Home <— Leids Patriciaat

Previous PageHome PageNext Page

HENDRIK VEREN BARTRADENZ. C.S.

HENDRIK VEREN BARTRADENZ. C.S.

I. STASIUS

1. Hendrik, volgt II.

2. Gijsbrecht ver Baartenz.

II. HENDRIK VEREN BARTRADENZ.

1. Stasijn Hendriksz.

2. Jan, volgt IIIa.

3. Gijsbrecht, volgt IIIb.

4. Hendrik van Lisse

5. Huge Hendriksz., volgt IIIc.

6. Jutte

7. Katrine

8. Lijsbeth

9. Bartraad

IIIa. JAN HENDRIKSZ.

1. Stasijn Jan Hendriksz.z.

2. Machteld Jan Hendriksz.dr.

3. Jan Jan Hendriksz.z.

4. Alijd

IIIb. GIJSBRECHT HENDRIKSZ

1. Simon Gijsbrechtsz., volgt IV.

2. Gijsbrecht Gijsbrechtsz.

IV. SIMON GIJSBRECHTSZ.

1. Jan Simon Gijsbrechtsz.z.

IIIc. HEER HUGE HENDRIKSZ.


HENDRIK VEREN BARTRADENZ. C.S.

De zegels van dit geslacht vertonen grote gelijkenis met die van het geslacht Van Tetrode, zodat verwantschap met dit geslacht niet onwaarschijnlijk is.

I. STASIUS

ovl. voor 8 nov. 1283.

familie:

tr. ver Bartrade, ovl. na 8 nov. 1283; zij bezat toen Thyemans Breedelant, wrsch. 13 morgen 4 hond land omvattend, gelegen ten zuidoosten van Boschuysen, strekkend uit de Rijn, onder Zoeterwoude. Zij verkreeg als bezitster hiervan het privilege dat zij in het onderhoud van de dijk te Spaarndam niet hoefde bij te dragen (Van Leeuwen, Handvesten, 356-360 = Van Mieris, Oorkondenboek I 434). Zonen:

1. Hendrik, volgt II.

2. Gijsbrecht ver Baartenz.

landbezit:

* de uiterdijk tussen Rodenburger sluis en de laan naar Leiden onder Zoeterwoude, leen van de hofstad Zwieten, bij kinderloos overlijden te versterven op zijn broer Hendrik (Hoek, 'Rept. Zwieten', 106, daar 1390 als datum van belening: d.i. onmogelijk, missch. dat Van Buchell per vergissing 1390 i.p.v. 1309 noteerde).

* 1½ morgen 9 gaard land ten noorden van Rodenburger wetering te Zoeterwoude, verm. 1326-30 (betrof dit hoger genoemd leen? Ke. 493 f. 8).

* 14 hond 4 gaard 8 voet land onder Boschuysen te Zoeterwoude, verm. 1326-30 (Ke. 493 f. 87).

* 5½ morgen 8 gaard (minus 2 voet) land, ten zuiden van Rodenburger wetering onder Zoeterwoude (Ke. 493 f. 88).

familie:

tr. Katrine; zij verklaarde 17 feb. 1337 dat haar zoon Aarnd Gisenz. 8 hond land bezat onder Zoeterwoude, aan de noordzijde belend door Boschuysen, aan de zuidzijde door land van Hendrik Baartenman (dat zal Hendrik veren Bartradenz. zijn) en strekkend uit de Rijn; hij verkocht dit land aan St. Catharinagasthuis (Ga. 455 f. 35).

II. HENDRIK VEREN BARTRADENZ.

ovl. tussen 18 apr. 1340 en 18 mrt. 1371 (W. 428 f. 4v., Ke. 493 f. 42).

woonhuis:

aan de Breestraat, verm. 18 apr. 1340 (W. 428 f. 4v.).

landbezit:

* 17 hond 4 gaard 4 voet land ten zuiden van Leiden onder Zoeterwoude, verm. 1326-30 (Ke. 493 f. 87v.).

* 10 hond land bij Boschuysen onder Zoeterwoude (Ke. 493 f. 40).

familie:

tr. Eemse (Ke. 493 f. 41v.).

