Home <— Leids Patriciaat

Previous PageHome PageNext Page

BORT

BORT

I. JAN BORT

1. Willem Bort, volgt II.

2. Geertruud Jan Bortsdr.;

II. WILLEM BORT

1. Willem Foytgen, volgt IIIa.

2. Claas Willem Bortsz., volgt IIIb.

3. Simon Bort, volgt IIIc.

4. Lijsbeth

IIIa. WILLEM FOYTGEN

IIIb. CLAAS WILLEM BORTSZ.

IIIc. SIMON BORT

1. (bij Katrine Jansdr.) Katrine

2. (bij Katrine Jacob Pietersdr.) Bartraad


BORT

Dit geslacht was verwant met Foytken Willemsz., die vermoedelijk door bastaardij uit de Van Teylingens stamde (zie CBvG., Coll. de Man, 4e doos, Van Teylingen; Nass. Dom. 6525 f. 390 en 395, Hamaker, Rek. Holl., I 67. De hypothetische afstamming bij Wimersma Greidanus, 'Croesinck', uit Floris van Teylingen, broer van heer Dirk, is niet onaannemelijk). Op grond van de relatie van de familie met Foytken Willemsz. c.s. alsmede de leeuw met dwarsbalk in het zegel van de Borts en de bij hen voorkomende namen Simon en Foytken, vermoeden we ook bij hen een afstamming uit de Van Teylingens.

I. JAN BORT

ovl. missch. op 19 dec. 1357, vgl. Van Wijn, Huiszittend Leven, II 138 (Necrologium van Egmond); begr. St. Pieterskerk (Ga. 440 f. 13v.).

functies:

burgemr. 1350-51, schepen 1356-57.

landbezit:

? Jan Bortsweer, belendend aan het Smaelweer te Zoeterwoude, verm. 6 juli 1379 (Ke. 1368a f. 2v.).

varia:

zegel: een leeuw met dwarsbalk (Ke. 927, 5 nov. 1356).

familie:

tr. ver IJde, begr. St. Pieterskerk (Ga. 455 f. 214 en 440 f. 13v.). Zij was wrsch. een Van Oestgeest, daarop wijst het ankerkruis dat haar zoon Willem Bort in zijn wapen voert en het voorkomen van leden van dit geslacht alsmede hun verwanten onder de magen van Willem Bort (zie hierna). Bovendien zegelde Simon Bort 22 feb. 1401 voor Kerstijn van Oestgeest, getr. met Walich Jansz., waarvan een zoon Willem Bort heette (vgl. Van Oegstgeest II en Walich Jansz.). De H. Geest verzorgde de memorie van de vrouwe van Leuwenburch, haar man Jan Bort, haar man Jan van Leuwenburch e.a.; wat met deze vermelding aan te vangen, is niet duidelijk; Jan van Leuwenburch komt nog in 1359 voor (Koningsveld 87), terwijl Jan Bort in 1356-57 nog een functie bekleedde, zodat we bij gebrek aan verdere gegevens deze Jan Bort niet met de door ons behandelde willen vereenzelvigen.

kinderen:

1. Willem Bort, volgt II.

2. Geertruud Jan Bortsdr.;

op haar woonhuis aan de Vollersgracht vestigde zij 7 mrt. 1390 10 s.g.g. rente t.b.v. de H. Geest voor memoriediensten (W. 429 f. 64 en tafel).

II. WILLEM BORT

(afstamming op grond van Ga. 455 f. 214 en de zegels van Willem en Jan).

Vermoord kort voor 9 okt. 1363 (zie hfdst. 5), begr. St. Pieterskerk (Ga. 440 f. 13v.).

functies:

schepen 1350-51, 55-56, 57-58, 58-59; rentmeester van Noord-Holland 1363 (na 10 jan., tot op 2 juli; GvH. 19, 1448, 1449 f. 26v.).

woonhuis:

Breestraat (Hoek, 'Wassenaar', 102, Nass. Dom. 6461 f. 329v.); de hierop gevestigde rente hield hij sinds 9 okt. 1357 in leen van de burggraaf (vgl. rentebezit). 29 juni 1372 werd wijlen Willem Bort verm. als belender van heer Philips Ermegardenz. huis, dat lag aan de weg leidend naar de stadsmuur, in St. Pietersparochie nabij het Gravensteen; betrof dat dit woonhuis? (Ke. 415 f. 37).

landbezit:

* 16 hond land aan de Wairsloot en de Zijl te Warmond, 20 feb. 1346 verkocht aan het St. Catharinagasthuis (Ga. 455 f. 37v.).

