige t.b.v. Philips van Leyden (Ke. 322 f. 52 en 61), verm. als diens executeur-test. 18 aug. 1382 (Ke. 493 f. 21); bemiddelde 8 feb. 1388 bij de boedelscheiding van de nalatenschap van Michiel van der Heyde (zie Van den Hove, Secr. 84 f. 37); was 20 juni 1389 getuige toen Pieter Simonsz. van den Oerde testeerde (Ga. 455 f. 27v.); was ca. 1383 15 £ pay. schuldig aan Alide Dirksdr. van der Graft (Secr. 84 f. 3).

familie:

door mr. Jan Philipsz. 27 nov. 1374 neef genoemd (Ke. 493 f. 45, zie Willem Luutgardenz. c.s.). Was 10 mei en 28 okt. [van welk jaar??] 'vriend' van mr. Pieter Michielsz.'s kinderen (Secr. 84 f. 31 en 35, zie Van den Hove).

IIc. GEYE GOBBURGENZ.

ovl. na 1325 (Ke. 493 f. 87v.).

huisbezit:

een huis en erf te Leiden, aan St. Pieterskerkgracht, door hem aan zijn vicarie geschonken (W. 429 f. 8 en tafel).

landbezit:

* land te Koudekerk aan den Rijn, in de Hoge Waard, door hem aan zijn vicarie geschonken (voor 27 jan. 1325; Ke. 1428, Van Mieris, Beschryving, III 885-886; Ke. 325).

* 2 morgen, 4 gaard land te Zoeterwoude bij de Rijn, verm. 1326-30 (Ke. 493 f. 87v.).

stichting:

samen met zijn vrouw Kerstine, St. Pietersvicarie in St. Pieterskerk (voor 27 jan. 1325; Ke. 1428, Van Mieris, Beschryving, III 884, Ke. 325).

familie:

tr. Kerstine, dr. van ver Pieternelle Maes; begr. St. Pieterskerk (W. 428 f. 10v.; Kam, 'Memorieboek', 173). Haar moeder in belending 11 mrt. 1312 verm., wrsch. aan de Breestraat (Ga. 455 f. 7; de andere belender, Gerrit Gorisz. van der Bregghe, woonde ald.). Pieternelle ovl. voor 5 jan. 1335 (Ga. 455 f. 3); (vgl. voor haar ook Rembrand Vink Geyenz.).

kinderen:

1. Rembrand Vink Geyenz., volgt IIIc.

2. Frank Geyenz.

huisbezit:

huurde ca. 1354 van Willem Mabelie uten Waerde een hofstede, vroeger in handen van Got Hannen, onder Leiden (Muller, 'Het Oude Register', 221 d.i. De Fremery, Supplement', 187 en GvH. 244 f. 53).

landbezit:

2½ morgen 4 gaard 7 voet land onder Zoeterwoude bij de Leidse vaart, verm. 1326-30 (Ke. 493 f. 87).

3. Jacob Geyenz.

ovl. 22 feb. 1380, begr. St. Pieterskerk (Ke. 415 f. 69v., 418 p. 24).

woonhuis:

te Marendorp, bij het Zijlpoorthuis. Liet St. Pancraskapittel hierop 11 s.g.g. rente met de houde na, voor memoriediensten (Ke. 415 f. 69v., 418 p. 24). Zijn erf strekte zich tot in Leiderdorp uit (Ke. 493 f. 19).

landbezit:

* land te Zoeterwoude, verm. 13 nov. 1373 (W. 428 f. 50v.).

* land te Leiderdorp bij de Rijn, verm. 8 feb. 1363 (Ke. 493 f. 19).

rentebezit:

1 £ g.g. op een huis en erf te Leiden, nagelaten aan St. Pieterskerk voor memoriediensten (Ke. 7 f. 22).

familie:

dochter:

a. Lucie Jacob Geyenz.dr.

werd 31 juli 1375 Leids poorteres met 24 £, borg: Gijsbrecht Kerstantsz. van Haerlem (Secr. 19 f. 40v.).