Kinderen:

1. Stasijn Hendriksz.

ovl. voor 12 sep. 1369 (Ke. 493 f. 39).

functie:

klerk van Jan van Polanen en missch. grfl. kamerling (zie hfdst. 6).

woonhuis:

12 aug. 1344 verm. van zijn steeg (Ga. 455 f. 15).

huisbezit:

een huis en hofstede aan de 'gracht' achter Jan Hendriksz. (Ke. 493 f. 42).

landbezit:

* 1346-47 22 morgen land te Oudebucxwoude, West-Friesland, gekocht van de graaf (GvH. 1217 f. 5).

* 21 dec. 1349 9 morgen land en de woning ten Dale te Monster, opgedragen aan de heer van Polanen uit eigen (Nass. Dom. 6461 (44) f. 361, Muller, 'Het Oude Register', 232).

* land onder Boschuysen te Zoeterwoude, wrsch. in Hendrik veren Bartradenz. en Katrine Ghisenweer (vgl. Ke. 493 f. 42 en 39v.).

rentebezit:

* 16 feb. 1330 9 s.g.g. op een huis en erf te Leiden (Ke. 493 f. 38v.).

* 11 okt. 1333 5 s.g.g. op een huis en erf te Leiden (ibidem).

* 12 aug 1336 5 s.g.g. op een huis en erf aan de Breestraat (ibidem).

* 14 dec. 1336 10 s.g.g. op een ½ huis en erf te Leiden (Ke. 493 f. 40v.).

* 5 jan. 1337 9 s.g.g., 2 s. en 5 s., wrsch. op een huis en erf aan de Breestraat (Ke. 493 f. 39v.).

* 23 mrt. 1337 10 s.g.g. op een huis er erf aan de Breestraat (Ke. 493 f. 40v.).

* 3 mei 1337 1 £ g.g. op 4½ morgen land te Zoeterwoude aan de Rijn (Ke. 493 f. 41).

* 7 juni 1337 6 s.g.g. op een huis en erf te Leiden (Ke. 493 f. 40v.).

* 27 juni 1337 5 s.g.g. op een huis en erf te Leiden (Ke. 493 f. 41v.).

* 23 sep. 1339 10 s.g.g. op een huis en erf te Leiden (Ke. 493 f. 38v.).

* 22 sep. 1343 10 s.g.g. op een ½ huis en erf te Leiden (ibidem).

* 13 okt. 1344 10 s.g.g. op een huis en erf te Leiden (Ke. 493 f. 40v.).

* 2, 8, 8, 8, 7, 4 s.g.g. met houde op huizen en erven in Bronskiaenssteeg (Ke. 493 f. 39).

* 44 s.g.g. op een huis en erf te Leiden (Ke. 493 f 39).

* wrsch. 10, 2, 10, 5 s.g.g. op huizen en erven te Leiden (Ke. 493 f. 39).

* 4 s.g.g. op een huis en erf te Leiden (Ke. 493 f. 39).

Na zijn dood verdeelden zijn broers en zrs. 12 sep. 1369 voor 170 s.g.g. renten uit zijn nalatenschap; daartoe behoorde een groot aantal van de hoger genoemde renten, m.u.v. in ieder geval die van 16 feb. 1330 en 3 mei 1337 (Ke. 493 f. 39); zijn nalatenschap was echter omvangrijker, o.a. zijn neef Simon Gijsbrechtsz. erfde van hem.

familie:

tr. jkvr. Facen (Faas), dr. van Jan Hopezomer; 30 sep. 1374 en 3 feb. 1380 verklaarde St. Pancraskapittel haar voor 2 £ ontvangen rente 40 s. lijfrente te zullen uitreiken tot haar dood om daarna o.m. memoriediensten te verzorgen (Ke. 415 f. 41v.).

2. Jan, volgt IIIa.

3. Gijsbrecht, volgt IIIb.

4. Hendrik van Lisse

landbezit:

* 5 hond land bij Boschuysen, gemene voor met zijn broer Huge gelegen, verm. 8 mrt. 1373 (Ke. 493 f. 40).

