Home <— Leids Patriciaat

Previous PageHome PageNext Page

VAN BLEYSWIC

VAN BLEYSWIC

I. JACOB CLAASZ. VAN BLEYSWIC

1. Heer Claas Jacobsz., volgt II.

2. Pieter Jacobsz. van Bleyswic

3. Aleidis

4. Geertruud Jacobsdr.

5. Elisabeth

II. HEER CLAAS JACOBSZ. VAN BLEYSWIC


VAN BLEYSWIC

I. JACOB CLAASZ. VAN BLEYSWIC

ovl. tussen 9 jan. 1342 en 22 sep. 1343 (Ke. 493 f. 61), begr. St. Pancraskerkhof (Ke. 415 f. 48v.).

huis- en rentebezit: 9 jan. 1342 10 s.g.g. op een half huis en erf op de hoek van de Oude Rijn, de andere helft behoorde aan Jacob zelf toe (Ke. 493 f. 61; overdracht van deze rente door zijn zoon Claas 7 dec. 1358, zie ald.).

familie:

tr. Wendelmoed, wrsch. ovl. voor 7 dec. 1358 (overdracht van een rente die aan haar toebehoorde door haar zoon Claas); begr. St. Pancraskerkhof (Ke. 415 f. 48v.). Zij bezat 10 s.g.g. rente op een huis en erf op het Hogeland (22 sep. 1343, Ke. 493 f. 61); deze werd 7 dec. 1358 door haar zoon Claas overgedragen (zie ald.).

kinderen:

1. Heer Claas Jacobsz., volgt II.

2. Pieter Jacobsz. van Bleyswic

ovl. tussen 14 nov. 1367 en (wrsch.) 18 sep. 1380 (Ke. 415 f. 91v. en 493 f. 30).

functies:

klerk ter kanselarij te 's-Gravenhage (Ke. 493 f. 61v.); verm. als clericus uxoratus 24 aug. 1366 (Ke. 982 en 991). Ontving van de graaf 3 feb. 1356 een kapelanie in de kerk te Dordrecht, deed daarvan voor 17 jan. 1359 afstand (Van Riemsdijk, Tresorie, 79).

landbezit:

is hij de Pieter van Bleyswijk die 4 dec. 1362 6 morgen land van de graaf in leen ontving? (GvH. 226 f. 79).

borgstelling:

? 5 juni 1365 Claas Jansz., van Zoetermeer (Secr. 19 f. 3).

varia:

bracht heer Adam van Catwic in de klerkenkamer te 's-Gravenhage een oogkwetsing toe; in deze kwestie werd 17 dec. 1357 een scheidsrechterlijke uitspraak gedaan, waarbij o.m. werd bepaald dat Pieter 50 s.g.g. aan renten diende te betalen, voor een memorie in de St. Pieterskerk voor heer Adam (Ke. 493 f. 61v.). Ingevolge dit zeggen droeg zijn broer heer Claas renten over (zie ald.).

familie:

dochter:

Wendelmoed, verm. 18 sep. 1380 (Ke. 493 f. 30).

3. Aleidis

verm. 14 nov. 1367, ovl. voor 20 apr. 1377 (Ke. 415 f. 91v. en 493 f. 30).

woonhuis:

het woonhuis van een van de zusters van heer Claas van Bleyswic was 28 juni 1376 gelegen aan Hogelandskerkgracht (W. 428 f. 38).

familie:

tr. Herman. Zoon:

a. Heer Nanno Hermansz.

jong ovl. 17 okt. 1399, begr. in het graf van zijn oom heer Claas (Ke. 416 f. 29v.).

functie:

kanunnik op St. Gregoriusprebende in St. Pancraskerk, daartoe bij testament door zijn oom aangewezen - na diens dood - (Ke. 416 f. 29v., 418 f. 109 en 493 f. 30).

schenking:

het jaar van gratie van zijn prebende (Ke. 416 f. 29v.).

4. Geertruud Jacobsdr.

ovl. na 27 jan. 1415 (RA. 50 f. 141).

rentebezit:

43 s.g.g. met houde op een erf te Leiden, verm. 27 jan. 1415 (RA. 50 f. 141).

familie:

tr. Gerrit Jansz. (Ke. 7 f. 70); Aagte Jacobs Malen' echtgenote was wrsch. haar verwante (ibidem). Zoon:

a. Heer Jan Gerritsz.

ovl. 14 dec. 1433, plotseling, begr. St. Pancraskerk in het graf van zijn oom heer Claas (Ke. 416 f. 90).

functie:

kanunnik van St. Pancraskapittel (Ke. 416 f. 90); verm. 23 dec. 1401 als rentmeester van het kapittel; trad o.m. 4 okt. 1421 en 7 mrt. 1429 namens het kapittel op (Ke. 416 f. 41, 493 f. 102 en 99v.).

5. Elisabeth

verm. 14 nov. 1367 en 18 sep. 1380 (Ke. 415 f. 91v., 493 f. 30).