4. Heer Dirk Gravekijn

ovl. tussen 25 sep. 1349 en 8 mrt. 1351 (W. 428 f. 10v.).

functie:

klerk ter kanselarij ca. 1322-34 (zie hfdst. 6); 18 aug. 1322 beloofde de graaf hem het eerst vrijkomende beneficie; was toen clericus (GvH. 304 f. 56); wrsch. vicaris van de door zijn vader gestichte vicarie (W. 428 f. 10v.).

woonhuis:

verm. als belender van het huis van Simon van Endegeest 5 jan. 1337 (Ke. 493 f. 39v.); op zijn woonhuis aan de Vollersgracht droegen zijn executeurs-test. 7 s.g.g. rente over aan de H. Geest (zie hierna). Bewoonde wellicht het door zijn vader aan diens vicarie vermaakte huis (zie hierna).

landbezit:

land te Leiderdorp, verm. 11 sep. 1319 (GvH. 242 f. 9).

rentebezit:

* 30 aug. 1344 1 £ g.g. op een huis en erf te Leiden (W. 428 f. 10v.).

* 2 s.g.g. op een huis en erf, belendend aan Jan Frankenz. (die aan de Breestraat woonde, dit huis was dan ook wrsch. in die omgeving gelegen, vermoedelijk aan de Diefsteeg (W. 1765 f. 9). Deze rente vermaakte hij voor 8 mrt. 1351 aan de H. Geest (W. 428 f. 10v.).

* 22 apr. 1347 10 s.g.g. op ½ huis en erf, naast dat van Rembrand Vink Geyenz. (W. 428 f. 10v.).

* 25 sep. 1349 1 £ g.g. op voornoemd ½ huis en erf (W. 428 f. 10v.).

Genoemde vier renten droegen zijn executeurs-test. 24 juli 1351 over aan de H. Geest voor memoriediensten, evenals 7 s.g.g. op een huis en erf te Leiden en 15 p. op het huis en erf van Dirk Gravekijn zelf (W. 428 f. 11v. en W. 429 f. 8 en tafel).

familie:

zoon:

a. Philips heren Dirksz. Gravekijn

ovl. voor 1380 (W. 1765 f. 10v.).

woonhuis:

aan de Nieuwe Rijn, belendend aan o.m. Jacob Rembrand Vinkenz. Hierop vestigde hij 40 s.pay. rente (11 jan. 1367); dit huis werd 3 nov. 1368 gepand door Simon Simonsz., aan wie een pandrente van 19 s. 19 p.pay. toegewezen (W. 428 f. 78 en 24v.).

familie:

vermoedelijk waren zijn zoons:

A. Heer Dirk Gravekijn (jr.), 1390 en later vermoedelijk commandeur van de Duitse Orde te Katwijk (DuO. 1951); vicaris in St. Pieterskerk, verm. 1400 (Ga. 455 f. 60v.). Hij woonde aan St. Pancraskerkgracht (verm. 24 aug. 1357 en 25 apr. 1371; Ke. 493 f. 17 en v.). 4 mrt. 1383 stichtte Margaretha Sluter een vicarie waarvan hij, een verwant van haar, eerste bedienaar zou zijn en na hem Pieter, zoon van Philips gezegd Gravekijn of Gerrit, diens broer (Ke. 322 f. 10v.).

5. Pieternelle

(Kam, 'Memorieboek', 173; W. 428 f. 11v.).

IIIc. REMBRAND VINK GEYENZ.

ovl. na 30 nov. 1361 (W. 900).

functies:

schepen 1361-62; H. Geestmr. 51-52, 53-54.

woonhuis:

aan de Rijn 22 apr. 1347 en 25 sep. 1349 (W. 428 f. 10v.).

landbezit:

* 4 morgen 5 hond 8 gaard 10 voet land te Zoeterwoude, bij de Leidse vaart, verm. 1326-30 (Ke. 493 f. 87).