* 3½ akker land te Heemskerk, voor 8 jan. 1381 aan zijn neef Simon Gijsbrechtsz. verkocht (zie ald.).

rentebezit:

deelde met zijn verwanten 12 sep. 1369 de nagelaten renten van zijn broer Stasijn en ontving daarbij: * 44 s.g.g. op een huis en erf te Leiden (Ke. 493 f. 39).

Bovendien ontving hij samen met zijn broer Huge en zuster Jutte: 10, 2, 10, 5 s.g.g. op huizen en erven te Leiden, afkomstig van zijn zuster Katrine (Ke. 493 f. 39): d.w.z. 9 s.g.g.; deze verkocht hij 15 aug. 1371 aan zijn broer Huge, alsmede: * 4 s. 6 p.g.g. op een huis te Leiden, gekocht van zijn zwager Mouwerijn en zuster Geertruud, afkomstig van hun broer Stasijn (Ke. 493 f. 39v., Ke. 677).

varia:

zegel: 3 plompebladen met een ster in het schildhoofd (Ke. 677, 15 aug. 1371). Deed 6 juli 1380 afstand van alle aanspraken op goederen door zijn broer Huge aan diens prebende en vicarie vermaakt, m.u.v. het huis en de boomgaard te Schoorl (Ke. 882).

familie:

is wrsch. Hendrik van Lis tr. Margriet; zijn zoon was dan heer Claas Hendriksz. van Lis (W. 428 f. 131, Kam, 'Memorieboek', 170).

5. Huge Hendriksz., volgt IIIc.

6. Jutte

tr. 1e Wouter van Assendelft, die haar 14 dec. 1342 tochtte aan 7 morgen land onder Rijswijk (GvH. 218 f. 58). tr. 2e Mouwerijn Dirksz. van Sassenem. Een relatie met het riddermatige geslacht van Sassenem blijkt uit de bronnen niet (Van der Klooster, 'De oude hofstede'). Hij verkocht 23 juli 1373 zijn zwagers Huge Hendriksz. en Hendrik van Lisse al het land dat zijn vrouw had geërfd van haar zuster Katrine, gelegen bij Boschuysen in Hendrik veren Bartradenz. weer en Katrine Ghisenweer, onder Zoeterwoude, alsmede renten te Leiden en haar deel van het huis op de 'gracht' achter Jan Hendriksz. (Ke. 493 f. 39v.; vgl. voor haar rentebezit gemeen met haar broers Huge en Hendrik hoger onder nr. 4).

7. Katrine

ovl. voor 12 sep. 1369 (Ke. 493 f. 39).

rentebezit:

waarschijnlijk afkomstig van haar broer Jan Hendriksz.:

* 10, 2, 10 en 5 s.g.g. renten te Leiden.

landbezit:

land onder Boschuysen in Hendrik veren Bartradenz.weer en Katrine Ghisenweer (Ke. 493 f. 39v.).

8. Lijsbeth

verm. 18 mrt. 1371 (Ke. 493 f. 42).

9. Bartraad

verm. 18 mrt. 1371 (Ke. 493 f. 42).

10. Geertruud

rentebezit:

29 s.g.g. renten afkomstig van haar broer Stasijn gemeen met haar broer Huge en zuster Jutte, verm. 15 aug. 1371 (Ke. 493 f. 39v.).

varia:

met haar echtgenoot erkende zij 18 mrt. 1371 haar zwager Simon Pietersz. bewezen te hebben haar deel in de erfenis van haar vader zoals gescheiden met haar zusters Bartraad en Lijsbeth, nl. alle hofsteden en renten te Leiden die Geertruud aanbestorven waren van haar broer Stasijn, 1/7 van diens huis aan de gracht achter Jan Hendriksz. met hofstede en 1/7 van diens land te Boschuysen; dit opdat de zusters evenveel ontvingen (Ke. 493 f. 42). Haar kinderen ontvingen 12 sep. 1369 uit de erfenis van haar broer Stasijn 2, 8, 8, 8, 7 en 4 s.g.g. renten met houde op huizen en erven in Bronskiaenssteeg; deze waren 1 mei 1375 in handen van haar broer Huge Hendriksz. (Ke. 493 f. 39).

familie:

tr. Wouter Hendriksz., verm. 18 mrt. 1371 (Ke. 493 f. 42).