* 3 jan. 1353 20 morgen land in de Lage Waard te Koudekerk, ten vrij eigen gekocht van de graaf (GvH. 244 f. 21).

* 8 feb. 1353 de heemwerf en hofstad waar Jan van den Rine van Rodenburg woonde, met het land waar de boomgaard zich bevond, te Zoeterwoude. Verder ald. 3½ morgen land (die Burch), 2 morgen, 7 morgen (de Oude Weyde) eveneens van Jan den Rine afkomstig (GvH. 244 f. 32).

* 9 juli 1354 2 morgen, Simon Goriiscamp, te Leiderdorp, grfl. leen, na koop van Bertelmeeus Gerrit Gorisz. (GvH. 707 f. 9).

rentebezit:

9 okt. 1357 9 groot met de houde op zijn woonhuis, in leen gehouden van de burggraaf (Hoek, 'Wassenaar', 102).

borgstelling:

5 feb. 1363 beloofde hij vrijwaring bij een verkoop door zijn zoon Simon Bort (W. 428 f. 19v.).

varia:

zegel: rechts ankerkruis, links leeuw met dwarsbalk (Ke. 997, 8 nov. 1357). Pachter van de Leidse gruit 1357, 1359 (met gezellen), 1360 (met Wouter van der Bregghe) en 1361 (GvH. 1444 f. 5, 1446 f. 11v., 1447 f. 7 en 1448 f. 7v.). 1352-54 ontving de grafelijkheid inzake een verzoening van Willem Bort en zijn gezellen zekere gelden (GvH. 1441 f. 6v.). Na de moord op hem werd 29 sep. 1364 te Katwijk uitspraak gedaan door de burggraaf tussen de schuldigen en Willems magen. Voor de laatsten traden op: heer Baarnd uten Enghe, Willem Heerman, Boudijn ver Machteldenz., Jan Philipsz., Gerrit van Oestgeest Rutgersz., Gerrit van Oestgeest, Gerrit Heerman, Foytken Willemsz., Willem Schrevel en Wouter van der Bregghe. De eerste partij diende kloosterwinning te doen tussen Zijpe en Maas en 100 zielmissen op te dragen t.b.v. Willem Bort en verder 1700 schilden van 24 Dordtse of Vlaamse groten uit te betalen t.b.v. Willems kinderen en magen (Hoek, 'Wassenaar', 102).

familie:

gezien zijn maagschap (zie hier direct boven) verwant met de geslachten Uten Enghe (een Stichtse familie, zie Wittert van Hoogland, 'Ridderhofsteden', 465), Van Oestgeest, Van der Bregghe, Willem Luutgardenz.'s geslacht, Boudijn ver Machteldenz. (die 30 apr. 1365 als getuige optrad toen Simon van Teylingen zijn vrouw tochtte, De Man, 'Van Teylingen', 426) en Foytken Willemsz. Tr. Lijsbeth, dr. van Claas Nannenz., begr. St. Pieterskerk (Ga. 455 f. 214, 440 f. 13v.; zie ald.). Kinderen:

1. Willem Foytgen, volgt IIIa.

2. Claas Willem Bortsz., volgt IIIb.

3. Simon Bort, volgt IIIc.

4. Lijsbeth

tr. Dirk Poes Frankenz. (Ga. 1182 f. 30; Ke. 7 f. 18v., zie Rijswijc).