II. HEER CLAAS JACOBSZ. VAN BLEYSWIC

ovl. 14 okt. 1380 te Leiden, begr. St. Pancraskerk (Ke. 415 f. 68v. en 73).

functies:

priester (verm. sinds 15 sep. 1356, Ke. 493 f. 29v.), pastoor en kanunnik van St. Pancras 1366-74 (Leverland, 'Pastoors van St. Pancras', 68, dezelfde, 'Inquisitio conexuum', 88); notaris, verm. voor 7 juni 1376 (Ke. 415 f. 50); pastoor van Warmond sinds 1378 (Leverland, 'Inquisitio conexuum', 88).

woonhuis:

aan Hogelandskerkstraat, 'apud castrorum'; woonde daar reeds bij de stichting van het kapittel (Ke. 493 f. 30). Dit huis was missch. afkomstig van zijn vader (zie ald.); 20 apr. 1377 beschikte hij bij testament over dit huis t.g.v. zijn verwanten (Ke. 493 f. 91v.). Zijn huis belendde 17 dec. 1381 aan een schuur aan de Oude Rijn (W. 428 f. 42v.).

huisbezit:

een huis en 2 hofsteden aan de Middelwech, op het Hogeland, 2 mei 1364 verkocht tegen een rente van 10 s. 5 p.g.g. (Ke. 493 f. 29v.). Wrsch. vestigde hij op dit huis 7 dec. 1358 een rente van 17 p. t.b.v. de priesters van St. Pieterskerk (Ke. 493 f. 61v.).

landbezit:

* 7 nov. 1368 3 morgen land te Benthuizen, gekocht t.b.v. zijn prebende (Ke. 493 f. 28v.).

* 20 nov. 1369 4 morgen land te Maasland, gekocht t.b.v. zijn prebende (Ke. 493 f. 28v.).

* 1 mei 1373 1½ morgen land aan de Rijn te Oegstgeest; hierop behield Hendrik van Alkemade 30 s.g.g. rente; dit land kocht hij t.b.v. zijn prebende (Ke. 493 f. 29).

* 3 morgen land te Wassenaar, onder Santhorst, gemeen gelegen met land van Jan Hugenz., voor 5 okt. 1369 gekocht (bij testament van 20 apr. 1377 bestemd voor de vicarieën van mr. Andries; Ke. 415 f. 27 en 493 f. 30).

rentebezit:

* 15 sep. 1356 12 s.g.g. met houde op een huis en erf te Marendorp, 17 juli 1374 overgedragen aan zijn prebende (Ke. 493 f. 29v.).

* 10 apr. 1358 een pandrente van 5 s. 7 p.g.g. op een huis en erf te Leiden (Ke. 493 f. 61).

* 1 juni 1358 3 s.g.g. op een huis en erf aan de Vollersgracht (Ke. 493 f. 61).

* 7 juni 1358 1 £ g.g. op het huis en erf van Jacob Rembrand Vinkenz.z. aan de Vollersgracht, gekocht van deze (Ke. 493 f. 61).

Laatstgenoemde 3 renten, alsmede 2 renten bij zijn ouders vermeld, droeg hij 7 dec. 1358 over aan heer Pieter den Hoesche, t.b.v. een verdeling onder de priesters (zie bij zijn broer Pieter; Ke. 493 f. 61).

* 2 mei 1364 10 s. 5 p.g.g. spruitend uit de verkoop van een huis (zie boven), 17 juli 1374 overgedragen aan zijn prebende (Ke. 493 f. 29v.).

* 18 feb. 1374 40 s.pay. op 4 morgen land te Nieuwkoop (Ke. 493 f. 29v.).

* ½ van 5 £ pay. rente, geschonken aan de huiszitten van St. Pancrasparochie (1378, Ke. 415 f. 61v.).

schenkingen:

* 1375 10 pay. aan St. Pancraskapittel voor het houden van de memorie van zijn ouders, broer en zusters (Ke. 415 f. 48v.).

* 7 nov. 1376 10 £ pay. aan St. Pancraskapittel; uit de opbrengst diende op de feesten van Translatio Martini en St. Bernardus 10 s.pay. te worden besteed aan uitdelingen onder de kanunniken (Ke. 415 f. 50v.).

* 1377 10 £ pay. aan het kapittel, t.b.v. de viering van de feesten van St. Alexis en Johannes Onthoofding (Ke. 415 f. 52).

* 1378 10 £ pay. aan het kapittel t.b.v. de viering van de feesten van Divisio Apostolorum en het Octaaf van Maria Geboorte (Ke. 415 f. 58v.).

stichtingen:

1366 de kanunniksprebende van St. Gregorius (Leverland, 'Inquisitio conexuum', 88). Regelde 15 nov. 1367 de collatie; eerste collator zou zijn broer Pieter zijn, gevolgd door zijn zusters Aleidis, Gertrudis en Elisabeth en tenslotte de oudste wettige zoon of dochter van zijn broer Pieter (Ke. 415 f. 91v.).

varia:

testeerde 20 apr. 1377 (met bepalingen betreffende zijn huis, zijn land te Wassenaar en zijn prebende, zie hoger) en 18 sep. 1380 (liet daarbij voor zijn memorie het gratiejaar van zijn prebende na, d.i. 10 £ pay., waaruit 6 £ pay. bestemd was voor O.L.V.kerk om er een rente van 10 s. mee te kopen - ook deze kerk deed zijn memorie (Ke. 415 f. 73, NH. Kerkvoogdij 2032 f. 45v.) -; vermaakte het gratiejaar van zijn cure te Warmond aan het kapittel voor zijn memorie (1 £ pay., Ke. 415 f. 68v.), zijn dienstmaagd Katrine o.m. 1 £ pay. rente, heer Simon Jansz. 10 s.pay. rente, Gijsbrecht van Leiderdorp 10 s.pay. rente, het Agnietenbegijnhof 10 s. rente en voor de viering St. Maartensfeest door het kapittel 5 s.pay. rente (Ke. 493 f. 30).


Previous PageTop Of PageNext Page

Auteur Fred van Kan
Publicatie Het Leidse Patriciaat
Home www.janvanhout.nl