11. Emese, tr. Simon Pietersz. Zij ontving van Geertruud voornoemd en haar echtgenote 18 mrt. 1371 haar deel in Stasijn Hendriksz. erfenis (zie hoger).

IIIa. JAN HENDRIKSZ.

ovl. tussen 23 apr. 1367 en 30 aug. 1369 (W. 428 f. 46v.).

functie:

gasthuismr. 1363-64.

(woon)huis: verm. aan de gracht bij de Diefsteeg 1 juli 1368 (Ke. 493 f. 44v.). Zijn woonhuis stond wrsch. aan de Breestraat (zie bij zijn vrouw Ave, hierna).

landbezit:

* wrsch.: 9 morgen land met de woning ten Dale te Monster, leen van de hofstad Polanen (Nass. Dom. 6461 (44) f. 361, Ke. 493 f. 41v.).

* een hofstad te Marendorp in zijn boomgaard, grenzend aan Jan Vossensteeg, 23 apr. 1367 te poortrecht uitgegeven tegen 20 s. 10 p.pay. rente (W. 428 f. 46v.), eenzelfde hofstad tegen 30 groten 2 p.pay. (ibidem).

rentebezit:

* 23 apr. 1367 20 s. 10 p.pay. (zie hiervoor).

* 23 apr. 1367 31 groten 2 p.pay. (ibidem).

Beide renten door zijn weduwe 30 aug. 1369 aan zijn kinderen uit het 1e huwelijk overgedragen (W. 428 f. 46v.).

* 18½ s.g.g. op een huis en erf te Leiden, verkocht aan zijn broer Huge Hendriksz. (Ke. 493 f. 39).

* 36 s.pay. op het huis en erf van Gijsbrecht Jansz. Vos aan de Breestraat (W. 429 f. 141).

familie:

tr. 1e Machteld (Ke. 7 f. 72). tr. 2e Ave. Zij deelde 12 sep. 1369 als weduwe met Alijd, haar dochter en de kinderen van haar man uit diens eerste huwelijk (Stasijn en Machteld) enerzijds en Huge Hendriksz., Hendrik Hendriksz. en Geertruud Hendriksz. anderzijds de renten die Stasijn Hendriksz. naliet (Ke. 493 f. 39). Zij woonde 24 juli 1371 met haar kinderen aan de Breestraat (W. 429 f. 141). Ave werd 27 juli 1376 Leids poorteres met Simon Gijsbrechtsz. als borg (Secr. 19 f. 43v.). Ovl. in 1381 (Ke. 415 f. 76v.). Kinderen uit het 1e huwelijk:

1. Stasijn Jan Hendriksz.z.

ovl. voor 16 sep. 1382 (W. 428 f. 47).

woonhuis:

bewoonde het huis op het Hogeland aan de Hooigracht, dat zijn oom Huge Hendriksz. 8 mei 1380 vermaakte aan zijn prebende; mocht hier blijven wonen (Ke. 885, W. 428 f. 65).

landbezit:

9 morgen land en de woning ten Dale te Monster, leen van Polanen (Nass. Dom. 6461 (44) f. 361, Ke. 493 f. 41v.).

rentebezit:

* 30 aug. 1369 20 s. 10 p.pay. op een hofstad te Marendorp, alsmede:

* 31 groten 2 p.pay. op een hofstad ald.; beide renten droeg zijn stiefmoeder op hem en zijn zuster over (W. 428 f. 46v.-47).

* 36 s.pay. op het huis en erf van Gijsbrecht Jansz. Vos aan de Breestraat, samen met (half)broer en (half)zusters. Deze rente werd in 1434 voor de memorie van Jan Wouter Simon Galenz.z. aan de H. Geest overgedragen door diens zoon Claas (W. 429 f. 141).