IIIa. WILLEM FOYTGEN

ovl. 22 mei 1412, begr. St. Pieterskerk (DuO. 2033 f. 6v., Ke. 323 (9) f. 12v.).

functies:

schepen 1374-75, burgemr. 1388-89, 95-96, 1406-07, schout van Hazerswoude 1371 (GvH. 1863 f. 4), ontving daarom wrsch. de inkomsten uit de grote tiende van die plaats, m.u.v. 5 hoet rogge (GvH. 1453 f. 5); schout van Groenswaarde (bij Waddinxveen) 1384-85 (GvH. 1871 f. 10v. en 1872 f. 9).

beroep:

exploiteerde wrsch. een kalkoven (1401-02, Ga. 334 (6) f. 19v.).

woonhuis:

aan de Breestraat, missch. het in 1380 door Bertelmeeus Simon Gorisz. (van der Bregghe) verkochte huis (GvH. 226 f. 18).

huisbezit:

3 jan. 1397½ van een huis te Oegstgeest bij de Oude Vliet, gekocht van de graaf (GvH. 198 f. 168).

landbezit:

* 1364 2 morgen land, Simon Goriiscamp, te Leiderdorp, grfl. leen, ontving 23 aug. 1389 grfl. toestemming voor verkoop (GvH. 226 f. 299 en Ga. 455 f. 25). Schonk dit land 19 mrt. 1390 aan St. Catharinagasthuis; hiervoor diende het gasthuis 40 s.pay. p.j. uit te reiken aan zijn vrouw en memoriediensten te houden (Ga. 455 f. 24).

* 3 morgen 2½ hond veenland tussen Zegwaard en Zevenhuizen, 24 okt. 1394 in andere handen verm.; erop rustte erfpacht voor de graaf en lastgeld (GvH. 228 f. 142v.)

* 30 juni 1396 14 hond land te Warmond aan de Zijl, voor 90 £ pay. gekocht (Ga. 1182 f. 30), vererfd op zijn neef en oomzegger Willem Bort Dirk Poesz. (zie Rijswijc).

* 5 nov. 1399 een erfje aan de Nuwenwech, na koop van de stad direct aan St. Catharinagasthuis geschonken (Ga. 455 f. 81v.).

* land, omstr. 1395 afgestaan t.b.v. de nieuwe weg naar Oegstgeest (Secr. 1737).

* 12 morgen 1½ hond in de Vievennen te Leiderdorp, 19 mei 1402 verkocht aan de regulieren te Leiderdorp (Klo. 671).

* 'Juttenkinderen'land, belendend aan bovenstaand land (Klo. 671).

* 19 morgen te Vorenbroek onder Wassenaar, gekocht van de regulieren te Leiderdorp; grfl. consent hiervoor 9 jul. 1399 (Klo. 671, GvH. 228 f. 341).

* land te Oegstgeest, belendend aan de Hoghe Camp, verm. 30 mei 1402 en 3 mrt. 1403 (Klo. 911 f. 4v. en GvH. 229 f. 21v.).

rentebezit:

* 16 jan. 1384 5 £ pay. op een huis en erf aan de Hogewoerd, 18 mrt. 1390 geschonken aan de H. Geest met o.m. de bepaling, dat 10 s.pay. p.j. moest worden uitgereikt aan Geertruud Claas Schrevels weduwe, dr. van Floris Foytken en 10 s.pay. p.j. aan Dirk Claren Dirksdr. van der Dobbe (W. 428 f. 67).

* 9 groot met houde op het huis waar zijn vader vroeger woonde aan de Breestraat (Hoek, 'Wassenaar', 102).

* 2 £ pay. op land te Waddinxveen, 29 apr. 1396 geschonken aan zijn kapelanie (Ke. 322 f. 16).

* 3 £ 5 s. 2 p.g.g.; 25 s. 2 p.pay.; 21 s. 4 p.pay. aan de Rijn en 7 s. 4 p.pay., alle op huizen en erven te Marendorp, gekocht van Claas Jansz. Vos, 29 apr. 1396 geschonken aan zijn kapelanie (Ke. 322 f. 16).

* 26 s.pay. op een huis bij de Duysentraettoren, 29 aug. 1396 geschonken aan zijn kapelanie (Ke. 322 f. 16).

* 20 s.pay. op een huis in de nieuwe vrijheid, 29 apr. 1396 geschonken aan zijn kapelanie (Ke. 322 f. 16).

* 26 mei 1402 15 Eng. nobel lijfrente voor Willem en zijn vrouw, gekocht van de stad, losbaar met 100 Eng. nobel (Secr. 80 f. 65).