* land te Zoeterwoude, bij het huis Rodenburch, voor 28 mrt. 1359 door zijn 1e huwelijk verkregen (Koningsveld 87).

* 28 mrt. 1359 2 morgen land te Zoeterwoude, gemene voor gelegen met voornoemd land; voor 32 £ pay. per morgen 11 juli 1361 verkocht (Koningsveld 87).

* 13½ hond 3 gaard 4½ voet land tussen Leiden en Rodenburger wetering, gemeenschappelijk bezeten met Pieternelle - zijn grootmoeder Pieternelle Maes of zijn zr.? - , verm. 1326-30 (Ke. 493 f. 87v.).

* land te Zoeterwoude onder Boschuysen, gepacht van de grafelijkheid, 1360 verkocht aan Hendrik Diddeboeysz. van Catwijck (GvH. 1447 f. 3, vgl. GvH. 226 f. 64).

rentebezit:

* 24 apr. 1335 8 s.g.g. op een huis en erf, belendend aan St. Pieterskerksteeg (W. 428 f. 78).

* 23 aug. 1355 1 £ g.g. op ½ huis en erf aan de Rijn, 31 juli 1356 aan de H. Geest overgedragen (W. 429 f. 11 en tafel).

varia:

zegel: de Leidse sleutels met vink in het schildhoofd (30 nov. 1361, W. 900).

familie:

tr. 1e voor 28 mrt. 1359 Machteld, zij bracht land onder huis Rodenburg mee ten huwelijk (zie hoger). tr. 2e Lisebet, verm. 1373 (RA. 2a f. 17v.). Kinderen:

1. Jacob Rembrand Vinkenz., volgt IVd.

2. Heer Gerrit Vinkenz.

ovl. voor of in 1398-99 (Ga. 334 (5) f. 8v.).

functie:

O.L.V.broeder te Haarlem (ibidem).

3. Ave

ovl. 1399-1400, begr. St. Pieterskerk (Ke. 323 (2) f. 13v.).

varia:

zij werd 1398-99 verpleegd in het St. Catharinagasthuis, toen zij erfde van haar broer Gerrit (18 £ 6 s. 8 p.pay.), welk erfdeel door het gasthuis ontvangen werd (Ga. 344 (5) f. 8v., vgl. ook f. 16v.).

familie:

tr. 1e Aarnd Bollekijn (Ga. 334 (4) f. 7v., zie ald.). tr. 2e Dirk Adamsz. (Ga. 334 (4) f. 7v.).

4. Margriet.

ovl. 1 mei 1369, begr. St. Pancraskerk (Ke. 415 f. 12v.-13).

woonhuis:

te Marendorp, bij O.L.V.kerk; op haar huis liet zij St. Pancraskerk 16 s.pay. na voor memoriediensten (Ke. 415 f. 12v.-13).

familie:

tr. Willem IJsbrandsz. (Ke. 415 f. 12v.-13, 418 f. 58; zie Willem IJsbrandsz. c.s.).

IVd. JACOB REMBRAND VINKENZ.

ovl. tussen 20 juli 1392 en 25 juni 1393 (Rek. Lei., I 16; W. 428 f. 78v.).

functie:

H. Geestmr. 1381-82, 82-83; schepen 86-87.

beroep:

korenkoper (gezien de handel van zijn weduwe); handelde in leisteen (1392, Rek. Lei., I 16).

woonhuis:

aan de Nieuwe Rijn, belendend aan Philips heren Dirksz. (Gravekijn) (11 jan. 1367; W. 428 f. 78).

huisbezit:

een huis en erf aan de Vollersgracht, hoek Bronstkiaenssteeg; hierop verkocht hij 7 juni 1358 heer Claas Jacobsz. van Bleyswic 1 £ g.g. rente (Ke. 493 f. 61).

landbezit:

* 1 morgen land, Dirk Fijenz.' geer, te Koudekerk, in de Hoge Waard.