2. Machteld Jan Hendriksz.dr.

ovl. voor 8 aug. 1445 (Nass. Dom. 6461 (44) f. 361).

landbezit:

* 9 morgen en de woning ten Dale te Monster, leen van de Lek en Polanen (Nass. Dom. 6461 (44) f. 361).

rentebezit:

* 30 aug. 1369 20 s. 10 p.pay. op een hofstad te Marendorp en:

* 31 groten 2 p.pay. op een hofstad ald.; beide renten door haar stiefmoeder overgedragen op haar en haar broer (W. 428 46v.). Zij droeg met Claas Bort als voogd 16 sep. 1382 de 20 s. 10 p.pay. rente over aan de H. Geest voor memoriediensten (W. 428 f. 47).

* 36 s.pay.: zie haar broer Stasijn.

familie:

tr. 1e Herman Boudijnsz. (Nass. Dom. 6461 (44) f. 361; zie ald.); tr. 2e wrsch. Andries Hugenz. van der Burch (zie Ga. 455 f. 69v. en vgl. het feit dat diens zoon Jan Andriesz., kanunnik, werd begraven in het graf van heer Huge Hendriksz.; zie Die Milde).

Kinderen uit het 2e huwelijk:

3. Jan Jan Hendriksz.z.

ovl. Leiden 10 sep. 1381, begr. St. Pancraskerk (Ke. 415 f. 76v.).

functie:

kanunnik van St. Pancras sinds 1380 (ibidem).

rentebezit:

zie zijn broer Stasijn.

varia:

woonde te Haarlem, vanwege de pest ald. naar Leiden vertrokken, maar de derde dag na aankomst alsnog overleden (Ibidem).

4. Alijd

verm. 12 sep. 1369 (Ke. 493 f. 39)

familie:

tr. Claas Bort, die optrad t.b.v. haar halfzuster?

rentebezit:

zie haar broer Stasijn.

IIIb. GIJSBRECHT HENDRIKSZ

(Ke. 493 f. 41v.).

familie:

trad 13 okt. 1344 op t.b.v. zijn broer Stasijn (Ke. 493 f. 40v.).

Zoons:

1. Simon Gijsbrechtsz., volgt IV.

2. Gijsbrecht Gijsbrechtsz.

landbezit:

zie zijn broer Simon.

rentebezit:

* 9 s.g.g. op een huis en erf te Leiden, afkomstig van zijn oom Stasijn, 20 dec. 1366 overgedragen aan zijn oom heer Huge Hendriksz. (Ke. 493 f. 38v.).

IV. SIMON GIJSBRECHTSZ.

functie:

schepen 1373-74, 74-75, 76-77, 77-78, 80-81, 83-84.

(woon)huis: verm. aan het Rapenburg als belender 6 aug. 1372 (Ke. 415 f. 5v.).

huisbezit:

een huis en erf nabij de Hofgracht, 13 juli 1385 verkocht tegen 1 £ pay. rente, m.u.v. zijn watergang (W. 428 f. 115). Missch. bezat hij ter plaatse meer huizen en erven, vgl. zijn rentebezit.

landbezit:

* 3½ akker land te Heemskerk, gekocht van zijn oom Hendrik van Lisse, verm. 8 jan. 1381, belendend aan zijn leengoed ald. (GvH. 226 f. 188v.).

* 136. de Bedolven kamp in Wolverdingemade te Heemskerk en een huis en land ald., leen van de hofstad Heemskerk (GvH. 767 f. 2); 8 jan. 1381 opnieuw beleend door de graaf (GvH. 226 f. 188v.). Wederom met de Bedolven kamp beleend 25 feb. 1386 (GvH. 709 f. 1v en 226 f. 246v.) en met ledige hand 1390 (GvH. 708 f. 1). Het huis met land te Heemskerk droeg hij 25 feb. 1386 over (GvH. 226 f. 246v.).

* de Tien hont te Zoeterwoude (1323 in handen van Heine en Jan van der Bregge, zie ald.); 2 aug. 1408 verkocht aan Herman Willemsz. (Ga. 456 p. 178).