* 3 £ 10 p.g.g.; 4 £ 5 s.g.g. en 4 £ 5 s.g.g., alle gevestigd op Dirk Claasz. van Haerlems huis en erf, 1409 afgeschat (RA. 50 f. 85).

borgstelling:

12 okt. 1381 Elisabeth Aarndsdr. (Secr. 19 f. 55v.).

stichting:

29 apr. 1396 kapelanie ter ere van St. Catharina en St. Antonius Abt in St. Pieterskerk, schonk hieraan de overschotten van een kapelanie door zijn oom Willem Nannenz. (zie ald.) gesticht; voor de verdere schenkingen zie land- en goederenbezit. Van deze schenkingen behield hij voor zichzelf en zijn vrouw 4 £ pay. als lijftocht. De collatie vermaakte hij aan de H. Geest. Bedienaar moest een nakomeling van zijn grootouders van moederszijde zijn. De akte werd door zijn verwant Baarnd Jansz. van Leyden bezegeld (Ke. 322 f. 16, 420 f. 777). Wijzigingen in de fundatiebrief werden 9 jan. 1405 bevestigd (Ke. 322 f. 35).

varia:

zegel: rechts een ankerkruis, links een leeuw met dwarsbalk (Ke. 757, 10 mei 1375). Pachter van de tiende van Hazerswoude 1371 (GvH. 1453 f. 5). 6 nov. 1396 ontving hij het voorrecht dat hij overal mocht gaan in Holland met behoud en gebruik van de rechten en keuren van Leiden tot een half jaar na opzegging door de graaf (GvH. 198 f. 166). 7 juli 1404 trad hij op t.b.v. Claas Dirksz.'s kinderen (Ke. 1062).

familie:

was 1395 met zijn broers onder de magen van Foytken Foytkensz.(GvH. 198 f. 114). tr. Machteld Pietersdr. van Leyden, ovl. 1 nov. 1428 (zie Van Leyden).

IIIb. CLAAS WILLEM BORTSZ.

ovl. 1398-99, begr. St. Pieterskerk (Ga. 334 (5) f. 9v., Ke. 323 (1) f. 10).

functies:

schepen 1383-84, 84-85, 89-90, 93-94, burgemr. 1390-91, 96-97, 97-98, kerkmr. van St. Pieter 1392-93, gasthuismr. van St. Catharina 1395-96 en 96, schout 1396.

woonhuis:

bij het grafelijk hof, 1 juli 1368 vermeld als belendend aan dat van Dirk Poes Jansz. van Leyden (Ke. 493 f. 44v.). Missch. was het dit huis dat 13 juli 1385 belendde aan een huis dat Steven Everardsz. kocht van Simon Gijsbrechtsz. (W. 428 f. 115).

huisbezit:

10 mei 1395 een huis en erf aan het einde van Huge Claasz. van der Burchs steeg, gekocht van de graaf, na verbeuring door Floris Gijsbrechtsz. Het huis werd verhuurd; er rustte een rente met houde t.b.v. Jan van Leyden op. I.v.m. de verdiensten van zijn ouders en diensten die hij nog zou doen, betaalde hij de halve koopsom, 80 Geld. gld. (GvH. 228 f. 169).

landbezit:

* 4½ hond land tussen Zijl en Mare te Leiderdorp, 30 apr. 1378 door hem aan het St. Pancraskapittel verkocht (Ke. 493 f. 68). Als belender met land ter plaatse wordt hij reeds 17 jan. 1368 en 14 jan. 1373 genoemd (Ke. 493 f. 65).

* land te Zoeterwoude, verm. 26 juli 1382 in een belending (Ga. 455 f. 38v.).

varia:

zegel: gedeeld, rechts een leeuw met barensteel, links een ankerkruis (Agn.bhf. 42, 13 juni 1384).

familie:

1395 met zijn broers onder de magen van Foytken Foytkensz. (GvH. 198 f. 114). tr. Alide (Ga. 440 f. 8v.); zij was missch. een dr. van Jan Hendriksz. (zie Hendrik veren Bartradenz. c.s.). Zij gaf 1399-1400 haar poortrecht op (Rek. Lei., I 93).