* 1½ morgen 2 hond 29 gaard land, eveneens ald.; beide stukken land 31 mei 1389 aan zijn vicarieën geschonken geschonken (Ke. 1428, Van Mieris, Beschryving, III 885-886). Een van beide genoemde stukken land is wrsch.:

* land te Koudekerk in de Hoge Waard, verm. 11 apr. 1384 en 3 jan. 1392 (GvH. 226 f. 215v. en Klo. 1469 f. 7).

* land te Oegstgeest bij de Rijn, verm. 30 jan. 1387 (W. 428 f. 60).

* land te Zoeterwoude, belendend aan de Vroonmade, verm. 2 feb. 1386 (Ke. 1370).

* 7 hond land te Zoeterwoude, na hem door zijn kinderen bezeten, uiteindelijk in handen van mr. Gerrit Pieter Dirksz.z. gekomen en door deze aan zijn kapelanie geschonken (Ke. 322 f. 28v.).

rentebezit:

* 19 jan. 1368 40 s.pay. op een huis en erf aan de Nieuwe Rijn; door zijn weduwe 25 juni 1393 aan de H. Geest overgedragen (W. 428 f. 78 en v.).

* 22 feb. 1376 20 s.pay. op een huis en erf aan de Vollersgracht, overdracht door zijn weduwe als boven (W. 428 f. 78 en v.).

* 8 s. op een huis en erf aan St. Pieterskerksteeg, afkomstig van zijn vader, overgedragen als boven (W. 428 f. 78 en v.).

borgstelling:

* 23 juni 1368 Jacob Dammasz. van Oegstgeest (Secr. 19 f. 14v.).

* 23 feb. 1385 Dammas Heimansz. (Secr. 19 f. 67).

stichting:

31 mei 1389 splitste hij de door zijn grootvader gestichte St. Pietersvicarie in tweeën, de tweede vicarie werd aan St. Jacob de Meerdere gewijd; voor schenkingen hieraan zie zijn landbezit. De collatie zou na hem zijn voor zijn oudste zoon, dan wel voor zijn zoon Simon, die dan niet tevens bedienaar mocht zijn; in dat geval zou Jacobs zoon Gerrit collator zijn. Bij gebrek aan nageslacht zou de collatie overgaan op de nakomelingen van zijn vader of grootvader (Ke. 1428, Van Mieris, Beschryving, III 884-892).

varia:

pachter van het Leidse hopgeld 1365 (GvH. 1451 f. 6). Bemiddelde 8 feb. 1388 bij de boedelscheiding tussen de erfgenamen van Michiel van der Heyde (Secr. 84 f. 37).

familie:

tr. Margriet, ovl. na 1410 (RA. 50 f. 100 en v.); zij bezat land te Voorschoten, verm. 24 jan. 1405 (W. 1. f. 101) en te Oegstgeest, gemene voor gelegen met dat van Alijd Gijsbrechts Gousen weduwe, het St. Pancraskapittel en Daniel Gerrit Lamsz., verm. 29 mei 1406 (W. 428 f. 101v.).

Aankoop van tarwe bij haar 1398-99, 1401-02 (Ga. 334 (5) f. 11v., 334 (6) f. 12). Zij had 2 feb. 1398 16 s. pay. rente op een huis en erf te Leiden (brief van 11 mrt. 1369; RA. 50 f. 18) en 1410 18 p.g.g. op een huis en erf te Leiden (RA. 50 f. 100 en v.).

kinderen:

1. Rembrand Vink(enz.) (Jacobsz.)

(Ke. 1428). ovl. 1417-18, begr. St. Pieterskerk (Ke. 323 (11) f. 17).

landbezit:

* te Voorschoten, verm. 15 juni 1413 (Ga. 455 f. 84).