* 5 1/6 hond, 8½ gaard land in de Paardecamp bij Boschuysen onder Zoeterwoude, samen bezeten met Aarnd Pietersz. en zijn broer Gijsbrecht Gijsbrechtsz., door hen 5 juni 1353 verkocht aan St. Catharinagasthuis (Ga. 455 f. 35v.).

* 10 hond land in Katrijn Ghisenweer, bij Boschuysen in Zoeterwoude, verkocht 27 juni 1407 samen met zijn zoon Jan (Ga. 455 f. 69v.).

* 16 dec. 1381 een huis en woning met 2 morgen land bij Ter Wadding onder Voorschoten, in leen gehouden van de burggraaf; verm. ald. als belender 24 apr. 1404 (Hoek, 'Wassenaar', 76; Ke. 322 f. 22).

* 1 morgen land bij Rodenburgerlaan, Zoeterwoude, gemene voor gelegen met land van St. Jan Baptistprebende; 3 juli 1413 aan St. Pancraskapittel verkocht (Ke. 842, 493 f. 92).

rentebezit:

* 9 jan. 1368 1 £ op 3 morgen land en een huis te Wassenaar, 24 sep. 1389 aan de H. Geest geschonken (W. 428 f. 64v.).

* 20 s.pay. op een woning en land te Waalsdorp, Wassenaar, 24 sep. 1389 aan St. Catharinagasthuis geschonken voor memoriediensten (Ga. 455 f. 39).

* 10 s.pay. op een woning en land te Waalsdorp onder Wassenaar, 24 sep. 1389 aan St. Catharinagasthuis geschonken voor memoriediensten (Ga. 455 f. 39).

* 5 feb. 1371 pandrente van 14 p.g.g. op Philips Andriesz. huis en erf aan Matthijs Bronskiaenssteeg; door hem op zijn oom Huge Hendriksz. overgedragen (Ke. 493 f. 20v.).

* 30 sep. 1372 pandrente van 2 s. 2 p.pay. op een huis en erf aan de Kerksteeg, 17 juli 1381 overgedragen aan de H. Geest (W. 428 f. 44).

* 30 sep. 1372 pandrente van 9 p. 2 miten pay. op een huis en erf aan de Vollersgracht op de hoek van de Hofgracht (W. f. 44v.).

* 30 sep. 1372 pandrente van 12 p.pay. op een huis en erf ald. Beide laatste renten 5 apr. 1378 aan de H. Geest overgedragen (W. 428 f. 44v.).

* 13 juli 1385 1 £ pay. op een huis en erf bij de Hofgracht, spruitend uit een verkoop (zie huisbezit); 6 juli 1411 overgedragen (W. 428 f. 115).

* 17 nov. 1387 2 x 5 s.pay. op huizen en erven in Stasijnsteeg; 6 juli 1411 overgedragen (W. 428 f. 114v.).

Een deel van zijn rentebezit zal Simon door vererving van zijn oom Stasijn Hendriksz. hebben verworven.

borgstelling:

* 30 okt. 1372 Hendrik, Wouter en Dirk, Gerrit Lizinx' zonen,

* Hendrik Berwoudsz. en:

* Gijsbrecht Gerrit Lizinx' z. (Secr. 19 f. 35).

* 27 juli 1376 Ave Jan Hendriksz. weduwe (Secr. 19 f. 43v.).

varia:

zegel: 3 plompebladen met een ster in het midden (Ke. 643, 14 juli 1374). Pachtte 1382 van de graaf van Blois een tiende bij Doedijnslaan bij Leiden (Gr.v.Blois 109 f. 14).

familie:

tr. Lijsbeth, hij tochtte haar 25 feb. 1386 aan de mindere helft van zijn leengoed (GvH. 226 f. 267; W. 429 f. 63). Zoon:

1. Jan Simon Gijsbrechtsz.z.

woonhuis:

in het Vleeshuisvierendeel ca. 1390 (Blok, Hollandsche stad, 324).

landbezit:

verkocht 20 juni 1407 samen met zijn vader land (zie hoger).

borgstelling:

* 11 okt. 1376 jkvr. uten Weer (Secr. 19 f. 43).

* 28 nov. 1390 Claas Hobbe Huysmansz. (Secr. 84 f. 23v.).

