Home <— Jan van Hout - Rijnland

 

'Nopende het Dijckgraef en Heemraetschap van Rijnlant'

14. Waterlosen

Losen van `t binnenwater {106r} `t Welck dusverre geseyt sijnde nopende `t eerste deel van der voirs. dijckgrave ende hogeheemraden ampt, bestaende in `t weeren van den buytenwateren, sullen de voirs. van Leyden gaen tot het 2e deel, `twelck -so voiren aengeroert es- bestaet het water binnen den ommedijck off ring naerdat het in den gemeenen bosem, te weeten de Rijn ende de meeren, is gebracht of geworpen, `tselve op `t spoedichste te losen. Waeraen `t gemeenlandt ten hoochsten is gelegen, soseer oick, dat mer van eenen dach off twee `t genot van de landen vrouger off laeter te hebben een overgroot voirdeel off achterdeel geeft. `t Welck off het wel ygelick in sijn particulier weynich schijnt inne te brengen in `t gemeen ende over `t brede meerder {106v} bedraecht als men wel soude connen geloven off begrijpen.
Gemene canalen van Rijnlandt t'onderhouden in wijtte en tamelicke diepte De voirs. losinge aengaende comen in consideratie dat de gemene canalen off waterlosingen als de Wouweteringe metter Oude Weteringe, de Does, de Zijl, de Maren, ende beneffens deselve, `twelck de bijsonderste zijn, de Vliet, lopende door Rijnsburch, ende de wateringe comende uyt `t eynden van den Rhijn tot Catwijck lopende deur Noortwijck, Voorhout, Ougstgeest ende Warmont, losende bij de Warmonder molen in de meer, de nyeu waterlosinge tot Noortwijckerhout, Voorhout en Lisse, mitsgaders de beecke tot Hillegom <64> ende `tgundt vorder ter meeren loost, de Sparen ende {107r} de Leede geensins en werden gesloten, gestopt, gedampt, verengt noch vernaut mer in haer oude ende behoirlicke wijte onderhouden. Van gelijcken in tamelicke diepte ende datter geene merckelicke verhinderingen in de voirs. waterlosingen en werden gedaen. So met `t leggen van de schepen, immers in der dwerste ende diergelijcke saecken. Onder welck woirt `verhinderingen' de heemraden oick trecken ende verstaen `t stellen van de staken, dienende tot de visscherijen, mitsgaders de groente en ruychten, in den wateren groeyende, te doen wechnemen en schoomaecken.
`t Licht van de sluysen Ten tweeden dat `t licht van de spoyen, sluysen, duyckers wijt genouch sij ende naer so groten lichaem ende begrip van {107v} landen behoirlicken geproportioneert om `tselve in hun losinghe genouch te mogen doen dienen ende geryven. Ende dat `t voirs. licht, `twelck geen drijvende deuren en heeft om hemselffs deur `t lagen van `t buytenwater off `t verhogen van `t binnenwater te openen, deur degenen die `t behoirt ende bij den heemraden daertoe gestelt werden, ter bequamer tijt werden geopent ende gesloten.
Wijtte van alle de canalen van Rijnlandt Nopende de wijde der waterlosingen:
 
< <64v> in de marge: de nieuwe sluys ter Goude voor de dijcpoorte es wijt26 voeten
de sluys in de stadt15 voeten
de Mallesluyse14 voeten
 
facit tesamen 55 voeten
  de Heymensbrugge is wijdt ... < <64v> ende de Oude Wetering daer die het nautster es ... >
  de Doesbrugge is wijdt ...
  de Zijlbrugge is wijdt ...
 
< <64v> 't gat naer de stat toe0.7.5
't middelgat1.9.5
't oostergat1.1.5
 
al maet van tienen4.6.5
gemeten 22.5.[15]99 bij J.P. Dou tussen de palen.
  de quakel over de Maren in Ougstgeest is wijdt ...
  {108r} de bruggen in Reynsburch ende t'Ougstgeest zijn wijdt ...
  de brugge bij Clinckenberch ende aen de molen tot Noortwijck sijn wijdt ...
  de brugge tusschen Sassenhem ende Lisse, dienende tot de nyeuwe waterlosinghe, es wijdt ...
  ende de brugge tot Hillegom, daer de beecke deur loost, es wijdt ...
  Deur dewelcke alle `t water ter meerwerts <65> moet werden gebracht.
  De Sparen aen de mont van de meeren < <65r> beneffens het Noordenhuys aen Heemsteder zijden, gemeten den 18. mey 1599 bij mr. Jan Pietersz. Dou > es wijdt ... < <65r> 21 roede 9 voeten >
  ende binnen Haerlem: ... <65r>
 