* land in de Weipoort, Zoeterwoude, 1397-98 van St. Catharinagasthuis gehuurd (Ga. 334 (4) f. 4).

2. Simon Jacob Vinkenz.

wrsch. clericus, verm. 31 mei 1389 (Ke. 1428, Van Mieris, Beschryving, III 887).

3. Gerrit Jacob Vinkenz.

(Ke. 1428).

ovl. na 20 jan. 1424, wrsch. na 1427 (Jacobs, 'Rembrandt verwant met Philips van Leyden', 8).

opleiding:

ingeschreven als student te Heidelberg tussen 20 dec. 1397 en 22 juni 1398 (ibidem, 7).

familie:

had nageslacht (ibidem, 8).

4. mr. Dirk Jacob Vinkenz.

begr. St. Pieterskerk (DuO. 2033 f. 5).

functie:

priester.

rentebezit:

1405 een lijfrente van 13 Eng. nobel, samen met zr. Geertruid gekocht van de stad, losbaar met 100 nobel (Secr. 80 f. 68v.).

5. Pieternelle.

ovl. voor 18 mrt. 1387, begr. St. Pieterskerk (W. 428 f. 60v. en Kam, 'Memorieboek', 210). Liet H. Geest 18 £ 13 s. 4 p.pay. na. (W. 428 f. 60v.); tr. Dammas Heimansz. (W. 428 f. 60v.). Hij werd 23 feb. 1385 Leids poorter, met Jacob Rembrand Vinkenz. als borg (Secr. 19 f. 67); was na 1392 homan in het bon Burchstrenc (Secr. 84 f. 271v.). ovl. na 17 juli 1413 (tr. 2e Agniese; Hoek, 'Rept. Oud-Teijlingen', 538, zie over hem ook Secr. 1713 en Van Riemsdijk, Rechtspraak, III 34-35 d.i. GvH. 195 f. 97).

6. Jan Aagt.

ovl. 1461 (zie Paedse); tr. Floris Paedse van Sonnevelt (Ke. 58, zie Paedse).

7. Geertruid.

ovl. 1409-10, begr. St. Pieterskerk (Ke. 323 (8) f. 13v.). Zij ontving uit ½ morgen 2 hond 29 gaard land, die haar vader aan zijn vicarieën vermaakte, gedurende haar leven 2 £ p.j. (Ke. 1428, Van Mieris, Beschryving, III 887); bezat sinds 1405 een lijfrente van 13 Eng. nobel, samen met haar broer heer Dirk, t.l.v. de stad (Secr. 80 f. 68v.).

8. Beatrise Jacob Vinkendr.

(Ga. 440 f. 14v.)

tr. Gerrit Willemsz. (Ga. 440 f. 14v.; wrsch. Gerrit, schoonzoon van Jacob Vinkenz., die 31 aug. 1376 poorter werd met zijn schoonvader als borg, Secr. 19 f. 43; zie ook Gerrit Willemsz.). Zij zijn wellicht identiek met: Gerrit Vinc; 1399 graankoopman (Weesk. 608 f. 8, zie over hem Secr. 84 f. 245v. betr. de lening van 1393 en Ga. 334 (5) f. 11v.) en diens vrouw Beatrise, verm. 1408-09 bij de aankoop van roerend goed met Poes Pietersz. als borg, zij was toen vermoedelijk weduwe (RA. 50 f. 73). In 1421 is sprake van een huis aan de Rijn dat behoorde aan de kinderen van Gerrit Vinc (W. 429 f. 13 en tafel).

In de genealogie niet te plaatsen is: Hadewi Vinken met haar zoon Gerrit, de St. Pieterskerk verzorgde hun memorie (Ke. 7 f. 56v.).


Previous PageTop Of PageNext Page

Auteur Fred van Kan
Publicatie Het Leidse Patriciaat
Home www.janvanhout.nl