IIIc. HEER HUGE HENDRIKSZ.

ovl. 8 juni 1380, begr. St. Pancraskerk (Ke. 415 f. 72).

functie:

priester, cureit van Schoorl, verm. 1353 (BBH dl. 31 p. 48, toen beschuldigd van manslag en beboet) en 1371-73 (Ke. 493 f. 41); kanunnik van St. Pancras sedert 1368 (Leverland, 'Inquisitio conexuum', 83).

woonhuis:

aan de Hooigracht, Hogeland, verm. 17 mrt. 1372 (W. 428 f. 67); hierop had Michiel van der Heyde 40 s.pay. rente, verm. 3 jan. 1376; bij de rentevestiging was het huis nog in handen van Machteld Pietersdr. (Ke. 493 f. 54).

huisbezit:

* een huis en erf aan Hogelandskerkgracht, 3 apr. 1373 vermaakt aan zijn prebende tot woning van de kanunnik; opnieuw 8 mei 1380, toen woonde hier zijn neef Stasijn Jan Hendriksz.z.; bezat toen ook het naastgelegen huis en erf (Ke. 885, W. 428 67).

* een huis en erf aan Hogelandskerkgracht, wrsch. naast het voorgaande, 8 mei 1380 bestemd tot woonhuis van de bedienaar van zijn vicarie (Ke. 885, W. 428 f. 67).

* 18 mrt. 1371 1/7 van een huis en erf achter Jan Hendriksz.' huis, met een hofstede daarbij, gekocht van zijn zuster Emese; kocht 23 juli 1373 het aandeel van zijn zuster Jutte en haar echtgenoot (Ke. 493 f. 42 en 39v.).

* 19 jan. 1378 een huis en erf in Jan Vossensteeg (Ke. 886).

landbezit:

* 12 apr. 1373 5½ morgen land aan de Does te Leiderdorp, gekocht van Daniel die Bruun; 28 mrt. 1373 geschonken aan zijn prebende (officiële overdracht 12 apr. 1373) (Ke. 493 f. 41v., Ke. 881).

* 1½ morgen land bij Boschuysen, waarvan 5 hond in de weide die van zijn vader was, gemene voor met land van zijn broer Hendrik en 4 hond land daaraan grenzend; 8 mrt. 1373 aan zijn prebende overgedragen (Ke. 493 f. 40).

* 1/7 van Stasijn Hendriksz.'s land onder Boschuysen, na overdracht 18 mrt. 1371 door zijn zuster Emese en echtgenoot; kocht wrsch. 23 juli 1373 van zijn zuster Jutte en echtgenoot hun aandeel in dit land (Ke. 493 f. 42 en 39v.).

* een hofstede bij het kerkhof te Schoorl, 2 geer land van 8 a 9 snesen (de Andelcamp) ald., een stuk land van 40 roeden ald., 16 snesen land in Aagtdorp (Beverwijk), 75 scafte land ald., alsmede een huis en boomgaard ald.; laatstgenoemd huis zou eventueel alsnog aan de prove van de cureit van Schoorl geschonken kunnen worden; 13 okt. 1371 geschonken aan zijn vicarie in St. Pancraskerk (Ke. 890), opnieuw 8 sep. 1372 (zonder de 75 scafte land, maar met Verlisebettenhofstede te Heemskerk, huisrenten te Beverwijk en land te Haarlem, Ke. 420 f. 54).

* 10 hond 30 gaard land te Monster, 1378 in bezit van zijn kapelanie (Emmens, 'Monster 1378', 199).

* 4½ morgen 1½ hond land, samen met Huge die Bloot bezeten 1378 (Emmens, 'Monster 1378', 199).

rentebezit:

* 20 dec. 1366 9 s.g.g. op een huis en erf te Leiden, gekocht van zijn neef Gijsbrecht Gijsbrechtsz. (Ke. 493 f. 38v.).

* 20 dec. 1366 1 £ pay. op een huis en erf aan het Hogeland (Ke. 493 f. 90).

* voor 12 sep. 1369 18½ s. rente, gekocht van zijn broer Jan Hendriksz. (Ke. 493 f. 39).