<d'1e aen t'incomen 47 treden facit 9 roeden 4 voeten
de 2e de Visbrugge 26 treden    -   5 roeden 2 voeten
de 3e 43 treden    -   8 roeden 6 voeten
de 4e 74 treden   -  14 roeden 8 voeten
de 5e aen de vest 52 treden   -  10 roeden 4 voeten
Spaerne Ende so hier mentie gemaeckt wert van de Spaerne, achten die van Leyden nyet buyten propoost te sijn hier te vermanen dat in den jare 1521 {108v} den 22en mey, teneyde men de Spaerne te baet diepen mochte, bij keyser Caerle H[oochloflycker] M[emorie] die van Haerlem te laste geleyt was t'haren costen te doen openen een gat boven `t Huys te Haemstede omme de meeren te leyden in de oude Spaerne ende dat boven `s-Gravensloot aldaer leggende. `t Welck, bij die van Haerlem naergelaeten sijnde te doen, bij `t accort van den 12en octobris 1579 bij heemraden aengenomen is tot last van `t gemeenlandt te mogen doen. Ende van gelijcken omme de voirs. Spaerne van de tonne aff, staende aen de mondt van de Haerlemermeer, totte Sparendam toe te maecken ende houden tot ses voeten toe beneden `t somerwater, ende tot sulcke wijte off breete dat die van {109r} Haerlem haer navigatie ende zeylinge in der Sparen mogen hebben so geryffelick ende bequaem als sij binnen de twintich jaeren, doen voirgaende, gedaen hadden.
  De Leede, hoe wijdt die oick mach zijn, heeft door sijn twee sluysen in de Veerdijck, `twelck men `t Pennigsveer nompt, geleyt volgende `t accort den 12en octobris 1579 gemaeckt, als die al open staen (daervan de tijt bij `t voirs. accort ordinaerlicken gestelt es van Petri-ad-cathedram66 off totten lesten meye toe) nyet meer losings dan 24 voeten. Buyten welcken voirs. tijt deselve twee sluysen oick moeten werden geopent ende opengehouden als Rijnlandt metten watere belast is, tot `t cesseren van de belastinge toe. `t Welck een sake es daerop {109v} vanwegen `t gemeenlandt grotelicx dient geleth, so de principale waterlosinge daerdoor is off soude sijn.
Diepte van de waterlosingen <66> Nopende de diepten van de voirs. waterlosingen, daertoe en is tot noch toe -dat die van Leyden weten- geen peyl gestelt. Oick haer bedunckens onnodich te stellen. Want zij `t daervoir houden dat de diepte beneden de gewoonlicke ebbe, hoeveel voeten men die oick mocht maecken, tot de waterlosinge nyet en souden helpen noch vorderen. Ende dat sulcx alle de diepten van de sluysen off duyckers, dienende alleen tot waterlosinge, beneden een dagelicxe ebbe gemaeckt tevergeeffs ende vruchteloos zijn. {110r} Als die het onlochbaer67 achten dat water water schut ende dat `t water, `twelck gelijck alle andere zwaerten naer `t centrum off `t aspunt der aerden natuyerlicken moet nedervallen. Hoe liquide off dun dattet oick is, tersijde nyet dalen noch vlieten en kan solange als het eenich water in sijn waterpas off vlackte beneffens hem heeft. Als bij exempel: daer is een sluyse die thien voeten waters diep es, `t buytenwater en ebbet mer vier voeten, de sluyse en mach mer tot deselve vier voeten toe losen. De resterende ses voeten moeten blijven staen.
  Zijn sulcx voir soveel de waterlosinge aengaet -also hier nyet gehandelt en wert van de deurvaert- gansch vruchteloos ende {110v} onnut ende doet meer tot achterdeel van `t landt dan tot voirdeel om `t perikel van `t inbreecken.
  Mer de wijde van de sluyse, te weten `t licht in der breede, dat vordert ende helpt de waterlosinge.
Licht van de sluysen Belangende welck licht staet te letten dat vanouts op Sparendamme gelegen hebben negen sluysen, daervan `t licht bij raminge ten minsten es geweest -gelijck boven is aengeroert- thien roeden. In plaets van dewelcke aldaer nu ter tijt nyet meer en sijn dan vier sluysen. Te weten:
  `t cleyne sluysgen < <66v> wesende van steen > hebbende ... < 9 voeten 3 duymen > lichts < mer binnen de paelen omme de doervaert van wijder schepen te verhinderen 6.5.3 >;
  `t colck met `t verlaet < wesende mede van steen > hebbende ... < 1 roede 6 voeten 7 duymen > lichts;
  de laetste Wourdersluyse < wesende de houten duycker > also die van Wourden de tweede die sij moeten {111r} onderhouden metten gestichte van Uytrecht, volgende de brieven van date `s vrijdaechs Petri-ad-vincula68 1363 daervan hierboven in `t lange es geroert, in den jare ... hebben affgecoft, hebbende ... < 1 roede 5 voeten 1 duym > lichts < naer de Sparen ende naer `t IJe 1 roede 10 voeten 8 duymen >;
  < alle dese gelegen in den ban van Sparendam. >
  ende de Grote Haerlemersluyse < gelegen in Sparenwoude > hebbende ... < 2 roeden 1 voet 1 duym 5 g. > lichts. T'samen uytbrengende in als ... < 6 roeden 2 voeten 2 duymen 5 grijnen69 van tienen >.
  [ <66v> in de marge een optelsom van de wijdten van deze sluizen (6.2.2.5) met daaraan toegevoegd `ten Halfwegen 4.6.9' en de totale uitkomst 10.9.1.5.]
<Nopende verhinderingen van waterlosingen > <66a>

 

66Petri ad cathedram = 22 februari. Back to Text
67Onlochbaer = onloochenbaar. Back to Text
68Petri ad vincula = 1 augustus. Back to Text
69Niet duidelijk is of hier tweemaal g = grijnen? is geschreven. Back to Text

 

AuteurPublicatieHome
Marleen
van Amstel - Horák
2005
't Vertooch Nopende het
Dijckgraef- en Heemraetschap van Rijnlant
Jan van Hout, Leiden 1595
www.janvanhout.nl