Home <— Leids Patriciaat

Previous PageHome PageNext Page

WILLEM UTEN CAMPE

WILLEM UTEN CAMPE

1. Rutger Heilenz. (of Willemsz.)

2. Heer Jan Heylenz.

3. (Al)IJde Willemsdr. uten Campe


WILLEM UTEN CAMPE

waarsch. ovl. voor 1326, alleen zijn vrouw wordt dan met goederen verm. onder Zoeterwoude (zie hierna).

functie:

schepen 1321-22.

varia:

zegel: 3 harten (2:1) met een sleutel in het schildhoofd (24 sep. 1321, Ke. 821).

familie:

tr. Heyle uten Campe; zij bezat onder Zoeterwoude 1325-30 het volgende land: bij de Leidse vaart 18 morgen 29 gaard 4 voet, aan de weg langs de Rijn naar Voorschoten 1½ morgen 3 gaard (samen met Jacob Adenz.'s stiefkind), ten zuiden van Leiden 8½ morgen 12 gaard 3 vierendeel, bij Boschuysen 2 morgen 4 gaard en bij Rodenburg 2 morgen 12 gaard land (Ke. 493 f. 87 en v.).

Tot deze familie behoorde zeer waarsch. Huge uten Campe, verm. 1326-30 met 2 morgen 3 gaard land te Zoeterwoude, ten zuiden van Leiden, gelegen naast dat van Heyle uten Campe; hij bezat toen bij Rodenburg nog eens 2 morgen en 12 gaard land (Ke. 493 f. 87 en v.).

kinderen:

1. Rutger Heilenz. (of Willemsz.)

ovl. 31 dec. 1382, begr. St. Pancraskerk (Ke. 415 f. 89v.).

functie:

wrsch. procurator van St. Pancras (Ke. 415 f. 89v.).

woonhuis:

aan de Middelweg, hierop vermaakte hij St. Pancraskapittel 5 s. rente (Ke. 415 f. 89v.).

landbezit:

* land te Leiderdorp, tussen Zijl en Mare, verm. 17 jan. 1368 (Ke. 493 f. 65).

* 1 morgen 30 gaard land in 2 kampen, geheten de Oudemade, te Zoeterwoude. Dit land verkocht hij 16 juni 1380 aan Philips van Leyden (Ke. 493 f. 21); van deze 2 kampen had heer Jan Rutgersz. van Leyden 2½ morgen aan zijn kapelanie vermaakt (zie ald.).

rentebezit:

* 2 nov. 1340 4 sch. g.g. op een huis en erf aan de Oude Rijn, 16 mei 1347 overgedragen aan O.L.V.kerk (W.1 f. 14v.).

* 26 apr. 1372 een pandrente van 18 s. 4 p.pay. samen met Splinter Gijsbrechtsz., op ¼ van een huis en erf aan de Breestraat (W. 428 f. 58v.).

varia:

deed 20 okt. 1377 met de kinderen van zijn zwager Claas afstand van zijn rechten op de goederen die zijn broer heer Jan zijn zoon Jan naliet (RANBrab., Arch. v.h. Hollandse Huis bij Geertruidenberg 1 eerste deel f. 62 en v.).

familie:

was hij gezien zijn landbezit in de Oudemade en zijn naam Rutger een verwant van heer Jan Rutgersz. van Leyden?

2. Heer Jan Heylenz.

priester, ovl. voor 20 okt. 1377 (RANBrab., Arch. v.h. Hollandse Huis bij Geertruidenberg 1 eerste deel f. 62v en v.). Uit een verhouding met Haaskiaan Claas Hoevendr. sproot:

a. Jannes uten Camp (Jan heren Jan Heylenz. uut den Campe)

zijn oom Rutger en de kinderen van zijn oom Claas deden 20 okt. 1377 afstand van hetgeen zijn vader hem naliet te Leiden, Utrecht en in Zeeland (RANBrab., Arch. v.h. Hollandse Huis bij Geertruidenberg 1 eerste deel f. 62v en v.). 21 feb. 1376 verm. van zijn land te Zoeterwoude, tussen Leiden en Waddingersluis, bij de Rijn (Ke. 493 f. 66).

3. (Al)IJde Willemsdr. uten Campe

ovl. na 7 mrt. 1372 (Ke. 894); tr. Claas Rogghenbroit Wildikenz. alias Wildijc, ovl. tussen 16 mei 1369 en 7 mrt. 1372 (RANBrab., Arch. v.h. Hollandse Huis bij Geertruidenberg 1 f. 176v. en Ke. 894). Verm. van zijn woonhuis en erf aan de Breestraat 16 aug. 1344, 30 dec. 1366 en 16 mei 1369 (Ke. 665, RANBrab., Arch. v.h. Hollandse Huis bij Geertruidenberg 1 f. 176v.; 12 apr. 1335 zijn vader Wildijc hier nog verm., Ke. 661, 7 mrt. 1372 verm. van zijn weduwe, Ke. 894); hierop schonk hij met Aleid 28 jan. 1349 het St. Catharinagasthuis 15 sch. g.g. rente t.b.v. memoriediensten onder behoud van het vruchtgebruik daarvan; de H. Geest vermaakten zij op een huis en erf te Leiden 30 sch. g.g. (W. 429 f. 18 en tafel). Claas bezat sinds 15 jan. 1344 een rente van 18 sch. g.g. op een huis en erf te Leiden (W. 428 f. 49v.).

Uit dit huwelijk (Kam, 'Memorieboek', 198 en m.u.v. Heyle W. 428 f. 49v.):

a. Huge Claasz.

verm. 20 okt. 1377 (zie Jannes uten Camp).

b. Machtelt Willem Dickendr.

tr. Jan Jacobsz., beiden verm. 20 okt. 1377 (zie Jannes uten Camp); Jan ovl. voor 5 febr. 1383; op die datum schonk Machteld met haar zwager Herman Pietersz. 18 sch. rente aan de H. Geest voor memoriediensten (W. 428 f. 49v.)

kinderen:

Jacob Jansz., Simon, Lijsbeth, Machteld, Katrijn, Erkenraad, Aagt en Hillegond (Kam, 'Memorieboek', 220-221).

c. Erkenraad

tr. Herman Pietersz.; beiden verm. 20 okt. 1377 (zie Jannes uten Camp) en 5 febr. 1383 (zie hierboven, b.).

d. Heer Willem Dijc

verm. 20 okt. 1377 (zie Jannes uten Camp).

e. Heyle uten Camp

verm. 20 okt. 1377 (zie Jannes uten Camp).

Gezien het voorkomen van de namen Wildijc en Heyle uten Campe bij de kinderen van Pieter Woutersz. moet er een familieband bestaan tussen deze en (Al)IJde en Claas Wildikenz.; onduidelijk blijft echter hoe dit moet worden voorgesteld (zie Pieter Woutersz. c.s.)

Tot dit geslacht behoorde mogelijk:


Previous PageTop Of PageNext Page

Auteur Fred van Kan
Publicatie Het Leidse Patriciaat
Home www.janvanhout.nl