IIIc. SIMON BORT

ovl. 1413-14, begr. St. Pieterskerk (Ke. 323 (10) f. 13).

functies:

schepen 1371-72, 73-74, 75-76, 91-92, 92-93, 95-96, 1409-10; burgemr. 1379-80, 85-86, 89-90, 93-94, 99-1400; kerkmr. van St. Pieter 1397-98, 98-99, 99, 1400-01, 01-02, ? 03-04, 07-08; schout van Zegwaard verm. 29 jan. 1367-86 (Ke. 911, 415 f. 55v., GvH. 1862 f. 3, 1863 f. 4, 1864 f. 5, 1866 f. 4, 1870 f. 11, 1871 f. 11v., 1872 f. 10, 1873 f. 4v.).

beroep:

exploiteerde een steenplaats (1402-03, Ga. 334 (8) f. 23v.); hield zich met turfwinning bezig (zie landbezit).

woonhuis:

de achterzijde van zijn huis belendde 5 juni 1413 aan een huis aan de Papengracht (Ke. 203 f. 22v.).

huisbezit:

huizen op het Hof bij de Troostbrug, tussen St. Pieterskerkgracht en Varkenssteeg. De lijftocht hiervan vermaakten Simon en zijn vrouw aan elkaar; na hun dood was het nieuwe huis op de hoek bestemd voor heer Pieter Aarndsz., of zijn broers of zusters bij zijn overlijden, de andere huizen en erven voor zijn bastaarddochters, te vererven op hun naaste verwant van vaders zijde (17 aug. 1408, Ga. 373).

molen:

7 nov. 1398 een ½ windmolen te Leiden aan de Vliet, de andere helft behoorde aan Jan van Leyden, leen van de Egmondse hofstad Palenstein. Het leen zou na zijn dood komen aan een van zijn dochters, met een lijfrente van 10 £ pay. voor zijn vrouw. 11 nov. 1398 kreeg hij het recht het goed ten vrij eigen te verkopen, mits hij een goed, erf of rente ter waarde van 50 £ zou opdragen (Kleijntjens, 'Molen op den Vliet', 1-2, en L.H.J. Sicking, '"Binnen der stede van Leyden, op de Vliet, an de vest...'. Een lokaal-topografisch onderzoek naar het Consciëntieplein in de 15de en 16de eeuw', in Leids Jaarboekje 83 (1991) 35-50). Het land tussen Molenstraat en Stadsvest waar o.m. de molen op stond, was in zijn handen (Ke. 323 (1) f. 8 en volgende rek.).

landbezit:

* 13 dec. 1367 4½ morgen land, d.w.z. Jan Lijemanscamp en 1 morgen land uit de Cruyscamp te Leiderdorp, na opdracht door Floris Claas Schrevelsz.; door hem opgedragen t.b.v. Simon Frederik (Muller, 'Het Oude Register', 280-281; GvH. 226 f. 201).

* 11 mrt. 1375 16 morgen te Zoeterwoude, strekkend in de Rijn en langs Rijnegommer watering, gekocht, samen met Gerrit van Oyen Wermboutsz., van Willem van der Made. Dit land droeg hij op aan Willem van Egmond, heer van Zegwaard, om het in leen te ontvangen (Klo. 1469 f. 28v.-29). Is dit het dat 26 juli 1382 belendde aan land van Pieter Hugenz.? (Secr. 1737).

* 2 morgen, 5 hond, 76 roeden veenland tussen Zegwaard en Zevenhuizen, verm. 16 juli 1394 (GvH. 228 f. 134); hierop rustte grfl. erfpacht en lastgeld, dat laatste kocht hij wrsch. af, aangezien Simon en zijn vrouw elkaar 17 aug. 1408 het vruchtgebruik van het lastgeld vermaakten (evenals dat van een ½ roede veenland achter Benthorn). Land en lastgeld van de genoemde landerijen zouden na hun dood aan het St. Catharinagasthuis komen, voor memoriediensten en uitdelingen (Ga. 373).

* het gehele erf tussen Hoeflaan en Vliet in St. Pietershoeve, verm. sinds 1398-99; gedeeltelijk uitgegeven (Ke. 323 (1) en volgende rek.).

rentebezit:

* 10 s., 9 s. en 28 s.g.g. op drie aaneengelegen huizen en erven; 5 feb. 1363 aan de H. Geest verkocht met vrijwaring door zijn vader (W. 428 f. 19v.).