* 12 sep. 1369:

- 5 s.g.g. op een huis en erf te Leiden;

- 5 s.g.g. op een huis en erf aan de Breestraat;

- 10 s.g.g. op een huis en erf te Leiden;

- 10 s.g.g. op een ½ huis en erf te Leiden;

- 6 s.g.g. op een huis en erf te Leiden;

- 5 s.g.g. op een huis en erf te Leiden;

- 2 s. 6 p.g.g. op een huis en erf te Leiden;

- 9 s.g.g. met houde op een huis en erf te Leiden, afkomstig van zijn zuster Katrine en tevoren van zijn broer Stasijn.

Voornoemde renten ontving hij bij de boedelscheiding van de nalatenschap van zijn broer Stasijn (Ke. 493 f. 38v.-41).

* 18 mrt. 1371 2, 8, 8, 8, 7, 4 s.g.g. op huizen en erven in Matthijs Bronskiaenssteeg, alle met de houde (Ke. 493 f. 41v.).

* 15 aug. 1371 4 s. 6 p.g.g. op een huis en erf te Leiden, gekocht van zijn broer Hendrik van Lisse.

* 23 mrt. 1373 4 s. 6 p.g.g. op een huis en erf te Leiden, gekocht van zijn zwager Mouwerijn Dirksz.

* 14 p.g.g. pandrente, op een huis en erf in Matthijs Bronskiaenssteeg, na 5 feb. 1371 verkregen, afkomstig van zijn neef Simon Gijsbrechtsz. (Ke. 493 f. 40v.-41).

* 10 s.g.g. op huis en erf aan de Breestraat (Ke. 493 f. 41).

* 10 s.g.g. op een huis erf te Leiden (ibidem).

* 10 s.g.g. op huis en erf te Leiden (ibidem).

* 1 £ g.g. op 4½ morgen land te Zoeterwoude, aan de Rijn, afkomstig van zijn broer Stasijn (ibidem).

Alle genoemde renten droeg hij 28 mrt. 1373 over aan zijn prebende; in het overzicht van die datum is echter een rente van 5 s.g.g. opgenomen, die in het overzicht hierboven niet is terug te vinden en andersom bleven buiten de overdracht 2½ en 18½ s. rente, hoger genoemd. (Ke. 493 f. 41v.; gedeeltelijke overdrachten vonden 3 apr. 1373 en 15 mei 1375 plaats, Ke. 493 f. 39 en 41; zie ook 415 f. 72).

stichtingen:

de kapelanie van St. Catharina en Maria Magdalena in St. Pancraskerk; reeds 13 okt. 1371 was sprake van een vicarie met als kapelaan Gerrit Willem Balsz. (Ke. 890). Officiële stichting 8 sep. 1372 en aanstelling van genoemde Gerardus f. Wilhelmi Pauperi tot vicaris. Collator zou na zijn dood Stasijn Jan Hendriksz.z. zijn of diens leenvolger in Stasijns Polaans leen te Monster (Ke. 420 f. 54). Stichtte 28 mrt. 1373 de St. Agathaprebende in St. Pancraskerk; de collatie zou na zijn dood zijn voor Stasijn Jan Hendriksz.z. of diens leenvolgers te Monster. Bedong bij de schenkingen van land en renten memoriediensten; regelde de collatie opnieuw 23 apr. 1373 (zowel voor zijn prebende als zijn vicarie (Ke. 881)).

schenking:

4 £ uit zijn goederen aan St. Pancraskerk (Ke. 415 f. 61).

varia:

zegel: 3 plompebladen met in het midden een ster (23 apr. 1373, Ke. 881).

familie:

wrsch. kanunnik op zijn prebende en daarmee behorend tot zijn familie: Willem Pietersz., ovl. 20 nov. 1394, begr. in zijn graf, kanunnik (Ke. 416 f. 21v.)(zie ook Die Milde: Andries Hugenz.'s zonen).


Previous PageTop Of PageNext Page

Auteur Fred van Kan
Publicatie Het Leidse Patriciaat
Home www.janvanhout.nl