* 21 aug. 1408 een schuldbrief van 15 £ pay. op een huis en erf te Leiden (RA. 50 f. 38v.).

borgstelling:

* 8 juli 1369 Simon Gerrit Willem Gisenz.z., borg samen met Gerrit van Oestgeest (Secr. 19 f. 19).

* 23 sep. 1370 Robbrecht IJsbrandsz. van der Mersche en Jacob Jan Hobbenz. van der Mersche (Secr. 19 f. 24v.).

* 6 mrt. 1372 Aarnd Paulusz. van Reynsburch (Secr. 19 f. 30).

* 23 apr. 1372 Jan Foytkensz. (Secr. 19 f. 31).

* 2 sep. 1372 Foytken Boudijnsz. (Secr. 19 f. 34v.).

* 25 mrt. 1373 Floris Schrevel (Secr. 19 f. 35v.).

* 17 mei 1373 Floris van Zandwic (Secr. 19 f. 36).

* dec. 1373 Gisebrecht Jansz. (Secr. 19 f. 36v.).

* 23 mei 1376 heer Jan van Egmond (Secr. 19 f. 42v.).

* 5 juli 1378 Aarnd Paulusz. (Secr. 19 f. 45).

* 5 juli 1378 Simon Foytkensz. (Secr. 19 f. 45v.).

* 18 juli 1383 Lubbrecht Jacobsz. van den Damme (Secr. 19 f. 60v.).

* 6 feb. 1384 Jacob Fouckenz. (Secr. 19 f. 61v.).

* 30 jan. 1393 Lubbrecht van den Dam (Secr. 19 f. 95v.).

* 24 jan. 1395 Aarnd Jansz. van Wassenaer (Secr. 19 f. 103v.).

* 1 dec. 1406 Bartoud Gerritsz. van Assendelft (Secr. 20 f. 24v.).

varia:

zegel: gedeeld, rechts een ankerkruis, links een leeuw met dwarsbalk, met schuinbalk over het geheel (Ke. 643, 14 juli 1374). Pachtte van de graaf van Blois 1362 een tiende aan Doedijnslaan bij Leiden (Gr.v.Blois 91 f. 10); 1370 pachter van de Leidse gruit (GvH. 1452 f. 9); testeerde met zijn vrouw 1393, grfl. bevestiging 12 juni 1393, m.n. van wat hij zijn bastaarden naliet (GvH. 228 f. 87); zij maakten opnieuw 17 aug. 1408 testament (vgl. huizen en landbezit), ook dit testament kreeg grfl. goedkeuring (Ga. 373); was omstr. 1390-95 met Willem van der Speck aan Pieter Kops kind 110 Dordtse gld. schuldig (Secr. 84 f. 41). 1395 ontving hij van de graaf 2 binten t.b.v. zijn timmering (GvH. 1471 f. 52v.).

familie:

was met zijn broers 1395 onder de magen van Foytken Foytkensz. (GvH. 198 f. 114). tr. Lijsbet, ovl. na 1417-18 toen zij achterstallig was in het kerkgeld van St. Pieterskerk, woonde toen aan het Rapenburg (Ke. 323 (11) f. 42v.). Zij bezat samen met Bartraad, haar mans bastaarddochter, 1412-13 een lijfrente van 3 nobel 1 groot t.l.v. de stad (Secr. 513 f. 20).

Bastaarddochters:

1. (bij Katrine Jansdr.) Katrine

verm. 7 nov. 1398 en 17 aug. 1408 (zie hoger).

2. (bij Katrine Jacob Pietersdr.) Bartraad

verm. 7 nov. 1398 en 17 aug. 1408 (zie hoger), ovl. na 1 mrt. 1429 (Klo. 1469 f. 32). Zij bezat een lijfrente samen met haar vaders vrouw (zie boven). tr. Pieter Jacob(sz.); zie ald.


Previous PageTop Of PageNext Page

Auteur Fred van Kan
Publicatie Het Leidse Patriciaat
Home www.janvanhout.nl